Author Archives: Samuel

The Life-Saving Receipt: kassabonnetjes promoten vaccinatie bij ouders in Zuid-Korea

In Zuid-Korea heeft 5% van de bevolking een migratieachtergrond. Slechts de helft van hen is volledig gevaccineerd. Om die gezinnen te helpen en misschien wel het leven van veel kinderen te redden, hebben het Koreaanse campagnebureau Dminusone en de kinderbeschermingsorganisatie ChildFund Korea een geniaal idee bedacht. Als ouders iets voor hun baby kopen, vermeldt hun kassabon dit bericht in hun moedertaal: “Nog iets wat je baby echt nodig heeft: de essentiële vaccinaties en medische zorg.” De campagne kreeg de naam The Life-Saving Receipt (de levensreddende kassabon) en is een mooie inspiratiebron die ook bij ons nuttig kan zijn.

Campagne van het bureau Dminusone ©[/
Voor veel gezinnen vormen de taalbarrière en het gebrek aan toegankelijke informatie een belemmering voor essentiële medische zorg. Vaccinaties in Zuid-Korea zijn nochtans gratis voor kinderen tot twaalf jaar. Volgens de cijfers van Dminusone voltooit slechts 55,2% van de kinderen met een migratieachtergrond hun basisvaccinaties, tegenover 96,4% van de Koreaanse kinderen. Met hun campagne willen Dminusone en ChildFund Korea ervoor zorgen dat geen enkel kind achterblijft door een gebrek aan toegang tot essentiële gezondheidsinformatie.

Strategie werpt zijn vruchten af

Net als in andere landen vestigen gezinnen met een migratieachtergrond in Zuid-Korea zich meestal in elkaars buurt. Dat bemoeilijkt soms de toegang tot belangrijke informatie over bijvoorbeeld gezondheid. De campagne van het bureau Dminusone en de vereniging ChildFund Korea focust op een plek waar iedereen weleens komt: de lokale supermarkt. Vaak zoeken buitenlandse gezinnen aansluiting bij wat ze al kennen en kopen ze producten uit hun land van herkomst, want dat geeft een geruststellend gevoel. Door zich te richten op buurtwinkels die dat soort levensmiddelen aanbieden, heeft de campagnestrategie al snel zijn vruchten afgeworpen. De kassabonnen tonen een bewustmakingsboodschap over hoe belangrijk het is dat kinderen en hun ouders hun vaccinaties bijhouden. Op elk bonnetje staat bovendien een QR-code die naar informatie over gratis vaccinaties en medische diensten leidt. De campagneacties hebben bijna duizend instellingen, waaronder veertig kantoren van ChildFund Korea en achtenzestig partnerorganisaties, aangespoord om zich bij het initiatief aan te sluiten.

↓ Presentatievideo van de campagne The Life-Saving Receipt van het Koreaanse bureau Dminusone en de kinderbeschermingsorganisatie ChildFund Korea ↓

Vaccinatie van 0 tot 2,5 jaar

Op het platform Born in Brussels is er een pagina over de vaccinatie van de allerkleinsten, namelijk kinderen tussen 0 en 2,5 jaar. Vaccins verbeteren niet alleen overal ter wereld onze gezondheid, ze beschermen baby’s en jonge kinderen ook tegen bepaalde microben terwijl hun immuunsysteem nog in ontwikkeling is. Kinderen zijn tussen de leeftijd van twee maanden en twee jaar dus erg kwetsbaar. In België wordt er geen onderscheid gemaakt tussen gezinnen met een migratieachtergrond en Belgische gezinnen. Bij hun inschrijving in de gemeente waar ze wonen, moeten buitenlandse gezinnen een medische verklaring voorleggen waaruit blijkt dat het kind alle vereiste vaccinaties tegen polio heeft gehad. Verder biedt het Belgische gezondheidszorgsysteem gratis kinderopvang aan, via het ONE (Office de la Naissance et de l’Enfance) in Wallonië en Brussel, en via Kind en Gezin in Vlaanderen.

→ Vaccanieschema

Samuel Walheer

 

 

 

Kinderbijslag: een aanzienlijke steun voor veel gezinnen in Brussel

Kinderbijslag: een aanzienlijke steun In Brussel beschikken niet alle gezinnen over dezelfde financiële middelen. Iriscare, een bicommunautaire instelling van openbaar nut (OIP), heeft onlangs cijfers bekendgemaakt over de kinderbijslag en de sociale toeslag (berekend op basis van het gezinsinkomen, het totale kadastrale inkomen, de gezinssamenstelling en de leeftijd van het kind). Deze voorlopige cijfers, die betrekking hebben op het jaar 2025, geven niettemin een goed beeld van de realiteit waarmee veel gezinnen in Brussel te maken hebben.

Ter herinnering: Iriscare is het belangrijkste aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met sociale bescherming in het Brussels Gewest. Samen met haar partners zorgt Iriscare ervoor dat alle Brusselaars krijgen waar ze recht op hebben: van kinderbijslag tot zorg- en begeleidingsdiensten voor ouderen en personen met een beperking. “Toegankelijkheid, professionaliteit en kwaliteit, elke dag, voor iedereen.” Dat zijn de sleutelwoorden.

Volgens de door Iriscare bekendgemaakte cijfers hadden in december 2025 304.966 Brusselse kinderen recht op kinderbijslag. Daarvan ontvingen 128.222 kinderen naast het basisbedrag van hun kinderbijslag ook een sociale toeslag. Dit komt neer op 42,04 % van alle kinderen die in Brussel recht hebben op kinderbijslag.

{Persbericht van Iriscare}

In 2025 bedroeg het basisbedrag van de Brusselse kinderbijslag tussen €174,06 en €211,36 per maand per kind. Het bedrag hangt af van de leeftijd van het kind en, voor jongeren tussen 18 en 24 jaar, van het feit of zij al dan niet hoger onderwijs volgen.

Gezinnen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen boven op dat basisbedrag een sociale toeslag ontvangen. Die toeslag houdt rekening met het gezinsinkomen, het totale kadastrale inkomen, de gezinssamenstelling en de leeftijd van het kind.

Automatische controle op basis van fiscale gegevens

De cijfers voor 2025 zijn voorlopig. De definitieve cijfers kunnen pas worden vastgesteld nadat de FOD Financiën in 2027 de fiscale gegevens heeft doorgestuurd. Op basis van die gegevens wordt automatisch nagegaan of gezinnen recht hadden op een sociale toeslag.

Die controle kan nog een belangrijke impact hebben. Uit eerdere jaren blijkt dat het aandeel kinderen met een sociale toeslag na de verwerking van de fiscale gegevens sterk kan stijgen. Zo ging het aandeel in 2023 van 42,1% op basis van voorlopige cijfers naar 57,5% na de definitieve verwerking. Ook in 2020, 2021 en 2022 steeg het aandeel nog met respectievelijk 14,6, 14,9 en 18 procentpunt.

Dankzij die automatische controle kunnen ook kinderen worden geïdentificeerd van wie de ouders hun inkomen niet zelf hebben opgegeven, maar die wel recht hadden op een sociale toeslag. Het omgekeerde kan ook: als uit de fiscale gegevens blijkt dat een gezin geen of minder recht had op een sociale toeslag, kan een deel van het bedrag worden teruggevorderd.

Sterkste concentratie in de grote Brusselse gemeenten

De hoogste aandelen kinderen met een sociale toeslag worden geregistreerd in Sint-Joost-ten-Node, Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht, Brussel-Stad en Schaarbeek. Dat wijst erop dat in deze gemeenten relatief veel kinderen opgroeien in gezinnen met een beperkt inkomen. Tegelijk gaat het om gemeenten met een grote bevolking en veel gezinnen, waardoor ook het absolute aantal kinderen met recht op een sociale toeslag er hoger ligt.

“De kinderbijslag is er voor elk kind. Tegelijk weten we dat niet elk gezin dezelfde financiële draagkracht heeft. Sociale toeslagen zorgen ervoor dat de Brusselse kinderbijslag beter rekening houdt met de realiteit van gezinnen. In een grootstedelijke context als Brussel, waar de verschillen tussen gezinnen groot zijn, blijft dat een belangrijk instrument om kinderen zo gericht en rechtvaardig mogelijk te ondersteunen,” zegt Tania Dekens, directeur-generaal van Iriscare.

Gedeeld door Samuel Walheer

Projectoproep: nieuwe kinderopvangplaatsen in Wallonië en binnenkort ook in Brussel, tegen eind 2028

In de Federatie Wallonië-Brussel is er nog steeds een schrijnend plaatstekort in de kinderopvang. In die context lanceren het ONE (Office de la naissance et de l’enfance) en de SPW-IAS (de Waalse Overheidsdienst die bevoegd is voor binnenlandse zaken en welzijn) een projectoproep. De doelstelling: miniopvangvoorzieningen voor gezinnen aanbieden.

Het gaat om een proefproject om miniopvangvoorzieningen op te zetten binnen de kinderopvangdiensten (services d’accueil d’enfants of SAE). De door het ONE vergunde organiserende instanties van kinderopvangdiensten in Wallonië kunnen hun kandidaatstelling tot 15 september 2026 indienen via de website van het ONE. Er komt binnenkort waarschijnlijk ook zo’n projectoproep voor Brussel.

Met dit initiatief willen het ONE, de Federatie Wallonië-Brussel en Wallonië een nieuw kinderopvangmodel uitproberen. De miniopvangvoorzieningen vallen onder een kinderopvangdienst (SAE) en werken in groepen van minimaal twee en maximaal vier miniopvangopties. Ze bieden plaats aan maximaal acht kinderen (voltijdse equivalenten) en er kunnen hoogstens tien kinderen tegelijkertijd aanwezig zijn. Het idee achter het project is om duurzame lokale opvangplaatsen te creëren die goed aansluiten bij de behoeften van gezinnen, met extra ondersteuning en psychologisch, medisch en sociaal personeel.

Wie kan meedoen en hoe?

De projectoproep is bedoeld voor door het ONE vergunde organiserende instanties van kinderopvangdiensten die in Wallonië gevestigd zijn. Het ONE herinnert er op zijn website aan dat “als de kinderopvangdienst (SAE) geen zakelijk recht heeft op het gebouw in kwestie, hij een samenwerking kan aangaan met de actoren die dat recht wel hebben (een gemeente, een OCMW, enz.), een vzw, een openbare huisvestingsmaatschappij, een stichting of een als sociale onderneming erkende coöperatie.”

Alle deelname- en financieringsvoorwaarden, selectiecriteria en de planning van de projectoproep staan hier:

NB De dossiers moeten uiterlijk op 15 september 2026 en uitsluitend via ONE in een nieuw tabblad worden ingediend.

Nieuwe kinderopvangplaatsen creëren!

Dit proefproject met miniopvangvoorzieningen is meer dan welkom. Als dit doorgaat, zouden er veertig kunnen worden opgezet. Dat komt neer op meer dan driehonderd nieuwe plaatsen tegen eind 2028. Kinderopvangdiensten die interesse hebben in de projectoproep, kunnen rekenen op de volgende steun:

  • een tegemoetkoming van het ONE voor de financiering van het personeel;
  • medefinanciering in het kader van de werkgelegenheidssteun (aide à l’emploi of APE);
  • een tegemoetkoming van de SPW-IAS voor de infrastructuur, inrichting en uitrusting van de lokalen.

→ Meer informatie:

Helpdesk van het ONE: 02 542 14 45
mini-accueils@one.be

Voor vragen over de infrastructuursubsidie en de ondersteuning voor zelfstandige duokinderopvangdiensten:  

SPW-IAS
081 32 72 16
infracreches.social@spw.wallonie.be

Het ONE vermeldt op zijn website dat de betrokken federaties (FSMI, COSEGE, UNESSA, FILE) organiserende instanties ook kunnen begeleiden bij de voorbereiding van hun project, vooral voor de aspecten die verband houden met het arbeidsrecht.

Samuel Walheer

 

 

Nu officieel vijf extra dagen verlof na de geboorte van een kind!

Er is één bijzondere voorwaarde: dat verlof moet ofwel door de moeder, ofwel door de vader of co-ouder worden gebruikt. Voor de Ligue des familles – die hier een van haar prioriteiten van heeft gemaakt – is de verlenging van het geboorteverlof een kleine overwinning. Die paar dagen extra zijn inderdaad meer dan welkom om bij de pasgeborene te blijven en hem of haar vanaf de eerste levensdagen te begeleiden.

In België bedraagt het moederschapsverlof voor werknemers vijftien weken. Het is onlangs verlengd voor zelfstandigen. Sinds januari 2023 is het vaderschaps- en co-ouderschapsverlof in België uitgebreid van drie naar vier weken. Een duidelijke evolutie die bijna twintig jaar op zich heeft laten wachten. Maar het idee om het verlof uit te breiden of zelfs te verplichten speelde al langer. We weten immers allemaal dat het essentieel is dat papa’s aanwezig zijn, vooral tijdens de eerste weken, om de mama’s zo goed mogelijk te ondersteunen bij de uitdagingen die de komst van een baby met zich meebrengt.

Financieel gezien krijgen vaders en co-ouders die in loondienst zijn tijdens het geboorteverlof 82% van het maximale loon. Tijdens het moederschapsverlof krijgt de mama de eerste dertig dagen 82% van haar loon zonder maximumgrens en daarna 75% van het maximale loon. Zelfstandigen krijgen een vast bedrag. Ouders die bij de overheid werken, blijven hun loon ontvangen. De Ligue des familles stelt de vraag: “Hoeveel krijg loon krijgen ouders dan voor dat extra verlof?”

{Persbericht van de Ligue des familles.}

De federale regering kondigt vijf extra vrije dagen aan bij de geboorte van een kind. Op die positieve maatregel hoopt de Ligue des familles al jaren. De Ligue des familles betreurt dat die dagen worden toegekend in de vorm van een recht dat tussen ouders kan worden overgedragen, omdat die regeling de vooruitgang naar echte gelijkheid tussen ouders zou kunnen afremmen.

“De verlenging van het geboorteverlof en het moederschapsverlof is al jaren een van onze belangrijkste strijdpunten, en we zijn dan ook heel blij met deze stap vooruit. Het zwangerschapsverlof voor Belgische moeders is nog steeds een van de kortste van Europa.”

De Ligue des familles vreest echter dat die maatregel een van de belangrijkste doelstellingen mist: vaders en co-ouders meer betrekken bij de gezinstaken. Want in andere landen waar zo’n systeem is ingevoerd, maken vooral moeders gebruik van dat overdraagbare verlof.

Verlenging mag niet ten koste gaan van individuele rechten

Daarom betreurt de Ligue des familles dat die vijf extra dagen maar door één van de twee ouders (naar keuze) kan worden opgenomen. Hoewel het de bedoeling is om gezinnen meer te ondersteunen, dreigt dit overdraagbare verlof een van zijn belangrijkste doelstellingen te missen: vaders en co-ouders meer betrekken bij de gezinstaken.

Uit de gegevens van landen die overdraagbaar ouderschapsverlof hebben ingevoerd, blijkt namelijk dat vooral moeders er gebruik van maken. Die maatregel zou er dus toe kunnen bijdragen dat de nu al grote ongelijkheden in de verdeling van de gezinsverantwoordelijkheden blijven bestaan of zelfs nog groter worden… in plaats van dat ze worden weggewerkt.

Eis van Ligue des familles wordt werkelijkheid

Die vijf extra dagen zijn een eerste concrete stap in de uitvoering van het project rond het familiekrediet dat in het regeerakkoord is vastgelegd. Dat is bedoeld om verschillende bestaande verlofvormen (moederschaps- en geboorteverlof, tijdskrediet) geleidelijk te vervangen door een systeem van kindgerelateerd verlof dat tussen de ouders wordt verdeeld.

De Ligue des familles heeft al meermaals gewaarschuwd voor de risico’s van dit model. “We staan achter het idee om de verlofperiodes voor gezinnen te verlengen, maar niet ten koste van de individuele rechten van ouders”, benadrukt Céline Cocq, studieverantwoordelijke bij de Ligue des familles. “Een systeem met een gemeenschappelijk verlofkrediet kan de ongelijkheid tussen ouders vergroten en nieuwe problemen veroorzaken voor gescheiden gezinnen.”

Hoewel het de bedoeling was om het systeem van gezinsverlof te vereenvoudigen, dreigt het familiekrediet juist voor extra administratieve rompslomp te zorgen, zowel voor gezinnen als voor werkgevers. Daarnaast is de uitvoering ervan onduidelijk wanneer de ouders verschillende beroepsstatussen hebben (werknemer, zelfstandige of ambtenaar).

De Ligue des familles pleit voor gelijk verlof voor alle ouders. De organisatie herhaalt haar verzoek om het geboorteverlof geleidelijk te verlengen tot vijftien weken, net als het moederschapsverlof, en om het geboorteverlof gedeeltelijk verplicht te maken. Het is tijd om de rol van vaders en co-ouders bij de kinderen vanaf de geboorte volledig te ondersteunen.

Gedeeld door Samuel Walheer

 

 

“Laten we komaf maken met de barrières!”: de WGO-campagne voor Wereldhepatitisdag

Zoals elk jaar is het op 28 juli Wereldhepatitisdag. Om het grote publiek bewust te maken van virale hepatitis – ontstekingsziekten van de lever die tot ernstige complicaties of zelfs kanker kunnen leiden – organiseert de WGO (Wereldgezondheidsorganisatie) een wereldwijde campagne met de slogan “Hepatitis: laten we komaf maken met de barrières!” Een krachtige preventieve boodschap die tot doel heeft de toegang voor de meest kwetsbaren te verbeteren, vaccinatie te bevorderen en tegen 2030 een betere volksgezondheid te garanderen. 

Ter gelegenheid van Wereldhepatitisdag steekt de WGO haar campagne uit 2025 in een nieuw jasje en maakt ze duidelijk wat er op het spel staat: “Er moet dringend actie worden ondernomen om de financiële, sociale en structurele obstakels, waaronder stigmatisering, weg te nemen die de uitroeiing van hepatitis en de preventie van leverkanker in de weg staan.”

Ter herinnering, en zoals je kan lezen op de website van Vivalis (de administratie waar Born in Brussels deel van uitmaakt): “Om de volksgezondheid te beschermen, zijn gezondheidsprofessionals wettelijk verplicht om overdraagbare ziekten die voorkomen op de lijst van meldingsplichtige ziekten te melden.” Hepatitis A is een van deze ziekten en moet meteen worden gemeld zodra de diagnose is bevestigd.

Betere toegang tot screening en zorg tegen 2030

De campagne die de WGO opnieuw heeft gelanceerd, benadrukt de cruciale rol van gemeenschappen in de strijd tegen virale hepatitis. Met die campagne wil de WGO het bewustzijn verhogen van zowel het grote publiek als beleidsmakers, regeringen en nationale gezondheidsinstanties, door het stigma te verminderen en te pleiten voor een eerlijkere toegang tot screening en zorg.

Bovendien maakt de campagne deel uit van het regionale initiatief van de Wereldgezondheidsorganisatie om verschillende ziekten uit te roeien. Dat is gebaseerd op een geïntegreerde, persoonsgerichte aanpak om overdraagbare ziekten te bestrijden. In dat initiatief komen de inspanningen van verschillende programma’s samen dankzij gedeelde platforms voor het gezondheidszorgsysteem, de betrokken sectoren en de gemeenschappen, om zo de uitroeiingsdoelen sneller te bereiken.

“Effectieve vaccins, betrouwbare diagnoses en behandelingen tegen hepatitis B en C kunnen infecties voorkomen en levens redden. De campagne van 2026 is een oproep voor meer politiek engagement en duurzame investeringen om de toegang tot preventie, screening en behandeling uit te breiden en om komaf te maken met virale hepatitis als bedreiging voor de volksgezondheid tegen 2030.” Dat verduidelijkt de WGO op haar website.

WGO (Wereldgezondheidsorganisatie) ©

Oproep tot actie

De WGO deelt een paar belangrijke boodschappen met het grote publiek:

  • “Laat je testen op hepatitis B en C.
  • Zorg ervoor dat er tijdens de zwangerschap systematisch op hepatitis B wordt getest en dat er, zo nodig, antivirale profylaxe wordt gegeven als onderdeel van de drievoudige uitroeiing van hiv, hepatitis en syfilis.
  • Geef pasgeborenen binnen 24 uur na de geboorte een dosis hepatitis B-vaccin en zorg ervoor dat ze alle doses krijgen waarin het vaccinatieschema voor kinderen voorziet.
  • Informeer je en praat met je zorgprofessional over het belang van vroege opsporing en behandeling.”

Gezamenlijke inspanning

Daarnaast worden nog andere belangrijke boodschappen gericht aan beleidsmakers, regeringen en nationale gezondheidsinstanties:

  • “Verhoog het bewustzijn en verbeter de vroege opsporing en behandeling, met speciale aandacht voor hoogrisicogroepen.
  • Zorg ervoor dat alle pasgeborenen het hepatitis B-vaccin krijgen, maak bloedtransfusies en injecties veiliger en breid risicobeperkingsdiensten uit.
  • Verbeter de toegang tot betaalbare in de eerstelijnszorg geïntegreerde screenings- en behandelingsdiensten, en breid het aanbod van geïntegreerde en betaalbare diensten voor de bestrijding van hepatitis uit.
  • Integreer de behandelingsdiensten voor hepatitis in de universele gezondheidsdekking, zodat screening en behandeling toegankelijker worden.
  • Betrek belanghebbende partijen en gemeenschappen om de financiering te ondersteunen en op gegevens gebaseerde vooruitgang te stimuleren.”

In Brussel

Om de gezondheid van burgers te beschermen, zijn gezondheidsprofessionals wettelijk verplicht om overdraagbare ziekten die voorkomen op de lijst van meldingsplichtige ziekten te melden. Het toezicht op die ziekten is een van de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

“Ziekten die een mogelijk gevaar vormen voor de bevolking en die dringende maatregelen vereisen, moeten onmiddellijk telefonisch worden gemeld op 02 552 01 91 na de diagnose (vermoedelijke en bevestigde gevallen) of bij een testresultaat waaruit de meldingsplicht volgt. Die telefonische melding wordt vervolgens binnen 12 uur bevestigd door een elektronische melding.” Dat lezen we op de website van Vivalis, de administratie van de GGC.

Samuel Walheer