Er bestaan 3 verschillende situaties.
Een DNA-test binnen een gerechtelijke procedure
Deze testen hebben juridisch gezien de grootste waarde omdat ze:
-
in opdracht van de rechtbank zelf gebeuren. De rechter ziet ze als doorslaggevend;
-
het meeste garanties geven dat ze zijn uitgevoerd met respect voor de rechten van verdediging, het belang van het kind en dat alle nodige toestemmingen zijn ingewonnen;
-
enkel bevolen worden als de voorwaarden om de afstamming te kunnen betwisten vervuld zijn (zoals bijvoorbeeld de termijn).
Een DNA-test uitgevoerd bij een centrum voor menselijke erfelijkheid, maar buiten een gerechtelijke procedure
Een DNA-test bij een erkend centrum, geeft meer zekerheid op vlak van de gebruikte methoden en resultaten.
Het kan soms handig zijn al een test te laten uitvoeren voordat je de vraag aan de rechtbank voorlegt, om op die manier tijd te winnen.
Opgelet: soms kan zelfs met een positieve DNA-test toch besloten worden de afstamming niet te veranderen, bijvoorbeeld bij ‘bezit van staat’.
Meer info vind je in de fiche: Wat als uit de DNA-test een andere afstamming blijkt dan in de geboorteakte staat?.
Bovendien kan de test ook volledig nutteloos zijn als achteraf blijkt dat de voorwaarden om de afstamming te betwisten, zoals de termijn, niet vervuld zijn.
Een DNA-test door een niet-omkaderde organisatie die haar diensten onder andere via internet aanbiedt.
Die testen zijn te vermijden want:
-
ze geven geen enkele kwaliteitsgarantie;
-
ze geven geen garanties dat de procedureregels zijn nageleefd;
-
ze hebben quasi geen juridische waarde in de rechtbank.

