Author Archives: Samuel

Laten we samen de Internationale Dag van de Rechten van het Kind vieren!

Elk jaar op 20 november staan de rechten van kinderen centraal. Het is hét moment om stil te staan bij het ontstaan van deze dag, waarom ze zo belangrijk is, enkele actuele cijfers en wat deze dag betekent. Zo zijn er onder meer het jaarverslag van de algemeen afgevaardigde voor de rechten van het kind (Délégué général aux droits de l’enfant, hierna: DGDE), Unicef Frankrijk en zijn Observatorium voor de rechten van het kind en natuurlijk het Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Al deze initiatieven zetten zich in voor de rechten van kinderen in België en wereldwijd.

Ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind werd het verslag van de DGDE, Solayman Laqdim, voorgesteld aan het parlement en de regering van de Federatie Wallonië-Brussel en besproken tijdens een openbare zitting op 18 november. Eerder dit jaar publiceerde de DGDE ook een nieuw nummer van zijn online magazine Prends-en-d’la graine. Dit magazine behandelt op een moderne, toegankelijke en begrijpelijke manier thema’s rond kinderrechten. → Om de rechten van kinderen nog beter te verdedigen en te promoten, kreeg de website van de DGDE een volledige make-over.

“Op deze dag viert Unicef, het Kinderfonds van de Verenigde Naties, de vooruitgang die is geboekt om ervoor te zorgen dat elk kind, ongeacht wie het is, ten volle van zijn rechten kan genieten. Toch tonen de cijfers aan dat er nog enorme uitdagingen zijn om kinderrechten overal werkelijkheid te maken. Daarom strijdt Unicef al meer dan 75 jaar elke dag voor dit doel.” Unicef

Unicef

Om een beter beeld te krijgen van de complexe situaties waarin miljoenen kinderen wereldwijd leven, deelt Unicef enkele cijfers. Hoewel het Kinderrechtenverdrag het meest geratificeerde internationale verdrag inzake mensenrechten is, zijn kinderrechten nog lang niet vanzelfsprekend. Miljoenen kinderen moeten elke dag zien te overleven en hun fundamentele rechten opeisen:

  • Elk jaar sterven 1,7 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar door milieuproblemen die verergerd worden door klimaatverandering.
  • Wereldwijd gaan 250 miljoen kinderen tussen zes en achttien jaar niet naar school, waarvan 129 miljoen meisjes.
  • 200 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar lijden aan voedselarmoede, de belangrijkste oorzaak van ondervoeding.
  • Dagelijks sterven meer dan 1.000 kinderen jonger dan vijf jaar door vervuild water.

Het Franse Observatorium voor de rechten van het kind

Op de website van Unicef Frankrijk lezen we: “Het Observatorium is een uniek initiatief. Voor het eerst in Frankrijk ontwikkelt Unicef een oplossing om deze essentiële gegevens te benutten en zichtbaar te maken, zodat de situatie van kinderrechten, vooral in Frankrijk, beter kan worden geëvalueerd.” Het Observatorium is een online platform dat toegankelijk is voor het brede publiek, kinderrechtenactivisten, onderzoekers, instellingen en media, en werd opgericht door Unicef Frankrijk.  Het wil de toegang tot gegevens over kinderrechten vergemakkelijken en richt zich op zes thema’s: demografie, onderwijs, armoede, bescherming en migratie, gezondheid en mentale gezondheid, en de mening van het kind.

→ Meer over het Franse Observatorium voor de rechten van het kind – Unicef

Jaarverslag van de DGDE

In België heeft de DGDE, Solayman Laqdim, zijn jaarverslag gepubliceerd. Dit verslag schetst de stand van zaken van kinderrechten in Franstalig België. Het verslag draagt dit jaar de titel Des maux aux mots (Van pijn naar woord).  Op de website van de DGDE staat het volgende: “Deze nieuwe editie focust op de mentale gezondheid van jongeren, een cruciaal thema dat alle besproken onderwerpen doorkruist: school, digitalisering, pesten, handicap, ballingschap, jeugdhulp, vroege kinderjaren, ecologische kwesties en meer.  Het verslag benadrukt de alarmerende signalen van kinderwelzijn en pleit voor een samenleving die luistert, waar de stem van jongeren gehoord en serieus genomen wordt.”

→ Lees het jaarverslag 2025 van de DGDE

Verdrag inzake de Rechten van het Kind

Op 20 november 1989 werd in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties unaniem het Verdrag inzake de Rechten van het Kind aangenomen. Maar liefst 197 landen hebben zich ertoe verbonden dit verdrag na te leven. Omdat kinderen geen stemrecht hebben, zijn ze afhankelijk van volwassenen.  Dit verdrag herinnert ons eraan dat hun toekomst op het spel staat en dat ze rechten hebben. Het verdrag steunt op vier fundamentele principes: non-discriminatie, het belang van het kind staat voorop, het recht op leven, overleven en ontwikkeling en het respect voor de mening van het kind. “Het verdrag is meer dan een zeer symbolische tekst: het legt de fundamentele rechten van kinderen vast en is juridisch bindend voor de ondertekenende staten. Deze staten moeten regelmatig verslagen publiceren, zodat het VN-Comité voor de Rechten van het Kind de naleving kan controleren.“, aldus Unicef op zijn website. Vorig jaar vierde het Verdrag inzake de Rechten van het Kind zijn zesendertigste verjaardag.

→ Meer over het Verdrag inzake de Rechten van het Kind

 

 

Wereldprematurendag maakt de stille problematiek bespreekbaar

In België treft vroeggeboorte heel wat gezinnen, en wereldwijd worden elk jaar meer dan 13 miljoen baby’s te vroeg geboren. Vroeggeboorte is de belangrijkste oorzaak van kindersterfte en verantwoordelijk voor meer dan één op vijf overlijdens. Kinderen die te vroeg geboren worden, kunnen levenslang gezondheidsproblemen ondervinden en lopen meer risico op een handicap en ontwikkelingsachterstand. Op Wereldprematurendag, met als slogan “Geef premature baby’s een sterke start voor een hoopvolle toekomst.”, belicht Born in Brussels de oorsprong van deze dag, hoe je je steentje eraan kan bijdragen en deelt enkele artikels over dit thema.

De dag werd oorspronkelijk in 2008 gelanceerd door GFCNI (Global Foundation for the Care of Newborn Infants) samen met een groep van organisaties van Europese moeders. Het initiatief groeide snel en kreeg steun van internationale organisaties zoals LittleBigSouls (Afrika), March of Dimes (VS) en National Premmie Foundation (Australië). Meer dan honderd landen nemen deel aan bewustmakingscampagnes, acties of pleidooien en helpen zo verandering teweeg te brengen.

GFCNI is het eerste wereldwijde netwerk dat patiënten, families, zorgprofessionals, medisch personeel en wetenschappers uit verschillende disciplines en landen samenbrengt – allemaal met één gemeenschappelijk doel: de gezondheid van en kwaliteit van zorg voor pasgeborenen en hun families wereldwijd verbeteren. Wij dromen van een toekomst waarin elke baby de juiste zorg krijgt, op het juiste moment, op de juiste plaats!” lezen we op hun website.

GFCNI©

Hoe toon je jouw steun?

Deze dag dient niet alleen om ouders van premature kinderen een hart onder de riem te steken, te ijveren voor betere zorg voor die baby’s en minder vroeggeboorten, maar is ook een oproep aan het grote publiek en organisaties om hun steentje bij te dragen. Hoe?

  • Gebruik de kleur paars, symbool voor gevoeligheid en originaliteit.
  • Deel badges op sociale media met de boodschap: “World Prematurity Day” beschikbaar in veertig talen.
  • Voeg een banner toe aan de website, e-mailhandtekening of socialemediaprofielen van je organisatie.
  • Organiseer een eigen bewustmakingsactie met onze bekende tekening met de paarse sokken: één paars paar babysokken hangt tussen negen klassieke sokjes, als symbool dat één op tien baby’s te vroeg geboren wordt.

→ Doe mee aan de actie

De kangoeroethon: een marathon van tederheid voor pasgeborenen

Ken je de kangoeroethon al? Dat is een huid-op-huidmarathon die elk jaar plaatsvindt in neonatale intensivecareafdelingen over de hele wereld. Dit evenement, dat midden mei plaatsvindt, is overgewaaid uit Canada en is bedoeld om de eenvoudige maar revolutionaire kangoeroemethode te promoten. In België nemen verschillende ziekenhuizen deel aan de kangoeroethon, die mensen, warmte en verbinding centraal stelt in de zorg.

→ Een eenvoudige en revolutionaire praktijk

Vroeggeboorte: de WGO en UNICEF luiden de alarmbel

De afgelopen tien jaar zijn er ongeveer 152 miljoen baby’s te vroeg geboren volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) en het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF). Een op de tien baby’s wordt te vroeg geboren – en elke 40 seconden sterft een van hen. Ook de conflicten, klimaatsverandering en COVID-19-crisis verhogen de risico’s voor vrouwen en baby’s wereldwijd.

→ Lees het artikel

Revolutionair: vroeggeboorte voorspellen is binnenkort mogelijk

Een baanbrekende ontdekking in de perinatale zorg: een vroeggeboorte kan tot zeven dagen nauwkeurig worden voorspeld. Céline Mehats, directeur onderzoek bij Inserm (het Franse instituut voor gezondheid en medisch onderzoek) en specialist op het gebied van bevalling en vroeggeboorte aan het Cochin-instituut in Parijs, sprak onlangs in de podcast Naître van France Inter over deze belangrijke medische vooruitgang. De definitieve resultaten worden verwacht in 2027.

→ Lees het volledige artikel (in het Frans)

De app NeoParent bevordert de communicatie tussen zorgverleners en ouders in het UZ Brussel

Sinds kort werkt het UZ Brussel met de mobiele applicatie NeoParent op de dienst Neonatologie. Wat is het doel? De communicatie tussen zorgverleners en ouders van premature baby’s bevorderen. Via deze app kunnen ouders met het zorgteam communiceren over hun baby, gepersonaliseerde informatie ontvangen en foto’s van hun baby bekijken. Dankzij die mix van feitelijke informatie en emotionele momenten blijven ze verbonden met hun kindje in de couveuse.

→ Informatie over de applicatie

La peur au ventre: een krachtig getuigenis

Het boek La peur au ventre, dat in 2023 verscheen bij uitgeverij Kennes, is het aangrijpende verhaal van Caroline Fontenoy over haar ervaring met vroeggeboorte. Het is tegelijk een hoopvolle boodschap:  “Ik ben het levende bewijs dat prognoses soms ongelijk krijgen!” Daarnaast biedt het boek een diepgaande journalistieke blik op een onderwerp waarop nog vaak een taboe rust.

→ Meer over dit boek (Franstalig artikel)

Diabetes en de werkplek: wereldwijde preventie en ondersteuning

Op 14 november is het Werelddiabetesdag.  Dit jaar focust de International Diabetes Federation op het thema “diabetes en de werkplek”. Diabetes komt immers voor bij veel volwassenen, ouders, zwangere vrouwen en kersverse moeders. Vrouwen met zwangerschapsdiabetes lopen het risico om later diab 2 te ontwikkelen (waaraan 85% van de diabetici lijden). Om hen te ondersteunen worden maar liefst 166 activiteiten in 63 verschillende landen georganiseerd om het grote publiek en werkgevers meer bewust te maken van de oorzaken van de ziekte en de risico’s ervan te helpen voorkomen.

“Werelddiabetesdag is de grootste bewustmakingscampagne rond diabetes ter wereld en bereikt meer dan een miljard mensen in meer dan 160 landen. Die vindt elk jaar plaats op 14 november, de geboortedag van Sir Frederick Banting, die samen met Charles Best insuline ontdekte in 1922. De International Diabetes Federation riep Werelddiabetesdag in 1991 in het leven, in samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie. Sinds 2006 is die datum een van de officiële dagen van de Verenigde Naties, met de goedkeuring van VN-resolutie 61/225.” Dat schrijft de internationale federatie op haar website.

Concrete acties

De International Diabetes Federation nodigt internationale verenigingen, universiteiten, ziekenhuizen en volksgezondheidsinstanties uit om deel te nemen aan de internationale actie door in hun regio een activiteit te organiseren. Daarnaast stelt de federatie ook zelf bewustmakingsinitiatieven ter beschikking, zoals een vragenlijst die peilt naar hoe het welzijn van diabetespatiënten wordt beïnvloed doordat ze ook op hun werk met de ziekte moeten omgaan. Tot slot moedigt de federatie diabetespatiënten aan om hun ervaringen te delen om elkaar extra te ondersteunen, en zelfs een persoonlijke brief te sturen naar hun nationale minister van Volksgezondheid en de Verenigde Naties in Genève.

Association du Diabète en de Diabetes Liga in België

De Franstalige vzw Association du Diabète helpt sinds 1942 alle diabetici om met hun ziekte om te gaan. In Vlaanderen vervult de vzw Diabetes Liga die functie. Diabetici zelf en gezondheidsprofessionals slaan de handen ineen om:

  • preventie en vroegtijdige opsporing van de ziekte aan te moedigen;
  • diabetici, hun naasten en gezondheidsprofessionals actuele en wetenschappelijk correcte informatie aan te bieden;
  • de medische behandeling van patiënten te verbeteren om het risico op complicaties zoveel mogelijk te beperken;
  • diabetici te vertegenwoordigen bij gezondheidsautoriteiten;
  • fundamenteel en klinisch onderzoek te ondersteunen.

→ Evenementen rond diabetes voor gezondheidsprofessionals in 2025 (Franstalige website)

→ Website van de Diabetes Liga

Zwangerschapsdiabetes

Zwangerschapsdiabetes ontwikkelt zich over het algemeen rond het einde van het tweede trimester van de zwangerschap. Er treedt dan een hormonale verandering op gepaard met een hoge bloedsuikerspiegel die moeten worden opgevolgd. Als de hoge glucosewaarden in het bloed niet worden behandeld, kan de bevalling in gevaar komen. De gevolgen voor zowel de gezondheid van de toekomstige moeder als het welzijn van de baby kunnen ernstig zijn. Er zijn gelukkig een aantal manieren om zwangerschapsdiabetes zo doeltreffend mogelijk te voorkomen en te behandelen. Zo kunnen toekomstige moeders een screeningstest laten afnemen. Hoewel de symptomen van zwangerschapsdiabetes meestal aan het einde van de zwangerschap verdwijnen, is de kans dat ze jaren later alsnog diabetes type 2 krijgen groter omdat ze al eens diabetes hebben gehad. Vrouwen met diabetes die een kinderwens hebben, wordt sterk aangeraden om voor het begin van hun zwangerschap hun gynaecoloog te raadplegen om elk risico op complicaties te voorkomen.

Voorkomen is beter dan genezen

Bepaalde factoren verhogen het risico op zwangerschapsdiabetes: ouder zijn dan 35 jaar, overgewicht, diabetes hebben of kampen met een erfelijke voorgeschiedenis van diabetes type 2, enz. Dagelijks een gezonde levensstijl aannemen is dus noodzakelijk. Zo evenwichtig mogelijk leven heeft immers niet alleen maar lichamelijke voordelen, maar kan ook het risico op zwangerschapsdiabetes beperken. Hier zijn enkele tips:

  • Doe regelmatig fysieke inspanningen.
  • Eet evenwichtig en gevarieerd (eiwitten, fruit, voedingsmiddelen die rijk zijn aan vezels en calcium).
  • Geef de voorkeur aan voedingsmiddelen met een lage glycemische index en vermijd toegevoegde suikers of eet ze met mate.

Systematische screening

Er wordt aanbevolen om zwangere vrouwen systematisch te screenen tussen de vierentwintigste en achtentwintigste week van de zwangerschap. Bij een vermoeden van zwangerschapsdiabetes moet de diagnose worden bevestigd met een tweede test, de OGTT of orale glucosetolerantie test. Daarvoor moeten zwangere vrouwen naar een laboratorium met een voorschrift van hun gynaecoloog. Ze moeten dan een suikeroplossing drinken op een nuchtere maag. Vervolgens wordt het suikergehalte in het bloed gedurende twee tot drie uur in het oog gehouden aan de hand van bloedafnames. De resultaten worden volgens zeer strikte criteria geïnterpreteerd.

Apps om je diabetes te reguleren

Er bestaan verschillende apps die diabetes helpen reguleren. Bespreek ze altijd eerst met je arts voordat je ze gebruikt. Voorbeelden zijn Khteller, Gluci-check, DiabHealth, Diabète gourmand, Mon Glucocompteur, MySugr, VeryDiab, OneTouch en Fatsecret. De app DiabHealth bijvoorbeeld is iets meer dan twee jaar geleden ontwikkeld in Waver en ontworpen om het leven van mensen met diabetes te vereenvoudigen. DiabHealth kan onder andere gegevens over de patiënt verzamelen (bloedsuikerspiegel, maaltijden, sportactiviteiten) die nuttig kunnen zijn tijdens een consultatie in het ziekenhuis of bij een gezondheidsprofessional. De app zelf is gratis, maar bepaalde functies vereisen een maandelijkse bijdrage. Diabetici kunnen bijvoorbeeld een foto van hun bord delen met de app, die het koolhydraatgehalte van het voedsel beoordeelt. Zo kan de patiënt zijn benodigde insulinedoses berekenen. “Onze app dient om de mentale belasting van diabetici te verlichten. Ik ben heel blij dat mijn diabetes op die manier een echte meerwaarde heeft gevormd”, zei Gauthier Bohyn, medeoprichter van de applicatie, aan La Libre.

→ Naar de applicatie

Doe de online test

Multipharma Group organiseert tests op diabetes type 2 in haar 243 apotheken. Daarvoor gebruikt ze de internationaal erkende screeningstest, Findrisc (Finnish Diabetes Risk Score) die het risico meet op het ontwikkelen van diabetes in de komende tien jaar. Na die test krijgen mensen met een hoog risico op diabetes een brief van de apotheker en een boekje met tips voor een gezonde levensstijl om de risicofactoren te beperken. Ze worden ook gevraagd om contact op te nemen met hun huisarts voor meer grondige tests.

→ Multipharma

Allo Info Parents: deskundig advies, altijd binnen handbereik

Voor ouders is er voortaan een nieuwe hulplijn voor ondersteuning: Allo Info Parents. Leden van de Ligue des familles kunnen er terecht bij een team van experten voor advies over uiteenlopende thema’s: scheiding, ouderschapsverlof, fiscaliteit, erfenisrecht en de balans tussen werk en gezin. Dit gloednieuwe, volledig gepersonaliseerde aanbod wil een antwoord bieden op de vele vragen die leven bij ouders in Franstalig België.

Veel ouders zitten met vragen over hoe ze hun rechten kunnen doen gelden, hun gezinsbudget kunnen optimaliseren, hoe ze hun leven opnieuw kunnen vormgeven na een scheiding of sterfgeval, of hoe ze werk en gezin beter kunnen combineren. Soms hebben ze gewoon nood aan een luisterend oor. Allo Info Parents werd in het leven geroepen om op al die vragen een helder antwoord te bieden, dankzij een team van experten in verschillende domeinen die met het gezinsleven te maken hebben. De enige voorwaarde om van deze dienst gebruik te maken is dat je lid moet zijn van de Ligue des familles.

Geen nood meer aan eindeloos zoeken op forums, sociale media of ChatGPT: onze experten staan voor je klaar, op het moment dat jou het beste uitkomt, via het kanaal dat jij verkiest. Ze bieden advies, informatie en praktische documentatie. Ligue des Familles

© Ligue des familles

Wat is Allo Info Parents precies?

Als ouders gebruik willen maken van deze dienst van de Ligue des familles, moeten ze lid zijn.  Lidmaatschap is een vereiste om toegang te krijgen tot de hulplijn Allo Info Parents.
Hoe werkt deze nieuwe dienst?

  • Kies hoe je gecontacteerd wilt worden: via e-mail of telefonisch tijdens de diensturen – jij kiest wat het beste bij je past. Je kan online je voorkeurstijd reserveren voor een telefonische afspraak.
  • Leg je situatie uit: deel je zorgen, en onze dienst doet er alles aan om je een helder, concreet en volledig antwoord te geven.
  • Krijg extra informatie: na het gesprek krijg je een samenvatting van wat besproken is, plus praktische en concrete ondersteuning zoals checklists, boek- of podcasttips, infobladen, e-mailsjablonen, enz.
  • Houd je lidmaatschapsnummer bij de hand en bel 02 507 72 00. Diensturen: maandag van 12.30 tot 16.30 uur en donderdag van 9.30 tot 12.30 uur.

→ Meer info over deze nieuwe hulplijn

 Een dienst die inspeelt op jouw behoeften

Om deze dienst op te zetten en optimaal af te stemmen op de behoeften van ouders, werkt de Ligue des familles samen met een gespecialiseerd team: experten in familierecht, een fiscalist, juristen gespecialiseerd in erfrecht en een expert in de balans tussen werk en gezin. De Ligue des familles biedt deze gepersonaliseerde dienst aan om gezinnen extra te ondersteunen in een aantal domeinen:
– balans tussen werk en gezin: ouderschapsverlof, verlof voor een ziek kind, dagelijkse organisatie;
– scheiding en nieuwe gezinssamenstelling: procedures, rechten, opvang
– gezinsfinanciën: tegemoetkomingen, budgetbeheer, enz.

→ Beroep doen op een specifieke expert: Allo Info Parents : les experts à votre écoute | La Ligue des familles

Kinderopvangplaatsen en opwaardering van beroepen in de kinderopvangsector

De stichting Make.org organiseerde op 15 oktober een bijeenkomst voor professionals uit de kinderopvangsector in de Federatie Wallonië-Brussel, naar aanleiding van de resultaten van een grootschalige enquête over de combinatie van ouderschap en werk. Tijdens twee panelgesprekken bespraken deskundigen en medewerkers van de sector concrete verbeteringsopties om de capaciteit in de kinderopvang te vergroten en de functies in die beroepsgroep op te waarderen. Ook Born in Brussels was erbij.  

Experts gaven een overzicht van de huidige situatie in de sector, die kritiek wordt bevonden, en hun ideeën om de toestand te verbeteren. Na hun presentaties gaven ze het woord aan het publiek. Dat bestond vooral uit directeurs van private en openbare kinderdagverblijven, maar er waren ook kinderverzorgers, een directeur van een onderwijsinstelling voor volwassenen en een vertegenwoordiger van een begeleidingsdienst voor alleenstaande ouders. Die professionals van op het terrein kennen niet alleen de moeilijkheden die samenhangen met hun beroep, maar ook de problemen die ouders ervaren en de uitdagingen waar de hele kinderopvangsector momenteel mee kampt.

Context

Rémy Leclercq, de algemeen bestuurder van de organiserende stichting Make.org, leidde het evenement in: “We hebben een vijftigtal experts van de kinderopvangsector in de Federatie Wallonië-Brussel geraadpleegd, en over twee zaken zijn ze het allemaal eens: Ten eerste is de huidige toestand kritiek. De beslissingen die de komende maanden worden genomen, zullen de volgende vijf jaar namelijk een aanzienlijke impact hebben op de kinderopvangsector. Ten tweede: zonder overleg tussen de verschillende actoren op het terrein en politici, zal het moeilijk of zelfs onmogelijk zijn om een oplossing te vinden die de verwachtingen inlost en de actuele uitdagingen het hoofd biedt.”

Bij onveranderd overheidsbeleid dreigen de komende jaren, nog voor het einde van de regeerperiode, achtduizend plaatsen in gesubsidieerde kinderdagverblijven te verdwijnen. “Dat zal de huidige crisissituatie in de sector alleen maar erger maken“, zei Daniel Verougstraete, medeoprichter van de vzw Impactoo.

Oorzaak van het tekort en verlies van kinderopvangplaatsen

In het eerste panelgesprek besprak Daniel Verougstraete een aantal belangrijke cijfers uit een grootschalige enquête die zijn vzw uitvoerde over de impasse waarin de kinderopvangsector zich bevindt en hoe eruit te geraken (Franstalig document). In 2024 werden zevenhonderd kinderdagverblijven bevraagd. Daaruit bleek dat een niet-gesubsidieerd kinderdagverblijf beschikt over tienduizend euro per plaats per jaar om alle kosten te dekken. Het leeuwendeel daarvan wordt door de ouders betaald, de overheid past een klein stuk bij. In gemeentelijke kinderdagverblijven loopt dat bedrag op tot het dubbele. Zij krijgen meer overheidssubsidies en kunnen een iets lagere bijdrage vragen aan de ouders. Daarnaast hebben niet-gesubsidieerde kinderdagverblijven een structureel tekort van 4.500 euro per plaats per jaar. Daniel Verougstraete legt uit: “Toch blijven die kinderdagverblijven open; dankzij hun inventieve veerkrachtmechanismen slagen ze erin met de situatie om te gaan.

Wie een kinderdagverblijf bezoekt, ziet meestal gelukkige kinderen en tevreden ouders, maar ook dat het personeel het moeilijk heeft. “De redenen voor sluitingen liggen voor de hand: na verloop van tijd eist de afmatting onvermijdelijk zijn tol en gaat het simpelweg niet meer.Daniel Verougstraete.

Drie veerkrachtmechanismen

Het onderzoek van Impactoo toont aan dat niet-gesubsidieerde kinderdagverblijven drie veerkrachtmechanismen hebben ontwikkeld om het hoofd boven water te houden:

  • Sommige directeurs van kinderdagverblijven betalen zichzelf helemaal geen loon, of verdienen weinig of minder dan zou moeten.
  • In niet-gesubsidieerde kinderdagverblijven werken ook zelfstandigen. Dat is voordeliger voor de werkgever, maar brengt meer onzekerheid met zich mee voor het personeel.
  • Omdat het financieel moeilijk of zelfs onmogelijk is om personeel te vervangen, worden er andere oplossingen getroffen om het tekort door absenteïsme aan te vullen, die de kwaliteit van de kinderopvang of het welzijn van de kinderen echter niet ten goede komen.
  • Zo doen in de overgrote meerderheid van de niet-gesubsidieerde kinderdagverblijven de kinderverzorgers ook de schoonmaak en bereiden ze de maaltijden. Dat is, bovenop hun sowieso al zware werk, enorm belastend.

In Waals-Brabant betalen ouders 990 euro voor voltijdse kinderopvang, wat echt overdreven is. Het komt regelmatig voor dat ouders de samenwerking met ons kinderdagverblijf voortijdig opzeggen. Zes maanden lang hadden we onbezette plaatsen omdat de opvang te veel kost. Nu dreigen we failliet te gaan omdat we financieel niet rondkomen, en dat is triest!” Dat getuigde Sabine, die in een niet-gesubsidieerd kinderdagverblijf werkt (niveau 1).

Beroepen in de kinderopvangsector opwaarderen

Werken in de kinderopvangsector is geen si­ne­cu­re. In tegenstelling tot wat velen buiten de sector denken, volstaat het niet om van kinderen te houden. Een job in de kinderopvang moet niet alleen een roeping zijn, maar vereist ook specifieke vaardigheden om aan de hoge zorgstandaarden te voldoen. Tegelijkertijd wordt dat werk onvoldoende naar waarde geschat. Volgens de sprekers is een deel van de verklaring dat de inschrijving in een kinderdagverblijf, in tegenstelling tot het basisonderwijs, niet verplicht is en daardoor minder belangrijk lijkt voor het kind. Het gebrek aan erkenning voor het harde, veeleisende werk in de kinderopvang is nefast voor de sector.

Eddy Gilson, directeur Kinderopvang bij het ONE (Office de la Naissance et de l’Enfance), besprak in dat verband een brede studie die eind 2024 door het ONE en zijn netwerkpartners onder veertig Europese instellingen is uitgevoerd. Die was bedoeld om de situatie te verduidelijken door de balans op te maken, de situatie te objectiveren en concrete cijfers te geven. Het personeelstekort, absenteïsme en gebrek aan sollicitanten in de kinderopvangsector vraagt immers om opheldering. Eddy Gilson: “We moeten allemaal, op ons eigen niveau, de manier waarop we als burgers naar kinderopvangprofessionals kijken veranderen. Hoewel het totale gebrek aan erkenning voor hun werk een wijdverbreid fenomeen is dat ook leerkrachten en verpleegkundigen treft, lijden zij er het meest onder.”

Hervorming van opleidingen laat op zich wachten

Volgens Eddy Gilson moeten de opleidingen sneller worden hervormd. Er zijn nu directeursopleidingen en een bacheloropleiding, maar die moeten volgens hem worden herzien en gestroomlijnd tot één gemeenschappelijke sectoropleiding: “Het is al drie regeerperiodes geleden dat het hervormingsproject voor die opleidingen werd gelanceerd, maar er is nog niets ondernomen. De inhoud van de opleidingen kan zodanig worden hervormd dat er maar één is, met stages, in plaats van zes of zeven verschillende. Dat zou een stimulans zijn voor de inschrijvingen, scholen en opleidingen. We moeten absoluut beter communiceren over de beroepen in de kinderopvangsector om uiteindelijk de algemene perceptie erover te verbeteren.” Verder verduidelijkte Eddy Gilson dat de studie niet alleen de lonen aankaart, maar ook de arbeidsomstandigheden en het gebrek aan geschikte, hoogwaardige tools en locaties om kinderen op te vangen.

Daarnaast vormt de concurrentie tussen de gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde sectoren een fundamenteel probleem. Dat maakt de aanwerving van personeel alleen maar complexer. Tegenwoordig stellen kandidaten namelijk hun voorwaarden en laten ze hun toekomstige werkgevers met elkaar concurreren. Dat personeelstekort laat zich overigens in meerdere sectoren in heel België voelen. “Zo is Vlaanderen nog harder getroffen dan Brussel en Wallonië. Het sluitingspercentage van niet-gesubsidieerde kinderdagverblijven ligt er nog veel hoger.” Eddy Gilson.