Author Archives: Samuel

De eerste duizend dagen: waar staan de vaders in dit verhaal?

Op de tweede zondag van juni vieren we in België Vaderdag. Dat is het ideale moment om stil te staan bij de rol en betrokkenheid van vaders, van bij de geboorte van hun kind tot ongeveer 2,5 jaar. Om dit thema te bespreken nam Born in Brussels deel aan een rondetafelgesprek met verschillende sleutelfiguren uit de perinatale sector. Dit uitwisselingsmoment werd georganiseerd door Bru-Stars en droeg als titel CrossLink Bru-Stars 0-3 ans: la place des papas durant les 1000 premiers jours.

De geboorte van je baby komt eraan of is net achter de rug. Misschien is je baby er al enkele weken, of zelfs maanden. Welke situatie zich ook voordoet, het gebeurt vaak dat de vader of co‑ouder zijn of haar plaats nog niet helemaal vindt. In sommige gezinnen is de vader minder geneigd om zijn rol op te nemen, of krijgt hij daar onvoldoende ruimte voor. De gezinssituaties zijn zeer uiteenlopend en weerspiegelen de realiteit zoals die ook door de verschillende professionals uit de praktijk werd gedeeld tijdens het rondetafelgesprek. Hieronder vind je enkele aanknopingspunten voor toekomstige of nieuwe vaders en co‑ouders, maar ook inspiratie voor andere professionals uit de sector.

Ik ben vader/co-ouder

Born in Brussels heeft een webpagina gewijd aan vaders en co-ouders, met tips om je partner of zwangere vrouw te ondersteunen. Er komen vragen aan bod zoals: Wat kan de vader of de partner doen om de moeder te helpen tijdens de zwangerschap? Hoe pas je je aan, aan het nieuwe dagelijkse leven na de geboorte? Hoe kan je de moeder ondersteunen voor een zo rustig mogelijke terugkeer naar huis? En hoe vind je je plaats binnen deze nieuwe ouderlijke tweedeling?

Enkele suggesties die kunnen helpen:

  • Neem de tijd om de moeder te begeleiden bij prenatale consultaties of andere momenten waarop ze steun en hulp nodig heeft.
  • Vermijd conflicten en kies voor dialoog, zonder oordeel of verwijten.
  • Wees écht aanwezig (al is het maar tien minuten of een uur) voor moeder en baby, zonder gsm of andere afleiding.
  • Aanvaard hulp van naasten wanneer het moeilijk gaat.
  • Stel gerust vragen aan de verschillende zorgverleners die je ontmoet tijdens afspraken voor moeder en baby.
  • Wees geduldig tijdens moeilijke momenten: deze fase is tijdelijk, je baby groeit en ontwikkelt zich.
  • Bied spontaan hulp aan om een flesje te geven, de baby in bed te leggen, boodschappen te doen, te koken, enz. Zo heeft de moeder minder zware taken en kan ze rusten.
  • Je partner ondersteunen is cruciaal, zeker in periodes van babyblues of postnatale depressie.
  • Plan momenten van ontspanning met z’n tweeën, om de band als koppel te onderhouden, bijvoorbeeld door er af en toe samen op uit te gaan.
  • Bij financiële, psychologische of relationele moeilijkheden bestaan er organisaties die ondersteuning bieden.

Vergeet vooral niet dat gezondheidsprofessionals er zijn om te helpen. Aarzel niet om hulp te vragen, want ze zijn opgeleid om mensen te ondersteunen in situaties zoals die waarin je je nu bevindt, in je nieuwe leven met je baby. Je staat er niet alleen voor!

“De betrokkenheid van de moeder en de vader of co-ouder bij het kind is vaak ongelijk verdeeld. Het is niet eenvoudig om zomaar los te komen van het beeld dat we al van jongs af aan hebben van de vader en zijn rol. Dat vraagt tijd. Maar de verandering is ingezet, en steeds meer jonge vaders nemen hun rol actief op.” Jessy Poels, klinisch psychologe bij Bru-Stars

Babyblues: ook bij vaders en co‑ouders

Een onderwerp dat moeilijk te omzeilen, maar toch zó belangrijk is. Babyblues treft vooral de moeders. Maar zorgen voor de moeder betekent tegelijk zorgen voor de baby én voor de papa of co‑ouder. Na de bevalling kunnen moeders een periode doormaken die bekendstaat als babyblues, veroorzaakt door hormonale schommelingen. Maar ook vaders en co‑ouders blijven daar niet altijd van gespaard. Nieuwe verantwoordelijkheden, opstapelende vermoeidheid en stress kunnen ervoor zorgen dat ook zij hiermee te maken krijgen. Vaders en co‑ouders kunnen zich angstig, neerslachtig of prikkelbaar voelen, en soms zelfs hun eetlust verliezen. Het is heel normaal dat er allerlei vragen opkomen over dit nieuwe leven: zal ik nog tijd hebben voor mijn vrienden? Wat gebeurt er met ons seksleven? Wees gerust: deze fase duurt niet eeuwig. Een van de sleutels om hier doorheen te komen, is het gesprek aangaan met de moeder van je pasgeboren baby.

Je kan ook advies vragen aan je arts of een psycholoog, alleen of met z’n tweeën, om je te helpen de dingen af te zwakken en een goede balans te vinden tussen je rol als vader of co-ouder en je rol als partner.

“Zich engageren in het nieuwe ouderschap is voor vaders soms moeilijk, misschien omdat de aandacht vooral naar moeder en baby gaat. Dat kan voor vaders zelfs stigmatiserend aanvoelen.” Caroline Grégoire, klinisch psychologe bij Bru-Stars

Ontmoetingsplaatsen voor vaders in Brussel

Eén ding werd duidelijk uit het rondetafelgesprek tijdens CrossLink: er zijn weinig plekken waar vaders elkaar kunnen ontmoeten. Gewoon om te praten met andere nieuwe vaders. Het aanbod is eerder beperkt in vergelijking met dat voor moeders. Nochtans weten we dat vaders en co‑ouders niet over het hoofd mogen worden gezien: ze hebben een volwaardige plaats en zijn van groot belang voor het welzijn van het gezin. Het lijkt dan ook belangrijk om vaders expliciet aan te spreken en hun aandacht te trekken, aangezien dit een positieve invloed kan hebben op hun betrokkenheid. Enkele Brusselse initiatieven:

  • Café des Papas (UMC Sint-Pieter): gratis, maandelijkse workshops begeleid door ONE in het centrum van Brussel (Wolstraat 105). Deze plek biedt een open gespreksruimte om het vaderschap en de ervaringen van toekomstige en jonge vaders te bespreken.
    Le Café des Papas (CHU Saint-Pierre)
  • Eenoudergezinnen’thuis (Vorst): deze vzw, gevestigd aan de Albertlaan 135 in Vorst, organiseert af en toe gespreksgroepen die exclusief bedoeld zijn voor alleenstaande vaders, om in een vertrouwelijke setting ervaringen rond eenoudergezinnen uit te wisselen.
  • Réseau des Pères (Ligue des familles): De Ligue des familles organiseert regelmatig praatgroepen, workshops en geëngageerde of informele activiteiten om de betrokkenheid van vaders te stimuleren en de uitwisseling van ervaringen tussen papa’s te bevorderen.
    La Ligue des familles soutient et défend les familles | La Ligue des familles
  • Platform alleenstaandeouder.brussels Voor alleenstaande vaders bundelt het platform alleenstaandeouder.brussels praatgroepen en ontmoetingsmomenten die het mogelijk maken om contacten te leggen met andere vaders in dezelfde situatie.
    Cercle de parole pour parents solos

Ken je andere plekken waar vaders kunnen samenkomen? Laat het ons weten via info@bornin.brussels.

Verbinding maken met je baby

Je plaats vinden binnen deze nieuwe ouder‑kind‑dynamiek betekent ook een band opbouwen met je baby. Voor de moeder, die het kind negen maanden lang heeft gedragen en eventueel borstvoeding geeft, is dat vaak instinctiever. Het is dus aan de vader of co‑ouder om zelf een band op te bouwen met de baby. Hier volgen enkele suggesties om een band op te bouwen en vaders en co‑ouders actief bij hun rol te betrekken:

Huid‑op‑huidcontact

Een band met je baby opbouwen of versterken, kan je doen tijdens het verschonen, bij het flesje of tijdens het badmoment. Maar wat het meest doeltreffend lijkt, is huid‑op‑huidcontact, een echte must: je baby in je armen nemen, aanraken, strelen en masseren, want in de meeste gevallen heeft hij dat heel graag. Hierover zegt Cécile Cortet‑Pham, psychocorporeel therapeute, masseuse en kinesitherapeute, in het tijdschrift Psychologies: “Door dit intense zintuiglijke contact, door de blikken die worden uitgewisseld binnen deze relatie tussen drie personen, door de aanrakingen en de woorden die worden gesproken, stimuleert huid‑op‑huidcontact de aanmaak van oxytocine bij de moeder, de baby en zelfs bij de vader. Dit hormoon is buitengewoon krachtig: het bevordert hechting en verbondenheid tussen mensen.”

Meer weten over huid‑op‑huidcontact?

Haptonomie

Een bepaalde aanpak tijdens de zwangerschap, haptonomie, lijkt haar nut te bewijzen. Dat is een methode ter voorbereiding op de bevalling met een bijzondere focus: de betrokkenheid van de vader. Hij legt zijn handen op de buik van de moeder… en dan gebeurt er iets magisch. Voelen hoe de baby beweegt in de buik, die hem nog van de buitenwereld scheidt. Deze aanpak kan ook pijn bij de moeder helpen verlichten.

→ Meer over haptonomie

Praten met je baby, wat een gek idee!

“De wereld uitleggen aan je baby, hem helpen zijn indrukken te ordenen en te begrijpen wat er rondom hem gebeurt. Verhalen vertellen, zingen… Al van in de buik van hun moeder leren baby’s de stemmen van hun omgeving herkennen. Belangrijk om te onthouden, is dat de vader of co‑ouder de wereld op een andere manier zal aanbieden dan de moeder. Dat geeft het kind een bijkomende, verrijkende blik die bijdraagt aan zijn ontwikkeling.” Françoise De Gheest, perinataal psycholoog bij het UKZKF voor Family Nes

Spelen is essentieel

Veel ouders zitten gevangen in een mallemolen van werk, stress, kinderen, vermoeidheid, koken, schoonmaken en bekommernissen. Het is zo al moeilijk om even op adem te komen, dus hoe vind je dan tijd om met je kind te spelen? Yapaka, een preventieprogramma op initiatief van het ministerie van de Federatie Wallonië‑Brussel, benadrukt dat het perfecte ouderschap niet bestaat, maar dat het essentieel is om de tijd te nemen. Plan een eenvoudige activiteit. Zonder al te veel materiaal, zoals in de campagne van Yapaka. Maak jezelf even beschikbaar en maak plezier. Ruim die twijfels uit de weg en speel met je kind!

Spelen is ongetwijfeld de meest verrijkende fysieke en mentale activiteit voor een kind. Ouders spelen een sleutelrol als begeleiders van hun kinderen, niet alleen in het leven maar ook in het veelzijdige universum van de spelletjes. Er zijn er immers zoveel dat het meerdere levens zou kosten om ze allemaal te spelen. Je kind laten experimenteren, zoeken en zich openstellen voor de wereld geeft je kind ook meer zelfvertrouwen en geloof in het eigen kunnen. Maar hoe pak je het aan als je kind met (of zonder) jou wil spelen?

Lees het hier: Spelen om beter op te groeien en de band tussen ouders en kinderen te versterken: “Amusons-nous”

Ouderschapsverlof

Het belang van de aanwezigheid van de vader of co‑ouder binnen het gezin staat buiten kijf. Ze is essentieel. Net zoals het vaderschapsverlof, dat in België sinds januari 2023 werd uitgebreid van drie naar vier weken. Een duidelijke evolutie, al heeft het bijna twintig jaar geduurd voor ze er kwam. Maar het idee om het verlof uit te breiden of zelfs te verplichten speelde al langer.

Op 8 maart 2026 kwam de Ligue des familles in actie. Het ging om een solidariteitsbeweging waaraan ook andere verenigingen deelnamen, in het hart van onze hoofdstad. De Ligue des familles wilde inzetten op een betere combinatie van gezins‑ en beroepsleven voor moeders. Daarnaast pleitte de Ligue des familles voor een langere en beter vergoede ouderschapsverlofregeling, een evenwichtiger loonstatuut voor moeders en betere rechten voor mantelzorgers, die grotendeels vrouwen zijn.

→ Geïnteresseerd in dit onderwerp? La Ligue des familles et les congés parentaux mieux rémunérés

Samuel Walheer

 

 

 

 

 

Portret: het beroep van verloskundige in het Erasmusziekenhuis

Het team van Born in Brussels bezocht de kraamafdeling van het Erasmusziekenhuis voor het eerste portret van het jaar. Maak kennis met verloskundige Hélène. Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Verloskundige belichten we de dagelijkse realiteit van dit belangrijke beroep. 

Hélène, verloskundige op de kraamafdeling van het Erasmusziekenhuis. Foto: Samuel Walheer

De communicatiedienst van het Erasmusziekenhuis ging enthousiast in op mijn verzoek. Kort nadat de uitnodiging naar de verloskundigen was doorgestuurd, stelde Hélène zich kandidaat. We konden elkaar snel ontmoeten. Toen ik aankwam op de kraamafdeling, werd ik begroet door een stralende vrouw die enthousiast was over het project. Nadat Hélène me had rondgeleid, begonnen we aan het interview.

Al bij de eerste vraag zet Hélène de toon: “Het beroep van verloskundige heeft me veranderd! Goed doen en vriendelijk zijn, plaats ik centraal bij de uitoefening van mijn job. Dat heeft ertoe geleid dat ik me beter in mijn vel voel. Ik vind dat je als verloskundige onmiddellijk een bepaalde erkenning krijgt van je doelgroep. Het is heel verrijkend om je in te zetten voor het welzijn van vrouwen en hun baby’s.”

Hélène, verloskundige, in een kamer van de kraamafdeling van het Erasmusziekenhuis. Foto: Samuel Walheer

Wie is Hélène?

Hélène is een goedlachse 41-jarige mama. Vooral sinds haar beslissing om haar carrière een andere wending te geven. Daarvoor werkte ze in een heel andere omgeving: marketing. Ze verkocht banden voor vrachtwagens en bouwvoertuigen. Dat is net iets anders. Ze had een soort openbaring na haar bevalling in het Erasmusziekenhuis. Die ervaring heeft haar fundamenteel veranderd. Ze ontdekte het beroep door de verloskundigen rondom haar te observeren. “Ik denk dat het me erg aansprak om voor anderen te zorgen. Dat is iets wat ik in de praktijk wilde brengen in mijn dagelijkse leven”, vertelt ze.

Tegen het einde van de COVID-periode besliste ze om voor verloskundige te gaan studeren op de campus van het UZ in Jette. Nadat ze haar studies had afgerond, was het logisch dat ze zou solliciteren bij het ziekenhuis dat haar geïnspireerd had. Ze heeft een bijzondere voorliefde ontwikkeld voor de algemene opvolging, van de zwangerschap en bevalling tot de verwelkoming van de baby in het gezin. In die context werd Hélène aangeworven op de kraamafdeling, bij de eenheid hoogrisicozwangerschappen. Ze werd opgeleid in het verloskwartier en werkt daar nu al een aantal maanden.

 “Het beroep van verloskundige is enorm veelzijdig. Er zijn heel veel manieren waarop je het kan uitoefenen, en dat is een grote meerwaarde.” Hélène

Werken als verloskundige in een ziekenhuis

Hélène legt uit dat de werkuren van week tot week variëren. Over het algemeen begint een werkdag vrij vroeg, rond 7 uur, met een teamvergadering. Daar geeft het nachtteam informatie over individuele patiënten en bijzondere gevallen door aan het ochtendteam. Na de overdracht gaan de verloskundigen naar de kamers, waar ze de koppels begeleiden bij de geboorte van hun baby. Hélène legt uit: “We zijn er om hun vragen te beantwoorden en hen te steunen tijdens dit bijzondere moment in hun leven. In het verloskwartier waken we over de gezondheid van de moeders en hun ongeboren baby’s en begeleiden we de koppels bij hun geboorteproject. Op de kraamafdeling besteden we veel tijd aan de ondersteuning van de borstvoeding. We voeren ook behandelingen uit als dat nodig is en werken nauw samen met de neonatale diensten om te streven naar zero separation.”

Hélène voegt eraan toe: “We zetten onze ronde voort door de verschillende administratieve en medische dossiers bij te werken. Zo kunnen we een optimale multidisciplinaire opvolging verzekeren. Dan neemt het namiddagteam het over na een briefing. Zo gaat het 24 uur per dag, 7 dagen per week.”

“Ik voel dat het komt.”

Hélène vertelt meer over haar werkbeleving: “De nachten op het verloskwartier hebben iets bijzonders. Het halfduister brengt rust, de stilte van het ziekenhuis contrasteert met de intensiteit van de emoties en elke geboorte lijkt gehuld in een intieme sfeer. Afgelopen nacht is er een moeder aangekomen om te bevallen van haar derde kind. Ze wilde een epidurale, die ze snel kreeg. Daarna hebben we haar begeleid tijdens de volledige arbeid, waarbij we haar en haar baby zorgvuldig monitorden. Doorheen de nacht ontstond er een speciale band met dit koppel. ’s Morgens vroeg, toen mijn dienst bijna afgelopen was, ging ik afscheid nemen. Toen keek ze me aan en zei: ‘Ik voel dat het komt.’ Toen ik haar onderzocht, stelde ik vast dat de baby er bijna was. In het eerste daglicht heb ik samen met een collega deze geboorte begeleid. Het was prachtig, sereen en emotioneel. Even later kon de mama haar derde kind in haar armen sluiten. Alles was alles goed verlopen.”

Opleiding en ontwikkeling

In België zijn de studies voor verloskundige anders georganiseerd in de Federatie Wallonië-Brussel dan in Vlaanderen. De studies duren vier jaar in de Federatie Wallonië-Brussel en drie jaar in Vlaanderen. Ze vallen onder het hoger onderwijs van het korte type (professionele bachelor) en worden georganiseerd in hogescholen. Ze omvatten theorie (fundamentele, medische en humane wetenschappen) en uitgebreide klinische praktijk (stages vanaf het eerste jaar, in het verloskwartier, de kraamafdeling, enz.). Hélène legt uit: “Je leert het vak echt en ontwikkelt een klinische blik.”

Hoe zit het met de evolutie van het beroep? Op basis van haar ervaring en gesprekken met collega’s kan Hélène ons vertellen dat er veel veranderd is. Bijvoorbeeld de verhouding tussen de werkdruk, die maar blijft toenemen, en de middelen die ter beschikking gesteld worden om het werk gedaan te krijgen. De oorzaak is dat onze gezondheidszorg steeds meer onder druk wordt gezet. Daarnaast noemt Hélène heel wat positieve facetten van haar werk als verloskundige bij het Erasmusziekenhuis:

  • je hebt autonomie in je werk met de patiënten;
  • je maakt deel uit van een structuur en een welwillend team;
  • je krijgt een zekere flexibiliteit in je werk (flexibele uurroosters);
  • je kan je werk organiseren voor een goed evenwicht tussen werk en privéleven;
  • je krijgt onmiddellijk positieve feedback van gezinnen.

Volgens Hélène biedt het beroep van verloskundige de kans om er te zijn voor gezinnen op een buitengewoon moment in hun leven: tijdens de zwangerschap of bevalling, wanneer ze hun kind verwelkomen of een gezin beginnen te vormen. Dat zijn uitzonderlijke momenten die gepaard gaan met een grote kwetsbaarheid voor de vrouw en het koppel. Een grote stap in het onbekende.

Hélène en twee van haar collega’s in het Erasmusziekenhuis. Foto: Samuel Walheer

“We voelen ons gesteund”

Als mama van een kind van zes jaar weet Hélène dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is voor de aanstaande moeders die naar het ziekenhuis komen. Er zijn mooie verhalen, maar ook complexe. Dat is precies wat ze zocht toen ze een nieuwe weg insloeg. Ze wou kennismaken met een ander publiek dan bij haar vorige professionele ervaring. Aan het begin van haar carrière wou Hélène in een team werken. Ze zag zich niet als zelfstandige verloskundige werken. Hélène legt uit: “Als zelfstandige verloskundige werk je meestal alleen, en dat lag me minder. Om nog maar te zwijgen van al het papierwerk dat erbij komt kijken.” 

Hélène beschrijft zichzelf als een altruïstische persoon en waardeert de teamgeest op de kraamafdeling van het Erasmusziekenhuis. Dat team is allesbehalve klein, het telt maar liefst tachtig verloskundigen. Omkijken, vragen stellen, rekenen op anderen, elkaar helpen, een klinische blik ontwikkelen en teamleiders hebben bij wie je terechtkan, dat zijn allemaal belangrijke elementen die voor Hélène bevestigen dat ze het juiste pad heeft gekozen.

(Inter)nationale ondersteuning

In België zijn er een aantal organisaties die ondersteuning bieden aan verloskundigen. Op lokaal niveau is er de Franstalige UpSfb (Union Professionelle des Sages-Femmes Belges). Ze promoot het beroep en verdedigt de morele, sociale en professionele belangen van verloskundigen. Aan Nederlandstalige kant is er de Vlaamse Beroepsorganisatie van Vroedvrouwen | VBOV die zich sinds 1994 inzet om het beroep te steunen. De sleutelconcepten van de organisatie zijn: kennis, competenties, visie en interdisciplinariteit.

Op internationaal niveau is er de International Confederation of Midwives. Op 5 mei lanceerde deze haar wereldwijde campagne met de volgende boodschap: “Een miljoen extra verloskundigen”. Een waarschuwing over het tekort aan verloskundigen over de hele wereld. Maar ook de ideale gelegenheid om verloskundigen in de schijnwerpers te plaatsen en hun essentiële rol in de gezondheidssystemen en in de toegang tot zorg voor vrouwen voor, tijdens en na de zwangerschap onder de aandacht te brengen.

→ Lees het volledige artikel: “Een miljoen extra verloskundigen” voor een betere toegang tot zorg voor aanstaande moeders

Perinatale diensten en kindergeneeskunde bij het Erasmusziekenhuis

Het Erasmusziekenhuis is een universitair ziekenhuis dat tot de Université Libre de Bruxelles behoort. De instelling beschikt over:

  • een afdeling kindergeneeskunde;
  • een neuropediatrische kliniek ();
  • een kraamkliniek;
  • een afdeling neonatologie (premature baby’s): NIC (intensieve zorg) en N* (niet-intensieve zorg);
  • een afdeling pediatrische spoedgevallen;
  • een centrum voor neurologische revalidatie van jonge kinderen (CRFNI);
  • een psychiatrieafdeling voor baby’s, kinderen, jongeren en jongvolwassenen.

→ Naar de website van het Erasmusziekenhuis

 

Tekst en foto’s: Samuel Walheer

 

 

 

 

“Met de kinderen op restaurant!”, een smakelijke tweede editie in Frankrijk en België

De tweede editie van het festival “Met de kinderen op restaurant!” gaat van start. Van 20 tot en met 27 mei 2026 pakken meer dan zestig restaurants in Frankrijk en België flink uit om kinderen te doen watertanden. Het festival is voor iedereen die dicht bij gezinnen staat, zoals buren, vrienden, en grootouders. Vooral kinderen, peuters en kleuters worden speciaal verwelkomd. Aan tafel!

Visual van de tweede editie van “Met de kinderen op restaurant!”, Fooding en Pauline Lemberger ©

 

Dit 100% Kids Friendly-festival van lekker eten werd in 2024 gelanceerd door Fooding en geeft kinderen en gezinnen een ereplaats aan tafel. Denk aan verfijnde gerechten die jonge smaakpapillen prikkelen en speciaal voor de gelegenheid ontworpen kleurplaten. De partnerrestaurants leggen ook de allerkleinsten in de watten met bijvoorbeeld purees en fruitpapjes van het merk Popote. Met dat niet onbelangrijke detail zullen veel ouders ongetwijfeld blij zijn. Kortom: een evenement dat je niet mag missen! Het duurt een hele week.

“Een restaurant zonder minimensjes? Dat is als karaoke zonder liedjes, een park zonder gras, een café zonder bier: het bestaat vast wel, maar als je het ons vraagt, mist het ambitie … Daarom pleit Fooding sinds 2024 voor de plaats van kinderen in restaurants. Zo kunnen ook kleine levensgenieters zorgeloos hun buikje rond eten!” Dat lezen we op de website van Fooding.

In Frankrijk en België

Dit zijn enkele van de restaurants die al aan de vorige editie hebben deelgenomen of zich nu bij het evenement hebben aangesloten:

→ Volledige lijst van deelnemende restaurants

Over Fooding

Le Fooding, Le Guide du Fooding of gewoon Fooding is een gids met hippe restaurants, bars, B&B’s en hotels, maar ook recepten, evenementen en zelfs een rubriek gewijd aan kinderen. De gids is opgericht in 2000 en verkrijgbaar in gedrukte vorm, sinds 2005 ook online en sinds 2010 als smartphoneapplicatie. Na 25 jaar bestaat Fooding nog steeds en blijft de gids actueel. Dit spannende nieuwe intergenerationele evenement levert het bewijs!

Tekst: Samuel Walheer

 

 

Premature baby’s: een nieuw onderzoek van de VUB naar het voorkomen van hersenbeschadiging

Is het mogelijk om hersenbeschadiging bij premature baby’s te voorkomen? Een nieuw onderzoek onder leiding van dr. Fleur Camfferman (VUB/UZ Brussel), kinderarts en neonatoloog, betekent een aanzienlijke doorbraak. Door de bloedstroom in de hersenen te onderzoeken, kunnen artsen sneller vaststellen of bepaalde baby’s risico lopen op het ontwikkelen van letsel. Deze preventieve maatregel zou het mogelijk maken om een gepersonaliseerde behandeling aan te bieden die beter is afgestemd op de behoeften van de betrokken baby’s.

{Persbericht van de VUB}

Al bijna een halve eeuw focussen artsen wereldwijd op de slagaders om de gezondheid van babyhersenen te controleren. Maar uit het promotieonderzoek van Dr. Camfferman blijkt dat die cijfers de belangrijkste gevaren vaak over het hoofd zien. De echte sleutel lijkt bij de aders te liggen: de bloedvaten die het bloed weer uit de hersenen afvoeren.

Een ‘vroeg waarschuwingssysteem’

Wanneer een baby te vroeg geboren wordt (vóór 32 weken), zijn de hersenen nog volop in aanbouw. De bloedvaten zijn zo dun en kwetsbaar dat een kleine schommeling in de druk al tot een bloeding kan leiden.

“Het is als een afvoerpijp die de druk niet aankan,” legt Dr. Camfferman uit. “Onze studie toont aan dat we aan de stroomsnelheid in de aders kunnen zien of het brein in de problemen komt. Als het bloed niet vlot weg kan, stijgt de druk en kunnen de vaatjes knappen. Dankzij deze nieuwe kijk kunnen we die risicokinderen mogelijk veel sneller herkennen.”

Zorg op maat in plaats van ‘één maat voor iedereen’

Tot nu toe kregen bijna alle premature baby’s dezelfde standaardbehandeling op basis van hun gewicht of geboortedatum. De resultaten van Camfferman pleiten voor een persoonlijkere aanpak. Als de arts via een echo ziet dat de doorbloeding stabiel is, kan samen met andere parameters besloten worden dat een behandeling, die ook altijd nadelen kan hebben, misschien niet nodig is.

Bij baby’s waar de metingen een risico tonen, kan de arts juist besluiten om juist wel te starten met medicatie en extra rust in te bouwen, door bijvoorbeeld een isolatiebox te gebruiken of meer ‘kangoeroeën’ (huid-op-huidcontact met de ouders) te stimuleren. Dit laatste is niet alleen essentieel is voor de hechting tussen ouders en kind, maar de ouder fungeert ook als een belangrijke co-regulator die de hersenen van het kind beschermen.

De toekomst: AI als digitale assistent

Het onderzoek kijkt ook vooruit naar het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI). Omdat baby’s op de intensive care enorme hoeveelheden data genereren, kunnen centrale registratie van deze data met behulp van AI-modellen in de toekomst helpen om patronen te zien die voor het menselijk oog onzichtbaar zijn. Zo zou een computerprogramma een arts een seintje kunnen geven: “Pas op, deze baby heeft nu extra ondersteuning nodig.”

Veiligheid voorop

Dr. Camfferman benadrukt tot slot dat deze precisiemetingen alleen werken als ze met de grootste zorg worden uitgevoerd. Ze pleit daarom voor een betere technische opleiding voor kinderartsen die zelf echo’s maken aan het bed. Alleen met de juiste instellingen van de apparatuur kunnen we deze kwetsbare baby’s de veiligheid bieden die ze verdienen.

→ Meer info:

Dr. Fleur Camfferman: Fleur.camfferman@uzbrussel.be

VUB: koen.stein@vub.be of +32 (0)471517909

 

Geestelijke gezondheid en gezinssituatie: complex verband, zegt een studie

De Onafhankelijke Ziekenfondsen hebben onlangs een studie uitgevoerd. Die focust op een veelbetekenend verband tussen de gezinssituatie en het gebruik van geestelijke gezondheidszorg. Daarvoor werden gegevens geanalyseerd van maar liefst 312.543 leden tussen 2017 en 2024.

De resultaten tonen een sterke stijging van het gebruik van geestelijke gezondheidszorg in de volledige onderzochte populatie. Dit kan worden verklaard door een gebrek aan goede sociale interactie (voor alleenstaanden, zonder kinderen), wat leidt tot de ontwikkeling van geestelijke gezondheidsproblemen. Maar zo eenvoudig is het niet …

Op het platform Born in Brussels werd recent, in samenwerking met Bru-Stars, het Brussels netwerk geestelijke gezondheid voor kinderen en jongeren, een pagina aangemaakt over perinatale geestelijke gezondheid (aangezien ons publiek ook kwetsbare moeders omvat). De perinatale periode loopt van de negen maanden zwangerschap tot het kind tweeënhalf jaar oud is. (Toekomstige) ouders durven hun ervaringen niet altijd te delen, uit angst om gestigmatiseerd te worden als “slechte ouders”. Door deze vooroordelen kunnen ze bang zijn om hulp te vragen. Ook durven professionals het onderwerp van geestelijke gezondheid niet altijd aan te snijden, zeker wanneer de risicofactoren niet zichtbaar zijn. Het is belangrijk om geestelijke gezondheidsproblemen te behandelen zoals elke andere ziekte die bij een zwangerschap kan komen kijken.

Neem eens een kijkje op onze nieuwe pagina “Perinatale geestelijke gezondheid”, die momenteel nog wordt afgewerkt. Daar vind je een schat aan informatie: professionals in de sector, een overzicht van Brusselse actoren in de perinatale geestelijke gezondheidszorg en andere belangrijke informatie over dit onderwerp. Deze recente studie biedt alvast veel stof tot nadenken over het verband tussen de gezinssituatie en de geestelijke gezondheid van de Brusselaars.

{Bericht van de Onafhankelijke Ziekenfondsen: “Gezinssituatie bepalende factor in gebruik mentale gezondheidszorg”}.

Sterke algemene stijging in het gebruik van geestelijke gezondheidszorg

Dit zijn de belangrijkste vaststellingen van de studie:

  • het chronisch gebruik van antidepressiva is met meer dan 60 % toegenomen;
  • het gebruik van antipsychotica is bijna verdubbeld (+93 %), ondanks een kleinere betrokken groep;
  • het aantal personen dat een psychiater raadpleegt, steeg tussen 2017 en 2023 met bijna 30 %.

Deze evolutie kan wijzen op een toenemende druk op de geestelijke gezondheid, maar kan ook samenhangen met gewijzigde voorschrijfpraktijken en een grotere bereidheid om psychologische hulp te zoeken.

Impact van gezinssituatie en geslacht: uitgesproken verschillen

Eerder onderzoek door BELHEALTH toonde al een verband tussen eenzaamheid en een slechtere geestelijke gezondheid, met voornamelijk depressieve symptomen, angststoornissen en een lagere levenstevredenheid. Deze nieuwe studie bevestigt dit verband tussen eenzaamheid en een verhoogde psychische kwetsbaarheid:

  • mensen zonder partner lopen een hoger risico op het gebruik van antidepressiva (+38 %) en antipsychotica (+57 %);
  • mensen die alleen wonen hebben 77% meer kans om een psychiater te consulteren dan wie samenleeft met een partner;
  • mensen zonder kinderen hebben een grotere kans op chronisch gebruik van antidepressiva (+24 %) en antipsychotica (+73 %) en consulteren vaker een psychiater (+12 %) dan mensen met kinderen.

Duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen

De studie toont ook uitgesproken verschillen tussen mannen en vrouwen in het gebruik van geestelijke gezondheidszorg:

  • vrouwen hebben bijna dubbel zoveel kans als mannen om antidepressiva te gebruiken;
  • ze raadplegen 49% vaker een psychiater.

De combinatie van geslacht en gezinssituatie versterkt deze verschillen nog meer: het hoogste gebruik van antidepressiva en het hoogste aantal psychiatrische consultaties wordt vastgesteld bij alleenstaande vrouwen zonder kinderen;

het gebruik van antipsychotica ligt daarentegen het hoogst bij alleenstaande mannen zonder kinderen (+213 % in vergelijking met mannen die samenwonen met een partner en kinderen).

Complex verband tussen eenzaamheid en geestelijke gezondheid

Het is belangrijk te benadrukken dat er geen rechtstreeks oorzakelijk verband kan worden vastgesteld.   De resultaten wijzen eerder op een wederzijdse wisselwerking tussen de onderzochte factoren. Sociaal isolement gaat gepaard met een hogere prevalentie van depressieve en angstsymptomen, evenals met een verhoogd gebruik van psychotrope stoffen en geestelijke gezondheidszorg.

Het is niet de bedoeling om mensen aan te moedigen om een partner te zoeken of kinderen te krijgen. De realiteit is veel complexer: gezinssituatie en geestelijke gezondheid beïnvloeden elkaar wederzijds. Deze studie toont vooral aan dat om mentaal welzijn te verbeteren, ook voldoende kwalitatieve sociale interactie nodig is. Thomas Otte, expert bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen

Daarnaast tonen studies aan dat een negatieve kijk op psychische problemen het gevoel van eenzaamheid kan versterken. Mensen durven er dan minder over te praten of hulp te zoeken, wat hun isolement nog vergroot. Dit kan een vicieuze cirkel creëren die moeilijk te doorbreken is, vooral voor mensen met weinig sociale steun.

Naar een geestelijk gezondheidsbeleid dat rekening houdt met de sociale werkelijkheid

In deze context pleiten de Onafhankelijke Ziekenfondsen voor een geestelijk gezondheidsbeleid dat:

  • meer aandacht heeft voor de doelgroep van alleenstaanden (met of zonder kinderen) als onderdeel van het toekomstige interfederaal plan voor geestelijke gezondheidszorg (gepland voor 2026). Het plan mag zich niet beperken tot zorg, maar moet ook gericht zijn op gezondheidsbevordering en preventie van geestelijke gezondheidsproblemen;
  • de stigmatisering rond psychische kwetsbaarheid doorbreekt om sociale participatie te versterken, voornamelijk via de inzet van ervaringsdeskundigen, bewustmakings- en informatiecampagnes en inclusieve praktijken in organisaties en overheidsdiensten;
  • de strijd tegen eenzaamheid tot een beleidsprioriteit maakt door te investeren in lokale ontmoetingsplaatsen en door vrijwilligerswerk en lokale initiatieven te ondersteunen. Organisaties die zich inzetten om sociale cohesie en participatie te versterken verdienen structurele steun. Ze moeten een stem hebben in het politieke debat, zodat de behoeften van groepen die anders moeilijk te horen zouden zijn, de aandacht krijgen die ze verdienen;
  • investeert in opleiding en onderzoek naar wetenschappelijk onderbouwde interventies tegen eenzaamheid, door zorgverleners eenzaamheid te leren herkennen en aan te pakken en door wetenschappelijk onderzoek naar eenzaamheid, gekoppeld aan gezondheidseconomische evaluaties, financieel te ondersteunen;
  • maatregelen versterkt die sociaal contact bevorderen, onder meer via de ontwikkeling of uitbreiding van programma’s die (in het bijzonder alleenstaanden) aanmoedigen om deel te nemen aan sportieve, artistieke, sociale en vrijetijdsactiviteiten.

→ Lees de volledige studie:

→ Meer informatie:

www.mloz.be

marianne.hiernaux@mloz.be of 032 492 91 24 13

Samuel Walheer