In Brussel brengen nog steeds veel kinderen en hun gezinnen de nacht buiten door! De Délégué général aux droits de l’enfant (DGDE) en het Kinderrechtencommissariaat (KRC) luiden met spoed de alarmbel! Een onaanvaardbare realiteit die nochtans deel uitmaakt van de fundamentele rechten van het kind. De twee organisaties die opkomen voor de rechten en belangen van kinderen in Wallonië, Brussel en Vlaanderen roepen op tot onmiddellijke maatregelen en begeleiden hun eisen met de volgende boodschap: “Geen enkel kind zou buiten moeten slapen, ongeacht de administratieve situatie van zijn familie of het geldende overheidsbeleid.”
{Persbericht van DGDE en KRC}
Bevindingen van actoren in het veld
Hoewel in heel België een probleem, is de situatie in Brussel bijzonder nijpend. Het fenomeen van dakloosheid treft een veel grotere bevolkingsgroep dan in de openbare ruimte te zien is. Bij de laatste telling (2024) waren er in Brussel 9.777 dak- en thuislozen, waaronder 1.678 minderjarigen.
Om de recente evolutie van de situatie objectief te bekijken en de druk op de noodopvang te meten, hebben onze instellingen gezamenlijk Bruss’help en Samusocial geraadpleegd, twee essentiële actoren op het vlak van coördinatie en eerstelijnsinterventie. Hun bevindingen komen overeen: de aanvragen nemen toe, de voorzieningen raken overbelast en de weigeringen van opvang stapelen zich op. Samusocial moet dagelijks gezinnen weigeren en bevestigt dat er momenteel kinderen op straat leven in Brussel.
Quelques données chiffrées
Er bestaan geen volledige en up-to-date cijfers over het aantal mensen dat “op straat” leeft. Weigeringen van opvang zijn daarom een belangrijke indicator voor het aantal kinderen en gezinnen zonder onderdak. Daar bovenop komt dat sommige gezinnen in nood geen beroep (meer) doen op de voorzieningen. En dus een deel van die gezinnen niet gezien worden en niet in de tellingen zitten.
Deze gegevens moeten worden gelezen in het licht van een aanvullende realiteit: de “straat” beperkt zich niet tot de zichtbare openbare ruimte. Een deel van de gezinnen bevindt zich in situaties die “onder de radar” blijven, maar die absoluut ongepast zijn voor kinderen (sofaslapen bij kennissen, overnachten in auto of garagebox, kraakpanden), met grote risico’s voor hun veiligheid, de gezondheid en de ontwikkeling. Hier zijn enkele cijfers
- een toename van het aantal weigeringen van opvang voor gezinnen met kinderen in 2025, met pieken tijdens de zomer;
- een bijzonder opvallend signaal: tot 100 gezinnen geweigerd op één dag;
- sinds 6 oktober gemiddeld 127 personen per week geweigerd, voornamelijk gezinnen met kinderen, vaak alleenstaande moeders met kinderen;
Risico op een “klif”-effect
Dit betekent dat vanaf 1 april 285 extra mensen, onder wie veel kinderen, de nacht op straat zullen doorbrengen, ook al is de situatie gezien het huidige aantal afwijzingen nu al kritiek.
Deze sluitingen zullen automatisch leiden tot nóg meer afwijzingen en meer kinderen zonder dak boven het hoofd.
Politieke keuzes hebben concrete gevolgen voor kinderen
Een optelsom van migratiebeleid, huiselijk en echtelijk geweld, uithuiszettingen en een gebrek aan geschikte huisvestingsoplossingen leidden tot de huidige situatie. Al deze evoluties versterken elkaar en treffen ook kinderen.
Opvangweigeringen, instabiele woon- en verblijfssituaties en de structurele capaciteitsdruk in residentiële opvang en andere stabiliserende woonvormen met begeleiding brengen de veiligheid, gezondheid, schoolloopbaan en ontwikkeling van kinderen rechtstreeks in gevaar. Gezinnen blijven langdurig in een noodsituatie steken bij gebrek aan opvang en passende oplossingen.
Collectieve verantwoordelijkheid: dringend actie nodig op alle beleidsniveaus
We herinneren de Belgische overheden eraan dat België in juni 2021 de Verklaring van Lissabon ondertekende. Hiermee verbond België zich ertoe dakloosheid te willen beëindigen tegen 2030. De doelstellingen in de verklaring zijn als volgt:
- Niemand slaapt op straat bij gebrek aan toegankelijke, veilige en geschikte noodopvang.
- Niemand verblijft langer dan nodig in nood- of tijdelijke opvang om een succesvolle overstap te maken naar een permanente huisvesting.
- Niemand wordt ontslagen uit een instelling (bijvoorbeeld gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een passend huisvestingsaanbod.
- Uithuiszettingen moeten waar mogelijk worden voorkomen en niemand wordt uit zijn huis gezet zonder hulp voor een passende huisvestingsoplossing, indien nodig.
- Niemand wordt gediscrimineerd wegens zijn dak- of thuisloosheidsstatus.
We roepen op tot een dringende gecoördineerde mobilisatie van de verschillende overheden: federaal, de gewesten, gemeenschappen, lokale besturen en OCMW’s. De bescherming van kinderen is een gedeelde verantwoordelijkheid.
Er bestaan oplossingen en die zijn gedocumenteerd, waaronder de oproep om het principe van “nul weigering voor gezinnen en geen enkel kind op straat” te hanteren, gedragen door het Comité voor Dringende Hulp en Sociale Inschakeling (Comité de l’Aide d’Urgence et de l’Insertion sociale – CU-CI) van Bruss’help.
Er zijn oplossingen!
We vragen om onmiddellijke en concrete maatregelen:
- Zorg ervoor dat geen enkel kind buiten moet overnachten;
- Behoud de 285 plaatsen die op 31 maart bedreigd worden en versterk de capaciteit voor gezinnen;
- Veranker tijdelijk geopende opvangcapaciteit structureel wanneer de noden aanhouden;
- Ontwikkel transitwoningen om te vermijden dat gezinnen na een uithuiszetting of bij het ontvluchten van intrafamiliaal geweld in de noodopvang terechtkomen.
- Ondersteun mobiele teams en gezinsbegeleiding buiten de klassieke voorzieningen op een structurele, duurzame manier;
- Versterk de toegang tot meer structurele opvang- en begeleidingsoplossingen, waaronder gespecialiseerde hulpverlening en jeugdhulp wanneer nodig, om kinderen duurzaam uit de noodsituatie te halen;
- Zorg voor een planning die het permanente jojo-effect van openingen en sluitingen van noodopvangvoorzieningen vermijdt: dit is onwerkbaar voor teams en nefast voor de stabiliteit van kinderen.
Onze boodschap is simpel: geen kinderen op straat
Kinderen dak- en thuisloos laten is ontoelaatbaar en schendt de kinderrechten. “Geen kinderen op straat” is geen slogan of optie. Het is een minimale eis voor bescherming en waardigheid. Het Kinderrechtencommissariaat en de Délégué général aux droits de l’enfant blijven zich hiervoor inzetten en zullen de betrokken autoriteiten aanspreken om onmiddellijke en structurele maatregelen te nemen.

