Author Archives: Samuel

Nieuwe regering en gendergelijkheid: de Brusselse Raad CEFH reageert…

Na de vorming van onze nieuwe regering zijn gelijkheidsvraagstukken een prioriteit. Ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag op 8 maart deelt Born in Brussels de recente reactie van de Brusselse Raad voor Gelijkheid tussen Vrouwen en Mannen (RGVM): “De ongelijkheid tussen vrouwen en mannen is een structurele ongelijkheid die andere vormen van discriminatie beïnvloedt en versterkt. Om een inclusieve regio te zijn en te profiteren van de diversiteit van haar bevolking, moet Brussel effectieve gelijkheid tussen vrouwen en mannen tot een prioriteit maken.”

De ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog steeds duidelijk aanwezig in de hoofdstad en, meer in het algemeen, in de wereld. Voor alle vrouwen, toekomstige moeders, werkneemsters, mantelzorgers – en voor de hele sector van de kinderopvang, die voornamelijk uit vrouwen bestaat – lijkt het belangrijk om dit onderwerp aan te kaarten en erover te praten. In de hoop op echte gelijkheid tussen mannen en vrouwen en op een betere wereld.

{Persbericht van de Brusselse Raad voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (RGVM)}

Hoewel de RGVM zich ervan bewust is dat de GBV een stappenplan is dat nog verder moet worden uitgewerkt, vraagt hij zich af welke plaats gendergelijkheid werkelijk in de grote beleidswerven van de nieuwe gewestelijke meerderheid zal innemen.

Een nog onvoldoende gestructureerd streven naar gelijkheid

De RGVM juicht de numerieke gelijkheid binnen de regering toe, maar stelt niettemin vast dat drie van de vier vrouwen tot staatssecretaris werden benoemd, wat vragen aangaande het daadwerkelijke evenwicht in de verantwoordelijkheden oproept.

Meer in het algemeen maakt de Raad zich zorgen over de geringe zichtbaarheid van gendermainstreaming en genderbudgeting in de GBV, terwijl dit sinds 2012 wettelijke verplichtingen zijn. Gelijkheid tussen vrouwen en mannen kan geen impliciet beginsel zijn: er moeten expliciete en meetbare verbintenissen worden aangegaan.

Aanhoudende ongelijkheden op het gebied van tewerkstelling

In een context van een moratorium op de openbare tewerkstelling en van vermindering van de subsidies waarschuwt de RGVM: deze maatregelen kunnen onevenredige gevolgen hebben voor vrouwen, die in de betrokken sectoren in de meerderheid zijn.

De regering heeft bovendien als doelstelling om “te streven naar een tewerkstellingsgraad van 70% in 2030“. De tewerkstellingsgraad van vrouwen blijft echter aanzienlijk lager dan die van mannen. Deze doelstelling zal niet kunnen worden bereikt zonder specifieke acties ten gunste van vrouwen:

  • Toename van het aantal kinderopvangplaatsen;
  • Beroepsopleidingen die aan de realiteit van vrouwen zijn aangepast;
  • Ondersteuning van mantelzorgers;
  • Vervrouwelijking van sectoren die vandaag bijna uitsluitend mannelijk zijn;
  • Bestrijding van discriminatie bij aanwerving en seksistisch en seksueel geweld op het werk;
  • Gerichte begeleiding van vrouwen door Actiris, de VDAB, …

Ongelijkheid tussen vrouwen en mannen is een structurerende ongelijkheid die andere vormen van discriminatie beïnvloedt en versterkt. Om een inclusief Gewest te zijn en van de diversiteit van zijn bevolking te kunnen genieten, moet Brussel van de effectieve gelijkheid tussen vrouwen en mannen een prioriteit maken.

Te concretiseren verbintenissen en te handhaven institutionele waarborgen

Bovendien roept de RGVM de regering op om de opname van diversiteits- en gelijkheidsclausules in overheidsopdrachten eindelijk te concretiseren, zoals in april 2025 naar aanleiding van de dreigementen van de Donald Trump-administratie publiekelijk werd aangekondigd.

Nu de RGVM heeft vernomen dat de Commissie voor gelijke kansen en vrouwenrechten van het Brussels Parlement wordt bedreigd, wil hij zijn volledige steun voor het behoud ervan opnieuw bevestigen.

Uit vrees voor zijn eigen voortbestaan in de huidige context van administratieve hervormingen, vraagt de RGVM tot slot ook om het behoud van een volwaardige Raad die zich uitsluitend met gendergelijkheid bezighoudt en over voldoende middelen beschikt.

Ter herinnering…

De Brusselse Raad voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen (RGVM) is een officieel adviesorgaan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Raad bestaat onder meer uit sociale partners, vertegenwoordigers van de Franstalige en Nederlandstalige vrouwenraden, praktijkgerichte verenigingen en academici, en formuleert adviezen die representatief zijn voor het middenveld over alle aangelegenheden die een invloed kunnen hebben op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

→Website van RGVM

“Geen kinderen op straat”, kinderrechtenactivisten luiden de alarmbel!

In Brussel brengen nog steeds veel kinderen en hun gezinnen de nacht buiten door! De Délégué général aux droits de l’enfant (DGDE) en het Kinderrechtencommissariaat (KRC) luiden met spoed de alarmbel! Een onaanvaardbare realiteit die nochtans deel uitmaakt van de fundamentele rechten van het kind. De twee organisaties die opkomen voor de rechten en belangen van kinderen in Wallonië, Brussel en Vlaanderen roepen op tot onmiddellijke maatregelen en begeleiden hun eisen met de volgende boodschap: “Geen enkel kind zou buiten moeten slapen, ongeacht de administratieve situatie van zijn familie of het geldende overheidsbeleid.”

{Persbericht van DGDE en KRC}

Bevindingen van actoren in het veld

Hoewel in heel België een probleem, is de situatie in Brussel bijzonder nijpend. Het fenomeen van dakloosheid treft een veel grotere bevolkingsgroep dan in de openbare ruimte te zien is. Bij de laatste telling (2024) waren er in Brussel 9.777 dak- en thuislozen, waaronder 1.678 minderjarigen.

Om de recente evolutie van de situatie objectief te bekijken en de druk op de noodopvang te meten, hebben onze instellingen gezamenlijk Bruss’help en Samusocial geraadpleegd, twee essentiële actoren op het vlak van coördinatie en eerstelijnsinterventie. Hun bevindingen komen overeen: de aanvragen nemen toe, de voorzieningen raken overbelast en de weigeringen van opvang stapelen zich op. Samusocial moet dagelijks gezinnen weigeren en bevestigt dat er momenteel kinderen op straat leven in Brussel.

Quelques données chiffrées

Er bestaan geen volledige en up-to-date cijfers over het aantal mensen dat “op straat” leeft. Weigeringen van opvang zijn daarom een belangrijke indicator voor het aantal kinderen en gezinnen zonder onderdak. Daar bovenop komt dat sommige gezinnen in nood geen beroep (meer) doen op de voorzieningen. En dus een deel van die gezinnen niet gezien worden en niet in de tellingen zitten.

Deze gegevens moeten worden gelezen in het licht van een aanvullende realiteit: de “straat” beperkt zich niet tot de zichtbare openbare ruimte. Een deel van de gezinnen bevindt zich in situaties die “onder de radar” blijven, maar die absoluut ongepast zijn voor kinderen (sofaslapen bij kennissen, overnachten in auto of garagebox, kraakpanden), met grote risico’s voor hun veiligheid, de gezondheid en de ontwikkeling. Hier zijn enkele cijfers

  • een toename van het aantal weigeringen van opvang voor gezinnen met kinderen in 2025, met pieken tijdens de zomer;
  • een bijzonder opvallend signaal: tot 100 gezinnen geweigerd op één dag;
  • sinds 6 oktober gemiddeld 127 personen per week geweigerd, voornamelijk gezinnen met kinderen, vaak alleenstaande moeders met kinderen;

Risico op een “klif”-effect

Dit betekent dat vanaf 1 april 285 extra mensen, onder wie veel kinderen, de nacht op straat zullen doorbrengen, ook al is de situatie gezien het huidige aantal afwijzingen nu al kritiek.
Deze sluitingen zullen automatisch leiden tot nóg meer afwijzingen en meer kinderen zonder dak boven het hoofd.

Politieke keuzes hebben concrete gevolgen voor kinderen

Een optelsom van migratiebeleid, huiselijk en echtelijk geweld, uithuiszettingen en een gebrek aan geschikte huisvestingsoplossingen leidden tot de huidige situatie. Al deze evoluties versterken elkaar en treffen ook kinderen.

Opvangweigeringen, instabiele woon- en verblijfssituaties en de structurele capaciteitsdruk in residentiële opvang en andere stabiliserende woonvormen met begeleiding brengen de veiligheid, gezondheid, schoolloopbaan en ontwikkeling van kinderen rechtstreeks in gevaar. Gezinnen blijven langdurig in een noodsituatie steken bij gebrek aan opvang en passende oplossingen.

Collectieve verantwoordelijkheid: dringend actie nodig op alle beleidsniveaus

We herinneren de Belgische overheden eraan dat België in juni 2021 de Verklaring van Lissabon ondertekende. Hiermee verbond België zich ertoe dakloosheid te willen beëindigen tegen 2030.  De doelstellingen in de verklaring zijn als volgt:

  • Niemand slaapt op straat bij gebrek aan toegankelijke, veilige en geschikte noodopvang.
  • Niemand verblijft langer dan nodig in nood- of tijdelijke opvang  om een succesvolle overstap te maken naar een permanente huisvesting.
  • Niemand wordt ontslagen uit een instelling (bijvoorbeeld gevangenis, ziekenhuis, zorginstelling) zonder een passend huisvestingsaanbod.
  • Uithuiszettingen moeten waar mogelijk worden voorkomen en niemand wordt uit zijn huis gezet zonder hulp voor een passende huisvestingsoplossing, indien nodig.
  • Niemand wordt gediscrimineerd wegens zijn dak- of thuisloosheidsstatus.
    We roepen op tot een dringende gecoördineerde mobilisatie van de verschillende overheden: federaal, de gewesten, gemeenschappen, lokale besturen en OCMW’s. De bescherming van kinderen is een gedeelde verantwoordelijkheid.

Er bestaan oplossingen en die zijn gedocumenteerd, waaronder de oproep om het principe van “nul weigering voor gezinnen en geen enkel kind op straat” te hanteren, gedragen door het Comité voor Dringende Hulp en Sociale Inschakeling (Comité de l’Aide d’Urgence et de l’Insertion sociale – CU-CI) van Bruss’help.

Er zijn oplossingen!

We vragen om onmiddellijke en concrete maatregelen:

  • Zorg ervoor dat geen enkel kind buiten moet overnachten;
  • Behoud de 285 plaatsen die op 31 maart bedreigd worden en versterk de capaciteit voor gezinnen;
  • Veranker tijdelijk geopende opvangcapaciteit structureel wanneer de noden aanhouden;
  • Ontwikkel transitwoningen om te vermijden dat gezinnen na een uithuiszetting of bij het ontvluchten van intrafamiliaal geweld in de noodopvang terechtkomen.
  • Ondersteun mobiele teams en gezinsbegeleiding buiten de klassieke voorzieningen op een structurele, duurzame manier;
  • Versterk de toegang tot meer structurele opvang- en begeleidingsoplossingen, waaronder gespecialiseerde hulpverlening en jeugdhulp wanneer nodig, om kinderen duurzaam uit de noodsituatie te halen;
  • Zorg voor een planning die het permanente jojo-effect van openingen en sluitingen van noodopvangvoorzieningen vermijdt: dit is onwerkbaar voor teams en nefast voor de stabiliteit van kinderen.

Onze boodschap is simpel: geen kinderen op straat

Kinderen dak- en thuisloos laten is ontoelaatbaar en schendt de kinderrechten. “Geen kinderen op straat” is geen slogan of optie. Het is een minimale eis voor bescherming en waardigheid. Het Kinderrechtencommissariaat en de Délégué général aux droits de l’enfant blijven zich hiervoor inzetten en zullen de betrokken autoriteiten aanspreken om onmiddellijke en structurele maatregelen te nemen.

Wereldobesitasdag: voorkomen is beter dan genezen

4 maart 2026 is overal ter wereld een belangrijke dag. Het doel is zowel obesitas te bestrijden als het stigma errond te verminderen. In België treft die chronische ziekte ongeveer 6% van de kinderen tussen 2 en 17 jaar. De lichamelijke en geestelijke gevolgen zijn groot. Vaak worden alleen de ouders verantwoordelijk geacht. De realiteit is echter niet zo eenduidig. Ook genetische en omgevingsfactoren spelen immers een rol. Preventieve acties en gespecialiseerde centra zorgen voor bewustwording bij de jongste kinderen en hun gezinnen.

We zitten steeds meer, vinden industrieel en bewerkt voedsel in de winkelrekken, zijn altijd omringd door beeldschermen en moeten weerstaan aan marketing die ongezonde producten aanprijst. Zorgprofessionals, en in bredere zin onze samenleving, staan voor een grote uitdaging! Born in Brussels zet een aantal goede adviezen voor (toekomstige) ouders en hun kleine spruiten op een rijtje, en vermeldt ook initiatieven van de Europa Ziekenhuizen en de Iris Ziekenhuizen Zuid. Die twee centra bieden persoonlijke zorgtrajecten die evenwichtige voeding en een betere gezondheid beogen.

“Obesitas is een chronische en complexe aandoening met een grote impact op de levenskwaliteit. Het is een combinatie van lichamelijke, sociale en psychologische factoren.” Dat deelt het Rijksinstituut voor ziekte en invaliditeitsverzekering (RIZIV) mee.

Waar vind ik hulp?

Hoe voorzichtig (toekomstige) ouders ook zijn, het is niet altijd gemakkelijk om een ziekte te herkennen bij kinderen. Verschillende eerstelijnshulpverleners kunnen ingrijpen bij dieetproblemen en een afwijking op de groeicurve waarnemen: huisartsen, schoolartsen, kinderartsen, Kind en Gezin of het Franstalige ONE. Zo biedt het ONE vijftien onderzoeken tussen 0 en 3 jaar aan en drie onderzoeken tot 6 jaar. Een gezondheids- en welzijnsteam volgt gratis de ontwikkeling op van het kind op een aantal gebieden (zicht, gehoor, vaccinaties en voeding).

Meer informatie op de Franstalige website van het ONE

Individuele begeleiding

Als een zorgprofessional overgewicht of obesitas bij een kind heeft vastgesteld, is het ook mogelijk om een beroep te doen op het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV). Sinds december 2023 biedt het RIZIV begeleiding en zorg op maat van de situatie van het kind: terugbetaling van diëtetiek, een zorgtraject voor obesitas bij kinderen en zelfs gespecialiseerde zorg voor morbide of complexe obesitas.

→ Meer informatie

Ouders mogen zichzelf niet vergeten

Een kind krijgen betekent ook geconfronteerd worden met veel moeilijkheden. De gezondheid van de kinderen komt vaak op de eerste plaats en sommige ouders dreigen zichzelf te vergeten. Prof. dr. Bart Van der Schueren zegt daarover het volgende: “Voor een alleenstaande ouder met drie kinderen en een job is het moeilijk om de tijd te vinden om te sporten, te koken en je lichaam goed te verzorgen. Dankzij wetenschappelijk onderzoek weten we nu ook dat er een heel autonoom hormonaal circuit is dat ons gewicht regelt. Verrassend genoeg houden we ons gewicht goed vast en vallen we alleen af als er een probleem is (zoals een beginnende kanker). We hebben dus veel minder controle over ons gewicht dan we eerder dachten. Die nieuwe wetenschappelijke inzichten dwingen ons om mensen met obesitas te destigmatiseren.” Het begint erbij dat ouders beseffen hoe belangrijk voedingseducatie is voor hun kinderen en dat ze die inzichten kunnen toepassen.

Een allesomvattende behandeling in de Europa Ziekenhuizen

De obesitaskliniek van de Europa Ziekenhuizen werd onlangs gereorganiseerd over de twee sites. Het team werkt nauw samen met endocrinologen, diëtisten, voedingsdeskundigen, psychologen en slaapexperts.

“Elk geval is anders en vereist een specifieke aanpak. Dankzij die multidisciplinaire zorg kunnen we elke patiënt een oplossing op maat bieden”, zegt dr. Nijs, die deel uitmaakt van het team, op de webpagina van de kliniek.

Ook de Iris Ziekenhuizen Zuid komen in actie op 4 maart. Op de campus Etterbeek-Elsene wordt van 9 tot 16 uur een informatiestand opgezet om het publiek bewust te maken van de uitdagingen rond obesitas en bestaande oplossingen toe te lichten. De stand richt zich tot patiënten, hun familie en iedereen die meer wil weten over obesitas en de mogelijke oplossingen om obesitas te voorkomen of onder controle te houden. Bezoekers krijgen er persoonlijk advies en kunnen in gesprek gaan met gespecialiseerde professionals over de beste praktijken voor hun welzijn. Het is de bedoeling die problematiek beter te begrijpen en een gepaste, efficiënte manier te helpen vinden om ermee om te gaan. Tot slot staat ook een rondleiding in hun Gewichts- en gezondheidscentrum op het programma.

Voorkomen is beter dan genezen

Bepaalde omgevingsfactoren bevorderen gewichtstoename op jonge leeftijd, wat kan leiden tot overgewicht en zelfs obesitas bij kinderen. Als kinderen niet gestimuleerd en begeleid worden door hun omgeving, dreigen ze te sedentair te worden en een slechte levensstijl aan te nemen (weinig lichaamsbeweging in combinatie met een onevenwichtig dieet). Om de schadelijke effecten daarvan voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van kinderen tegen te gaan, is voeding de belangrijkste factor.

“Door de groeicurve van je kind op te volgen, kan je op tijd actie ondernemen. Je moet preventief actie ondernemen en erop letten dat je kind voldoende eet zonder zichzelf beperkingen op te leggen, maar ook niet te veel eet. Kinderen die snel eten, niet naar hun hongergevoel luisteren, meteen nog een portie nemen of twintig minuten na de maaltijd al een snack uit de kast nemen terwijl ze die energie niet nodig hebben, slaan nutteloze reserves op.” Dat verduidelijkt Mélissa Moretti, diëtist bij Clinique du Poids Junior van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola, in een interview van de RTBF-nieuwsdienst.

Gezonde levensstijl

Hoewel lichaamsbeweging niet altijd leidt tot gewichtsverlies, helpt het overgewicht en obesitas te voorkomen. Bewegen vermindert het risico op hart- en vaatziekten, diabetes en kanker en gaat stress en depressie tegen. Ouders die zelf actief of zelfs sportief zijn, geven het goede voorbeeld aan hun kinderen, wat uiteraard positief is. Naargelang van de capaciteiten en wensen van elk kind zet die aanmoediging om te sporten hen op weg naar een gezonde levensstijl. In combinatie met evenwichtige voeding kan dat het risico op overgewicht verminderen. Sciensano, de nationale onderzoeksinstelling voor volksgezondheid in België, geeft een paar voorbeelden van goede gewoonten voor ouders en kinderen: wandelen, rennen, zwemmen, fietsen, zelf koken, samen ontbijten en niet voor de televisie, gezonde tussendoortjes kiezen (fruit, zuivelproducten), geen maaltijden overslaan, rustig en op vaste tijden eten, zorgen voor gevarieerde en aangepaste maaltijden en zoete en zoute snacks vermijden.

Destigmatiseren

De ziekte wordt over het algemeen geassocieerd met een gebrek aan evenwicht tussen de opname en het verbruik van energie, wat volgens zorgprofessionals een nogal aanmatigende opvatting is. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) beschouwt obesitas bij kinderen sinds 1997 immers als een chronische ziekte. In tegenstelling tot sommige andere aandoeningen is obesitas duidelijk zichtbaar. Hoewel genetische factoren tot de belangrijkste oorzaken behoren, kan de ziekte ook door de omgeving worden getriggerd. Kinderen die te dik zijn, worden vaak gestigmatiseerd door hun omgeving en, bij uitbreiding, de samenleving. Nicolas Guggenbühl, professor voeding en dieetkunde aan de Brusselse Haute École Léonard de Vinci: “Die beschuldigende houding tegenover mensen met obesitas – het is je eigen schuld als je te dik bent – is problematisch. Die is nog steeds wijdverbreid, hoewel ze heel schadelijk en zeer contraproductief is voor de behandeling van obesitas.” 

 

Voedselhulp en armoede: steun ook de campagne #FRIGOVIDE!

#FrigoVide is de recente campagne die is gelanceerd door de actoren op het gebied van voedselhulp in Brussel en Wallonië. Aan het begin van dit jaar blijft voedselonzekerheid een veelbesproken onderwerp. En terecht, want de financiering door de overheid is sterk teruggeschroefd. Vrijwilligers en hulpverleners in het veld doen hun uiterste best om het hoofd boven water te houden. Maar de aanvragen blijven maar binnenstromen. Deze nieuwe alarmcampagne roept verenigingen op om de open brief te ondertekenen. Samen steun je zo het goede doel en zorg je dat de overheid in actie komt, in het belang van alle mensen en gezinnen die in armoede leven.

Zoals de beweging Federatie van de maatschappelijke diensten (FdSS), initiatiefnemer van de carte blanche, benadrukt: “Voeding is een fundamenteel mensenrecht, geen voorrecht!” Met deze campagne roept zij dan ook op om het recht op voedsel te waarborgen, de meest kwetsbaren te ondersteunen en te begeleiden en voedselhulporganisaties de middelen te geven om de huidige noodsituatie het hoofd te bieden.

→ De Carte Blanche ondertekenen

{Carte Blanche: Stormloop voor voedselhulp: een noodsituatie die men maar niet wil inzien}

Sinds het begin van dit jaar stellen we een ware stormloop op de sociale diensten vast. Over heel België komen duizenden mensen aankloppen bij de OCMW’s. Sinds 1 januari melden de eerste van ongeveer 180.000 uitgesloten werklozen zich bij de loketten van de sociale permanenties. De maatschappelijk werkers worden overstelpt met dossiers en de behandelingstermijnen lopen alsmaar op. Ondertussen hebben duizenden mensen geen inkomen meer en kunnen zij niet anders dan een beroep doen op voedselhulp. Zelfs wie uiteindelijk aanspraak kan maken op sociale bijstand, zal in een kwetsbare situatie blijven, en velen zullen langdurig voedselhulp nodig hebben.

De voormalige werklozen komen boven op de groepen die nu al sterk vertegenwoordigd zijn in de wachtrijen: leefloners, werknemers in onzekere jobs, studenten, eenoudergezinnen, zieken, alleenstaanden, mensen met een klein pensioen… Allemaal hebben ze één ding gemeen: ze moeten leven met een lege koelkast in een nochtans welgesteld land.

Een armoedeprobleem dat al jaren verergert

Voedselhulp staat aan het eind van de solidariteitsketen. Deze vorm van sociale bijstand komt pas in beeld wanneer mensen onder de armoedegrens leven en al op hun dieptepunt zitten. In België doen maar liefst 600.000 mensen[1] een beroep op voedselhulp. Al tientallen jaren stijgen zij in aantal: +30% sinds de periode vlak voor de coronacrisis. Maar hoewel de noden toenemen, verzwakt het sociale vangnet net. De opeenvolgende sociaal-economische hervormingen zijn doorgevoerd zonder rekening te houden met de gevolgen voor de meest kwetsbaren. Vooral de groepen die het zo al moeilijk hebben, worden hard getroffen: eenoudergezinnen, vrouwen, mensen die bijna met pensioen gaan, jongeren zonder werkervaring, enz.

Volgens een recent rapport van IWEPS zegt 14% van de vrouwen in Wallonië dat ze het zonder eten hebben moeten stellen om een kind of een naast familielid te eten te kunnen geven[2]. Wat zal dat cijfer in 2026 zijn?

#FrigoVide: genoeg is genoeg

Gezien deze omstandigheden raken de vrijwilligers en terreinwerkers in de voedselhulp steeds meer uitgeput. Ze moeten improviseren en puzzelen om de constante toevloed aan aanvragen zo goed mogelijk op te vangen. De beweging #FrigoVide werd opgestart om hun noodkreet te laten horen. Vandaag zijn de koelkasten leeg: niet alleen die van de mensen die om voedselhulp vragen, maar ook die van de diensten die hen zouden moeten kunnen helpen. Er gaat weinig overheidssteun naar voedselhulp en een groot deel van deze middelen zijn teruggeschroefd of geschrapt. De federale regering, die in 2025 nog 27 miljoen euro uittrok voor de aankoop van essentiële producten, heeft dat budget in 2026 teruggebracht tot 15 miljoen euro.

Hoe kunnen we een sociale noodsituatie aanpakken wanneer de middelen afgebouwd worden net nu de vraag de hoogte inschiet?

Eten is een fundamenteel mensenrecht, geen voorrecht!

Toch schuift de overheid haar verantwoordelijkheid af en laat ze overbelaste lokale diensten en overvraagde verenigingen alleen opdraaien voor wat eigenlijk tot de nationale solidariteit zou moeten behoren.

Onze eisen: tijd voor een echt recht op voedsel

Armoede overwinnen is een maatschappelijke keuze!

We roepen op om:

  • Het recht op voedsel te garanderen: we moeten ervoor zorgen dat iedereen de middelen heeft om op een waardige manier in essentiële behoeften te voorzien, te beginnen met toegang tot voedsel.
  • De meest kwetsbaren te ondersteunen en te begeleiden: daarvoor moeten maatschappelijk werkers en vrijwilligers in de voedselhulp en in de sociale en gezondheidssector in het algemeen over voldoende middelen beschikken om hun werk te doen.
  • Voedselhulporganisaties de middelen te geven om de huidige noodsituatie het hoofd te kunnen bieden: de aankoop van geschikte voedingsmiddelen financieren, ondersteuning bieden aan de logistieke en bevoorradingsplatformen die de organisaties op het terrein helpen, en voedselbonnen uitdelen aan de betrokken bevolkingsgroepen zodat zij zelf hun aankopen kunnen doen in de winkels.

Niemand zou ooit moeten kiezen tussen verwarming, verzorging en eten. Je eigen gezin te eten geven zou nooit mogen afhangen van een plekje in een rij. Toegang tot kwaliteitsvol voedsel is een fundamenteel mensenrecht. Dit mag geen budgettaire variabele zijn. We roepen de overheid dan ook op om van voedsel een prioriteit te maken en de nodige maatregelen te nemen om de uitdagingen aan te gaan.

→ Lees de volledige carte blanche

Resultaten enquête “Parlons enfance” van het ONE

Eind 2025 lanceerde het Office de la Naissance et de l’Enfance (ONE) de grote openbare enquête “Parlons enfance”. Meer dan tienduizend burgers, tieners, (toekomstige) ouders, alleenstaande ouders en grootouders konden hun mening geven over een reeks onderwerpen in verband met de kindertijd en het ouderschap. En zoals beloofd publiceert het ONE aan het begin van dit nieuwe jaar de eerste resultaten. Bekijk ze zeker eens!

Born in Brussels, het door Vivalis ontwikkelde onlineplatform met informatie en hulpmiddelen rond de perinatale periode in het Brusselse Gewest, heeft de enquête eerder al gedeeld in een Franstalig artikel: Vous aussi, participez à l’enquête « Parlons enfance » de l’ONE ! De enquête liep van 1 oktober tot en met 3 november 2025 en was bedoeld voor het grote publiek vanaf dertien jaar in de Federatie Wallonië-Brussel. De online vragenlijst was beschikbaar in negen talen en behandelde onderwerpen als de geboorte, de kindertijd, de adolescentie, het gezinsleven en de schooljaren.

Bijna negentigduizend antwoorden

“Met 10.155 deelnemers en 89.122 antwoorden was de openbare enquête een onverdeeld succes. Daaruit blijkt hoe belangrijk onderwerpen en kwesties in verband met kinderen, het ouderschap en het gezinsleven zijn voor het grote publiek. ‘Parlons Enfance’ is waarschijnlijk de grootste openbare raadpleging die ooit in de Federatie Wallonië-Brussel werd gehouden. De populariteit ervan getuigt van de uitgesproken wens, of zelfs de behoefte, van de bevolking om gehoord te worden en bij te dragen tot de verbetering van overheidsdiensten en de samenleving”, zegt Déborah Dewulf, algemeen bestuurder van het ONE.

Wat we moeten onthouden

Gezien de vele bijdragen en waardevolle getuigenissen, mogen we besluiten dat gezinnen vertrouwen hebben in de diensten van het ONE. De deelnemers konden zich aan de hand van korte of gemotiveerde antwoorden vrij uiten in de enquête, die bovendien voor iedereen toegankelijk was. In zijn persbericht vermeldt het ONE de belangrijkste punten:

  • het cruciale karakter van de ouder-kindrelatie voor het welzijn: het is bijna vanzelfsprekend en wordt door alle deelnemers beaamd: emotionele stabiliteit is essentieel voor de ontplooiing van kinderen en tieners. 68% van de volwassenen en 42% van de tieners geven dat aan.
  • de combinatie van drukke agenda’s en het gezinsleven: 26% van de deelnemers vinden het moeilijk om hun privé- en beroepsleven te combineren.
  • het onbehagen van 13- tot 18-jarigen en twijfels over ouderschap: 21% van de deelnemende tieners denken dat ze later geen kinderen willen.
  • de gigantische en onduidelijke digitale uitdagingen op het vlak van schermen, sociale media en AI: 8% van de deelnemers noemen schermen en sociale media een probleem en volgens 17% vormen ze een uitdaging voor de toekomst.
  • de wezenlijke en dringende verwachtingen ten opzichte van scholen, vooral rond geweld en pesten: 29% van de deelnemers leggen de nadruk op het geweld waarmee kinderen te maken hebben, en halen voornamelijk geweld tussen kinderen onderling aan.

→ Ontdek het volledige Franstalige samenvattende verslag van het ONE

“De resultaten van de enquête bevestigen duidelijk hoe cruciaal het is dat de kwaliteitsvolle overheidsdiensten van het ONE veelzijdig, gratis en toegankelijk zijn, als we een antwoord willen bieden op de problemen die burgers aankaarten”, besluit het ONE.

Twaalf grote thema’s

Volgens het ONE biedt deze grote openbare enquête een rijke waaier aan vragen over een breed scala aan onderwerpen. De analyse is nog maar net begonnen, maar we kunnen nu al een aantal hoofdthema’s vaststellen:

  • het cruciale karakter van de ouder-kindrelatie voor het welzijn;
  • het paradoxale standpunt van de samenleving over de plaats van kinderen;
  • de combinatie van drukke agenda’s en het gezinsleven;
  • het stijgende aantal factoren die bijdragen tot onbehagen: uitputting, competitie, rendabiliteit, prestatiedruk, angsten, buitensporige stress, twijfels, geweld, enz.;
  • de dringende noodzaak om het vertrouwen terug te winnen;
  • de behoefte aan sociale relaties, met minder virtuele en meer persoonlijke contacten;
  • de trieste overtuiging dat structurele hulp en behoeften geleidelijk afnemen;
  • het onbehagen van 13- tot 18-jarigen en twijfels over ouderschap;
  • een gebrek aan kennis over de diversiteit van de ONE-diensten;
  • de gigantische en onduidelijke digitale uitdagingen op het vlak van schermen, sociale media en AI;
  • de wezenlijke en dringende verwachtingen ten opzichte van scholen, vooral rond geweld en pesten;
  • de wens, of zelfs de behoefte, van de bevolking om gehoord te worden en actief bij te dragen tot de verbetering van overheidsdiensten en de samenleving.

↓ De belangrijkste bevindingen en toekomstvooruitzichten naar aanleiding van de grote online-enquête “Parlons enfance” van het ONE vind je hier (in het Frans) ↓