Author Archives: Samuel

Alarmerende toename van het aantal arme kinderen in Vlaanderen: experts trekken aan de alarmbel

Het agentschap Opgroeien – dat zich bezighoudt met kindergezondheid in het Vlaams Gewest – publiceerde onlangs enkele verontrustende cijfers over kinderarmoede. Uit die cijfers, die kenbaar werden gemaakt door het dagblad De Morgen, blijkt dat maar liefst 25.000 baby’s en kinderen jonger dan drie jaar in armoede leven in Vlaanderen. Dat cijfer is op twintig jaar tijd meer dan verdubbeld. Door de aanhoudende toename van het cijfer spreken experts zelfs van een alarmerende evolutie. Erger nog: dit zou schadelijke gevolgen hebben voor de algemene ontwikkeling van heel jonge kinderen.

Ter herinnering: volgens een rapport van Innocenti, het wereldwijd onderzoeks- en prognosecentrum van UNICEF, bedroeg de inkomensgerelateerde kinderarmoede tussen 2019 en 2021 14,9%. Hoewel het Vlaamse percentage met 7,3% lager ligt dan het Brusselse en Waalse, stijgt het nog elk jaar. Het gezinsinkomen heeft een onvermijdelijke invloed op hun levensstijl en leefomgeving. Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle liet er geen twijfel over bestaan tijdens zijn interview met het RTBF-journaal: “De cijfers tonen aan dat veel kinderen opgroeien in een kansarme omgeving, dat er beleidsinspanningen nodig zijn en dat elke dakloze of slecht gehuisveste persoon er één te veel is, maar dat de impact nog schadelijker is voor jongeren en kinderen“.

Toenemende armoede in Vlaanderen

Een gezin wordt als arm beschouwd als het onder de armoedegrens leeft. In 2021 was die vastgesteld op 1.366 euro voor een alleenstaande. Voor een huishouden van twee volwassenen en twee kinderen bedraagt die 2.868 euro per maand. Volgens het Vlaamse agentschap Opgroeien moet men de leefomstandigheden van een kind bekijken om te bepalen of het een risico op armoede loopt. Die leefomstandigheden worden beoordeeld aan de hand van zes indicatoren: beschikbaar maandinkomen, opleidingsniveau en beroepssituatie van de ouders, stimulatieniveau, huisvesting en gezondheid. Na de geboorte van een kind bezoeken de teams van Kind & Gezin de meeste nieuwe ouders. Op basis van hun rapporten moet dan, aan de hand van criteria, gekeken worden of het kind een onvoldoende resultaat scoort om zijn armoede te beoordelen. In Vlaanderen leeft één kind op tien in armoede. Volgens cijfers van het agentschap Opgroeien, die ingewonnen werden door de krant De Morgen, groeien in Vlaanderen 24.830 baby’s en peuters van drie jaar of jonger op in armoede. Dat is 12,6% van alle kinderen van die leeftijdscategorie.

“We moeten dit probleem op verschillende vlakken trachten aan te pakken.”

Armoede heeft een impact op veel andere rechten, zoals gezondheid, onderwijs en vrije tijd,” legt kinderrechtencommissaris Caroline Vrijens uit aan de krant De Zondag. “In de moeilijkste gevallen zien we vaak een armoedeprobleem. We moeten dit probleem op verschillende vlakken trachten aan te pakken. Mensen moeten voldoende financiële middelen hebben om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen en goed voor hun kinderen te kunnen zorgen in een thuis waar het goed leven is.” Algemeen afgevaardigde voor de rechten van het kind Solayman Laqdim beschrijft in een interview met de RTBF de bittere armoede waarin sommige kinderen leven als volgt: “Er wordt veel gepraat over kinderarmoede en ik wil benadrukken dat die hand in hand gaat met armoede bij ouders … Het gaat immers niet echt om arme kinderen: dit zijn kinderen die in een arm gezin leven. Op de lange termijn kan armoede een impact hebben op verschillende vlakken: ontwikkeling, scholing, fysieke en geestelijke gezondheid, carrièrevooruitzichten en zelfs levensverwachting.”

Een indicator om specifieke deprivatie bij kinderen te meten

“In haar persbericht van 18 oktober deelde de Koning Boudewijnstichting de laatste studie die ze liet uitvoeren naar kinderarmoede en meer bepaald naar wat men deprivatie noemt”, vervolgt de algemeen afgevaardigde voor de rechten van het kind. “Sinds 2018 gebruiken de EU-lidstaten naast het inkomen van de ouders een bijkomende indicator om kinderarmoede te meten: de specifieke deprivatie van kinderen. Die indicator meet de moeilijkheden die de kinderen op dagelijkse basis ervaren. Die kunnen verschillen van die van hun ouders.”

→ Lees het artikel over deze studie – Kinderarmoede: nieuwe invalshoeken voor analyse bij de Koning Boudewijnstichting

Hoe kunnen we het tij keren ?

Afgelopen juli trok de Vlaamse regering 7 miljoen euro uit voor de strijd tegen kinderarmoede. Het hoofddoel daarbij was om de lokale samenwerking in de strijd tegen dit groeiende probleem uit te breiden. Onlangs werd een projectoproep uitgeschreven om lokale partnernetwerken op te zetten, die loopt van 1 december 2023 tot 30 november 2025. Minister van Jeugd Benjamin Dalle (cd&v) huldigt het initiatief, maar tempert ook zijn enthousiasme bij zijn gesprek met het RTBF-journaal: “Vandaag de dag nemen verschillende instanties en organisaties goede initiatieven op lokaal niveau, maar op het vak van samenwerking valt er nog vooruitgang te boeken.” De nieuwe algemeen afgevaardigde voor de rechten van het kind, Solayman Laqdim, zegt dan weer het volgende tegen RBTF: “Als we het tij willen keren, moeten we ingrijpen op het niveau van zowel de instellingen als de sociale omgeving van kinderen. Om actie te kunnen ondernemen, moeten we een allesomvattende denkoefening houden over alle bevoegdheden en veel verder kijken dan enkel de persoonsgebonden aangelegenheden van de Franse Gemeenschap”.

Grondleggers van verandering

Hieronder vind je enkele organisaties die zich bezighouden met de strijd tegen kinderarmoede in België. Worden zij echte grondleggers van verandering ?

Tekst : Samuel Walheer

Epigenetica: hoe verklaren we de overdracht van intergenerationeel trauma ?

Kan een ouder een zelf opgelopen trauma doorgeven aan een kind? Het is een onderwerp dat vragen oproept en veel (toekomstige) ouders, maar ook volwassenen in wording raakt. Volgens wetenschappers kunnen trauma’s daadwerkelijk worden doorgegeven via de genen, hoewel dit niet altijd gebeurt. Bovenop die eventuele genetische erfenis, die biologisch is van aard, komt er nog een nieuwe dimensie die de epigenetica heet.

In de baarmoeder heeft een foetus genen die afkomstig zijn van beide ouders. Het kan misschien vreemd lijken, maar in die genen zijn al trauma’s ingeprent die de ene of de andere ouder heeft meegemaakt. Die kunnen soms worden doorgegeven van de ene generatie op de andere of zelfs over meerdere generaties heen. Sommige gebeurtenissen hebben immers een aanzienlijke impact op onze psyche en beïnvloeden ook wat experts de uitlezing van onze genen noemen. Bij die genen is alles dus niet in steen gebeiteld: ze evolueren waarschijnlijk eerder in de loop van ons leven. Maar hoe leg je uit dat een kind de gevolgen kan ondervinden van een trauma dat het zelf niet heeft meegemaakt ?

Wat is epigenetica ?

Met 46 chromosomen en ongeveer vijfentwintigduizend genen is ons genetisch erfgoed – in tegenstelling tot wat we misschien denken – veranderlijk en beïnvloedbaar. Jonathan Weitzman, professor genetica aan de Université Paris Cité, legt het in een interview met Radio France uit als volgt: “Voorheen dachten we dat we gedoemd waren onze genetische erfenis te ondergaan, maar de epigenetica brengt hoop, omdat niets vastligt. Een tweeling heeft hetzelfde genoom, maar maakt niet altijd dezelfde successen of mislukkingen mee. De epigenetica maakt een fijne en mogelijk omkeerbare uitlezing mogelijk, en biologen vinden het erg interessant om te leren dat identiteiten niet vastliggen, maar beïnvloedbaar zijn en beïnvloed worden.” Er is dus een belangrijk verband te leggen tussen de genetica, die genen bestudeert, en de epigenetica, die genmodulatie bestudeert.

Trauma behandelen om risico’s te voorkomen

Een pasgeboren kind erft ontegensprekelijk de genen van beide ouders. Voor het kind geboren wordt, hebben de ouders gebeurtenissen meegemaakt die een positieve of negatieve invloed op hen kunnen hebben gehad. Wanneer een gebeurtenis een trauma wordt, slaat de betrokkene het op. Het trauma zal onvermijdelijk gevolgen hebben, in verschillende mate, afhankelijk van het individu, en kan vervolgens een impact hebben op de epigenetica van nakomelingen. In een interview met de krant Le Soir licht klinisch psycholoog en docent aan de Universiteit van Lotharingen Evelyne Josse haar standpunt over epigenetische modificaties toe: “Stel dat ik een traumatische gebeurtenis meemaak en daarna niet meteen de hulp vind die ik nodig heb en dus blijf lijden, dan is het waarschijnlijk dat ik epigenetische veranderingen onderga. Als ik vervolgens ooit moeder of vader word, is het mogelijk dat mijn kind dit erft, met alle gevolgen van dien voor zijn geestelijke gezondheid. Let wel, het is maar een mogelijkheid, want ik draag slechts de helft van het genetisch materiaal aan wanneer het kind wordt verwekt”. In dat verband wijzen wetenschappers erop dat zowel de vader als de moeder kan bijdragen aan risico’s in verband met het doorgeven van trauma’s.

De omgevingsimpact, een onontkoombaar gegeven

Naast ons genetisch erfgoed (ons DNA) is er de omgeving waarin we opgroeien, die onvermijdelijk een invloed op ons uitoefent en gevolgen heeft voor onze genen. Om zo weinig mogelijk kans te hebben dat je genen doorgeeft die verstorend werken of die trauma’s in zich dragen, lijkt het nodig goed te zorgen voor jezelf en voor je geestelijke gezondheid. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan als mensen niet altijd op de hoogte zijn van risico’s of van hun eigen onbehagen. “Het probleem is dat we niet alles onder controle kunnen hebben, zeker niet als het over de omgeving gaat. Natuurlijk kunnen we proberen om een bepaalde levensstijl te hanteren, zoals beter eten, maar we hangen ook af van onze plaats in de maatschappij en onze sociale en economische status. Het lijkt me dus dat we een gedeelde verantwoordelijkheid hebben bij deze netelige kwestie van hoe de omgeving de epigenetica kan beïnvloeden en hoe onze genexpressie dus verloopt“, verklaart Francesca Merlin, doctor in de wijsbegeerte en onderzoeker bij het CRCN in Parijs, aan Radio France.

Een verantwoordelijke ouder worden

Als je een kind wilt, is er niets beter dan je kroost in de best mogelijke omstandigheden te kunnen verwelkomen. Natuurlijk moet iedereen zaaien naar de zak, en als je steun kunt krijgen van familie of goede vrienden, kan dat alleen maar goed zijn voor je kind en jezelf. Elke ouder doet dingen op zijn of haar manier en het belangrijkste lijkt te zijn om hun kind zich goed te zien ontwikkelen met respect voor de eigen grenzen. Het is zaak je best te doen, rekening houdend met je omgeving, je bewust te zijn van je gezondheidstoestand, goede leefgewoonten aan te nemen en ziekten te vermijden, om uiteindelijk het risico op negatieve gevolgen door je mogelijk overdraagbare genen te beperken. Tot slot moeten we erop toezien dat we ons zielenleed en trauma’s helen om eventuele epigenetische gevolgen voor toekomstige generaties te vermijden.

 

Tekst : Samuel Walheer

De sector van de kinderopvang vraagt substantiële hulp

Meer dan duizend mensen kwamen op woensdag 22 november samen in Brussel om hun ongenoegen te uiten over het gebrek aan financiële middelen en personeel in de sector van de kinderopvang. Met die actie wilden ze een hoger loon eisen en de afnemende belangstelling voor het beroep van kinderverzorger aan de kaak stellen, wat onvermijdelijk een tekort aan arbeidskrachten met zich meebrengt. Zowel de privé- als de overheidssector hebben het moeilijk en vragen om hulp.



Ze staan daarin lang niet alleen. Sinds begin dit jaar protesteren de verschillende commerciële en non-profitsectoren regelmatig. De professionals in de sector van de kinderopvang blijven zich inzetten om gehoord te worden en hun situatie te verbeteren. Ondanks de goede sfeer en de kleurrijke ballonnen die ze aan de hoofdzetel van de Federatie Wallonië-Brussel de lucht in lieten, leken de demonstranten van 22 november schoon genoeg te hebben van de desinteresse van onze regering.

Herwaardeer het beroep

Sinds de COVID-19-crisis worden een groot aantal beroepen als essentieel beschouwd. Het beroep van kinderverzorger, dat voornamelijk door vrouwen wordt uitgeoefend, staat in de lijst van cruciale sectoren en essentiële diensten (lijst op de website van de Algemene centrale van het ABVV), wat gerechtvaardigd is. Op een jong kind passen, is immers niet gemakkelijk, maar wat als je er alleen voor staat en zeven kinderen onder je hoede hebt? Om nog maar te zwijgen van de vele andere taken die tijdens een werkdag moeten worden uitgevoerd.

Eén ding is zeker: kinderverzorger worden is niet meer zo aantrekkelijk als vroeger en de belangstelling voor dat prachtige beroep lijkt nog af te nemen. De opleiding tot kinderverzorger werd vroeger in het middelbaar beroepsonderwijs gegeven, maar wordt sinds kort in bepaalde scholen als een professionele bachelor aangeboden. Dat zou onder andere een goede manier kunnen zijn om het beroep te beschermen en vooral nieuw leven in te blazen door de verloning aantrekkelijker te maken.

Er zijn veel vacatures, maar weinig belangstelling. Het aantal kandidaten dat reageert op een oproep is laag.
“Per vacature ontvangen op een maand tijd hoogstens vier of vijf cv’s. We hopen dus op aanzienlijke inspanningen, niet alleen door de erkenning van het beroep als knelpuntberoep, maar ook in de vorm van hele reeks maatregelen”, verduidelijkte Violaine Herbaux, voorzitter van het Office de la Naissance et de l’Enfance, tijdens het journaal van de RTBF.

Personeelstekort

Een plekje vinden in een kinderdagverblijf is soms een echte lijdensweg die heel wat geduld en doorzettingsvermogen van ouders vergt. In die context lanceerde Bénédicte Linard, de minister die in de Federatie Wallonië-Brussel bevoegd is voor jonge kinderen, in 2022 het Plan Cigogne om te zorgen voor bijna 575 nieuwe plaatsen in kinderdagverblijven in Brussel. Om die belofte na te komen, nieuwe ouders te helpen en kinderdagverblijven meer middelen te geven, is een enorme wervingscampagne voor kinderverzorgers nodig. Het aantal betogingen dat sinds het begin van het jaar is gehouden, toont immers aan dat de sector het moeilijk heeft en met een nijpend personeelstekort kampt.

Cathy Marcil, al twintig jaar kinderverzorger en vakbondsafgevaardigde bij de afdeling van de BBTK in La Louvière, uitte haar ongenoegen in een interview met RTL info: “We hebben extra handen nodig. De normale verhouding in kinderdagverblijven is één kinderverzorger per zeven kinderen. In werkelijkheid is dat, door afwezigheden door ziekte of burn-out, lang niet het geval. Soms moeten we in ons eentje voor veertien of meer kinderen zorgen.”

Te weinig erkenning

Naast het permanente personeelstekort door de lage belangstelling voor het beroep, afwezigheden door ziekte of kinderverzorgers die de sector verlaten, krijgen de werknemers ook te weinig erkenning. Corine Leire, al 37 jaar kinderverzorger, zei daarover aan RTL info: “Ik denk dat we aan het eind van ons Latijn zijn, we zijn het kotsbeu. We krijgen te weinig erkenning voor ons werk, we hebben een adempauze nodig. We gaan helemaal geradbraakt met pensioen, het is fysiek zwaar werk.”
Het is een veeleisend beroep en de eisen van de werknemers in de sector zijn duidelijk. Toch is er onvoldoende ondersteuning en zijn de middelen beperkt.

Sociaal Brussel : nieuwe online tools om het zoeken naar informatie over welzijn en gezondheid te vergemakkelijken

Social.Brussels (Sociaal Brussel – Bruxelles Social) is een tweetalige referentiesite die een overzicht biedt van de welzijns- en gezondheidsdiensten die beschikbaar zijn in het Brussels Gewest. Brusselaars kunnen er voortaan een eigen sociale kaart aanmaken en een persoonlijk overzicht opstellen. De toegang tot de hulp- en zorginstellingen is eenvoudig en op elk moment beschikbaar.

De organisatie Sociaal Brussel, die dertig jaar ervaring heeft, stelt een groot aantal vrij toegankelijke gegevens ter beschikking om opzoekingen over welzijn en gezondheidszorg voor de bewoners van Brussel te vergemakkelijken. De interactieve kaart biedt een virtuele toegang tot Franstalige en Nederlandstalige hulporganisaties en -diensten, maar inmiddels zijn er ook nieuwe functies beschikbaar op het gezondheidsportaal.

Welke nieuwe functies ?

De nieuwe functies van de website werden ingevoerd op initiatief van de werkgroep Toegang tot rechten, opgericht door het kabinet van minister Alain Maron (bevoegd voor Welzijn en Gezondheid). Ze zijn het resultaat van het werk van actoren in het veld.

Nieuwe functies die beschikbaar zijn via het “MY BRUSO”-account (online persoonlijk overzicht) zijn bijvoorbeeld:

– een lokale en/of thematische sociale kaart op maat

– een gepersonaliseerd sociaal overzicht met de mogelijkheid om actuele overzichten te delen

– identificatiefiches van organisaties of lijsten van organisaties die afgedrukt kunnen worden Het hele systeem is ontworpen om het mensen zo gemakkelijk mogelijk te maken om hulp en zorg te vinden.

Sociaal Brussel biedt video’s en handleidingen aan zodat iedereen optimaal gebruik kan maken van de beschikbare tools: https://sociaal.brussels/page/a-propos-de-la-carte-sociale.

Directe toegang tot de perinatale sector 

Op dit moment zijn er meer dan 630 rubrieken op de website van Sociaal Brussel, waarin het aanbod aan welzijns- en gezondheidsorganisaties en -diensten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt voorgesteld en geïnventariseerd. De rubrieken zijn georganiseerd in een boomstructuur en onderverdeeld in twintig activiteitensectoren, zoals jonge kinderen (0-3 jaar), eenoudergezinnen, geestelijke gezondheid, gelijkheid en diversiteit, gezondheidspromotie en personen met een handicap (Sociaal Brussel – Bruxelles Social).

Wat doet Sociaal Brussel precies ?

Sociaal Brussel is een virtuele tool voor professionals, netwerken, platformen, onderzoeksinstellingen en lokale en regionale politieke vertegenwoordigers in de welzijns- en gezondheidssector in het Brusselse Gewest.

De website bevat meer dan 4.100 Franstalige en Nederlandstalige adressen in de welzijns- en gezondheidszorg, informatiefiches, een interactieve kaart, tools om gegevens te exporteren en de mogelijkheid om een persoonlijk overzicht aan te maken. Het is voortaan ook mogelijk om een identificatiefiche van een organisatie of een lijst van organisaties af te drukken volgens een aantal parameters die ingesteld kunnen worden.

Bezoek de website van Sociaal Brussel : Sociaal Brussel – Bruxelles Social

Perinatale rouw : hoe ga je verder na de dood van je baby ? Een mama getuigt

Voor (toekomstige) ouders is het plotse overlijden van hun baby een onbeschrijflijke schok. Een trauma waarvan je moet herstellen en waar je als koppel mee moet leren leven. Maar hoe? Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie is er sprake van perinataal verlies wanneer een baby overlijdt tussen de 22e week van de zwangerschap en de zevende dag na de geboorte. In het tv-programma “Ça commence aujourd’hui” vertelt Samantha hoe complex het is om met het verlies van je baby om te gaan en hoe moeilijk het is om de fase van het overlijden te boven te komen.

Als je te weten komt dat je mama of papa gaat worden, razen er een heleboel emoties door je heen. Maar niets kan je echt voorbereiden op de ervaring om leven te schenken. En nog minder op een confrontatie met de dood. Bij prenataal verlies kan het om verschillende situaties gaan. Prenataal overlijden is meestal accidenteel. Het kan een miskraam zijn of de foetus kan overlijden in de baarmoeder. Samantha verloor haar baby aan het einde van haar zwangerschap, in de 38e week.

Ontmoeting tussen leven en dood

Samantha, die haar verhaal vertelt in het programma “Ça commence aujourd’hui” op France 2, woont sinds 2011 samen met Maxime.  Ze maken moeilijke tijden door, maar hun liefde overwint alles. In 2017 vraagt Samantha Maxime ten huwelijk en een paar jaar later is ze zwanger van hun eerste kindje. Ze geniet met volle teugen van haar eerste zwangerschap en wacht ongeduldig op de komst van hun zoontje. “Het was de perfecte zwangerschap. Ik had zelfs het geluk dat ik elke maand een echo kreeg. Voor de uitgerekende datum had ik een laatste consultatie. De vroedvrouw zei dat ik veel vruchtwater had, maar dat voor de rest alles in orde was. Ze zag verder niets vreemds en ik ging rustig naar huis. De volgende ochtend gebeurde er iets vreemds, ik voelde dat mijn baby helemaal niet meer bewoog. Ik maakte me op dat moment geen zorgen, ik dacht, ik ben 38 weken zwanger, het is bijna tijd, misschien kan hij niet meer bewegen, misschien heeft hij niet veel plaats meer.”

Slecht nieuws van de arts

Het is aanbevolen dat toekomstige mama’s tijdens hun zwangerschap opgevolgd worden door een gynaecoloog die ontwikkeling van de baby in de baarmoeder volgt. Door regelmatige controles met echografieën kunnen eventuele afwijkingen in verband met de foetus vastgesteld worden. Als de arts een probleem vaststelt, zoals een misvorming, een hoog risico op miskraam of overlijden van de foetus, moet hij of zij dat aan de toekomstige ouders vertellen. En dat veroorzaakt een schok bij de ouders. “Toen ik in het ziekenhuis aankwam, zei de gynaecoloog: ‘Wel, waar heeft hij zich verstopt?’ Ik antwoordde dat hij zich niet kon verstoppen, omdat ik 38 weken zwanger was. En zonder enige uitleg zei ze ‘het spijt me’. Toen gingen de artsen Max halen. Hij wist toen nog niets. Ik moest het hem vertellen. Ik zei hem: ‘Het is voorbij’. En toen ik dat zei, besefte ik het nog niet. Ik kon niet vatten wat er aan de hand was. Vanaf dat moment leek het alsof mijn hersenen uitgeschakeld waren. Ik liet alles gewoon over me heen komen,” vertelt Samantha tijdens de uitzending.

 

Hoe ga je om met dit verlies ?

De mededeling van de arts maakt uiteraard een heleboel emoties los bij de ouders, zoals woede, schaamte, verdriet of schuldgevoel. Het verlies verandert alles en ze moeten een manier vinden om ermee om te gaan. De mama en de papa ervaren deze schok op meerdere vlakken. Want een deel van jezelf verliezen, soms zelfs zonder het kleine wezentje te kunnen ontmoeten, of bevallen van een dode baby, is een traumatische ervaring.

De rouwverwerking bij de vrouw gebeurt vooral psychologisch en lichamelijk, met het fysieke herstelproces. Haar lichaam draagt sporen van het verlies van de baby. Voor de man zal het belangrijk zijn om sterk te lijken en zijn partner te steunen tijdens dit prenatale rouwproces.

Prenataal verlies kan een koppel heel erg onder druk zetten. Bij sommige ouders leidt dat tot een breuk, terwijl anderen net dichter bij elkaar komen door deze pijnlijke ervaring. Dat was het geval bij Samantha en Maxime. Ze zijn hun verlies samen te boven gekomen en geloven dat er nu een ster is die over hen waakt. Samantha vertelt: “De twee weken daarna waren we net robots, we lieten alles over ons heen komen. Maar een paar maanden later ontdekte ik dat ik opnieuw zwanger was. Dit keer verloopt alles perfect.”

Ondersteuning is belangrijk

Na de schok van het verlies is het koppel kwetsbaar en soms geïsoleerd. Op zo’n moment is het belangrijk om goed omringd te worden door familie of vrienden.

Als het isolement te zwaar begint te wegen, kunnen ouders geholpen worden door discussiegroepen op sociale netwerken. Daar kunnen ze praten met andere ouders die hetzelfde trauma hebben meegemaakt.

In Brussel zijn er zelfhulpgroepen voor ouders met een verlieservaring. Verenigingen verwijzen naar hen door. De groepen worden beheerd door professionals of vrijwilligers die soms zelf ook een verlies hebben geleden. Rouwende ouders die hun ervaring willen delen, kunnen steun putten uit die forums. Hier zijn een aantal links naar verenigingen en initiatieven waar je terecht kan:

 

Texte : Samuel Walheer