Author Archives: Sofia

Vroeggeboorte: de app NeoParent bevordert de communicatie tussen zorgverleners en ouders in het UZ Brussel

Sinds kort werkt het UZ Brussel met de mobiele applicatie NeoParent op de dienst Neonatologie. Het doel? De communicatie tussen zorgverleners en ouders van premature baby’s bevorderen. Via deze app kunnen ouders met het zorgteam communiceren over hun baby, gepersonaliseerde informatie ontvangen en foto’s van hun baby bekijken. Dankzij die mix van feitelijke informatie en emotionele momenten blijven ze verbonden met hun kindje in de couveuse.

Apps en andere technische innovaties zijn in opmars in de ziekenhuissector. Born in Brussels volgt deze vaak revolutionaire technologische ontwikkelingen op de voet. Een paar recente voorbeelden: “Cloudcare” pour un suivi permanent du diabète chez l’enfant (artikel in het Frans), RDK: online applicatie die zorgverleners helpt om zeldzame ziekten sneller te behandelen, ‘Keep contact’, een nieuwe app om een kind in het ziekenhuis te volgen, enz.

De app NeoParent is ontwikkeld door Odisee Hogeschool. “De ontwikkeling gebeurde door Odisee Hogeschool, in nauwe samenwerking met de ouders en zorgverleners,” vertelt Inge Tency van Odisee Hogeschool in een interview bij UZ Brussel. Zowel de inhoud als de lay-out van de app NeoParent is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Een pilootstudie toonde de meerwaarde van de app voor ouders aan. Inge Tency legt uit: “We gingen op zoek naar een partner om de app te verfijnen. Die vonden we bij MothChi (een samenvoeging van ‘Mother & Child’), een IT-bedrijf dat actief is in de sector van de gezondheidszorg. Zij staan in voor de verdere ontwikkeling van de app en voor de implementatie ervan.”

“De app maakt het gemakkelijker om bezoeken in te plannen”

Het neonatologieteam van het UZ Brussel is enthousiast over deze nieuwe app. Marianne Peelman, hoofdverpleegkundige, geeft meer uitleg in een artikel op de website van het ziekenhuis: “Ouders willen alles weten over hun baby, en met NeoParent houden we hen constant op de hoogte, bijna alsof ze erbij zijn. Bezoek kan beter ingepland worden en we kunnen de ouders vragen dat ze iets meebrengen voor hun kindje. Als ze via de app laten weten dat ze hun kind een badje willen geven, zorgen we dat dat kan. Kunnen ouders niet aanwezig zijn, dan blijven ze op een andere manier verbonden met hun baby, visueel via webcam en nu ook via de NeoParent-app.” Op logistiek vlak kunnen de ouders bovendien gerust zijn, want de opslag en het gebruik van de app zijn beveiligd en voldoen aan de vertrouwelijkheidsnormen. Een link naar Primuz, het elektronische patiëntendossier van het UZ Brussel, verzekert dat.

Ondersteuning voor ouders tijdens een ziekenhuisopname

Etienne Maeriën van het bedrijf MothChi, het bedrijf dat de app heeft ontwikkeld, legt uit: “Een opname op de neonatale afdeling brengt angst en onzekerheid met zich mee. NeoParent biedt de ouders meer houvast in deze periode. De app biedt antwoorden op hun vragen en geeft hen de mogelijkheid om rechtstreeks met het zorgteam te communiceren over hun baby. Die nabijheid stelt hen gerust.” Verder is er ook een ingebouwd medisch woordenboek dat uitlegt wat het betekent als het kind bijvoorbeeld een vorm van ademhalingsondersteuning krijgt of gevoed wordt via een maagsonde. Dat kan een aantal onzekerheden wegnemen. Etienne Maeriën voegt eraan toe: “De verpleegkundigen en andere medewerkers nemen notities en foto’s, zodat de ouder in real time op de hoogte blijft. Om te weten hoe de nacht was, hoef je niet meer te bellen, je vindt het in de NeoParent-app.”

Prijs voor beste innovatie in de neonatologie

De app viel al een paar keer in de prijzen. Coalition Next Belgium selecteerde de toepassing als ‘digital health solutions’-finalist in de categorie ‘zorg op afstand’. Op het Nederlandse symposium Zorg rond de pasgeborene ontving Odisee Hogeschool met de NeoParent-app de Truus van Lier-prijs voor beste innovatie binnen de neonatologie.

 

Sofia Douieb

28 miljoen euro ingezameld door Unicef ter ondersteuning van kinderen over de hele wereld

Een persbericht van Unicef België onthult dat de Belgische tak van het Kinderfonds van de Verenigde Naties erin geslaagd is om vorig jaar meer dan 28 miljoen euro in te zamelen ter ondersteuning van kinderen over de hele wereld. Dit resultaat werd mogelijk gemaakt dankzij de steun van bijna 95.000 meter- en peters.

Van deze som is meer dan 19 miljoen euro toegewezen aan noodhulpprogramma’s en ontwikkelingsprojecten voor kwetsbare kinderen wereldwijd. Unicef herinnert eraan dat gebieden zoals Syrië, Turkije, Marokko, de Democratische Republiek Congo, Haïti, Jemen, Soedan, Afghanistan, Oekraïne en Gaza zijn getroffen door natuurrampen of langdurige conflicten, soms beide.

Directe hulp aan gezinnen

Deze fondsen maken het mogelijk om directe hulp te bieden aan gezinnen die in deze gebieden wonen. Unicef benadrukt: “De basis voor structurele ontwikkeling wordt gelegd om de vooruitzichten van toekomstige volwassenen te verbeteren”. Kinderen hebben zo toegang tot gezondheidszorg, schoon drinkwater, voedzame maaltijden en kwalitatief onderwijs.

Bevordering en bescherming van kinderrechten

Naast haar wereldwijde activiteiten richt Unicef België zich op de bevordering en bescherming van kinderrechten, evenals op urgente problemen in België. In 2023 lag de focus van de organisatie op kinderarmoede, geestelijk welzijn en klimaatkwesties.

“Opkomen voor de kinderen”, een memorandum voor de verkiezingen

Ter voorbereiding op de komende verkiezingen heeft Unicef België een memorandum (reeds gedeeld op Born in Brussels) gelanceerd en een bewustwordingscampagne gericht op beleidsmakers en het grote publiek, getiteld “Opkomen voor de kinderen”. Dit document belicht het feit dat ongeveer een half miljoen kinderen in België risico lopen om in armoede te vervallen, terwijl velen te maken hebben met geestelijke gezondheidsproblemen en ongelijkheden in toegang tot kinderopvang en onderwijs, naast milieu-uitdagingen.

Twee dagen betaald verlof bij zwangerschapsverlies voor ambtenaren van de federale overheid

Een belangrijke stap naar erkenning van rouw bij een miskraam of het verlies van een zwangerschap is gezet in België op maandag 6 mei. Ambtenaren van de federale overheid hebben nu recht op twee dagen betaald verlof in geval van een zwangerschapsverlies, volgens een aankondiging van de minister van Ambtenarenzaken, Petra De Sutter. “Door twee wettelijke verlofdagen toe te kennen, hoop ik dit taboe te doorbreken en het onderwerp bespreekbaar te maken,” verklaarde ze.

Deze maatregel beoogt een belangrijk hiaat in de ondersteuning voor mensen die met deze beproeving worden geconfronteerd, op te vullen. Petra De Sutter, die ook gynaecoloog is, benadrukt dat tot een kwart van de zwangerschappen vroegtijdig eindigt, maar dat het onderwerp vaak een taboe blijft, wat de eenzaamheid van de betrokkenen verergert. Deze vooruitgang getuigt van een groeiend bewustzijn van de noodzaak om mensen die met het verlies van een zwangerschap worden geconfronteerd, zowel fysiek als emotioneel, volledig te erkennen en te ondersteunen. Maar dit is slechts het begin en er moeten nog verdere stappen worden ondernomen om ervoor te zorgen dat alle vrouwen gelijke rechten hebben.

Situatie van vrouwen in de privésector: een aanhoudend juridisch vacuüm

Deze vooruitgang komt echter voor in een context waarin er nog steeds een juridisch vacuüm bestaat voor werkneemsters in de privésector in België. Zij worden dus geconfronteerd met extra uitdagingen wanneer zij deze beproeving doormaken, zonder te profiteren van dezelfde wettelijke ondersteuning als hun tegenhangers in de publieke sector. Deze ongelijkheid benadrukt het belang van wetgevende actie om deze lacune op te vullen en ervoor te zorgen dat alle werkneemsters die met een miskraam worden geconfronteerd, eerlijk worden behandeld. Eind 2022 diende parlementslid Vanessa Matz (Les Engagés) een wetsvoorstel in om dit hiaat te verhelpen. Volgens haar zou het volstaan om een toevoeging te maken aan het koninklijk besluit van 28 augustus 1963, dat het zogenaamde “klein verlof” regelt (waarmee de werknemer zijn normale loon behoudt wanneer bepaalde familiegebeurtenissen zich voordoen).

Het voorbeeld volgen van wereldwijde maatregelen op dit gebied

In andere landen worden vergelijkbare maatregelen genomen om mensen die met een miskraam worden geconfronteerd, te erkennen en te ondersteunen. Zo heeft Nieuw-Zeeland recentelijk een wet aangenomen die vrouwen en hun partners in staat stelt om drie dagen betaald verlof te nemen om te rouwen. Andere landen zoals India, Indonesië en de Filipijnen hebben ook vergelijkbare beleidsmaatregelen ingevoerd, waarbij betaald verlof wordt toegekend in geval van een miskraam. In Ontario, Canada, kan een vrouw die een miskraam heeft gehad, 17 weken onbetaald verlof krijgen, terwijl in Australië onbetaald verlof mogelijk is bij het verlies van de baby na minimaal 12 weken zwangerschap. Deze voorbeelden tonen een wereldwijde trend naar bewustwording van de noodzaak om mensen die met een miskraam worden geconfronteerd, te erkennen en te ondersteunen. In België is echter nog geen enkele maatregel van kracht voor werkneemsters in de privésector die deze beproeving doormaken, wat de dringende noodzaak van wetgevende hervormingen benadrukt om dit hiaat op te vullen en passende ondersteuning te bieden aan alle betrokkenen.

Rechten en uitkeringen in geval van miskraam: wat is voorzien in Brussel

In het Brussels Gewest heeft u recht op de geboorte-uitkering onder bepaalde voorwaarden als u geconfronteerd wordt met een miskraam of als uw kind doodgeboren wordt. U kunt deze uitkering krijgen als uw kind doodgeboren is of als u een miskraam heeft gehad en de zwangerschap minstens 180 dagen heeft geduurd. Als de miskraam echter plaatsvindt vóór de 180e dag van de zwangerschap, komt u niet in aanmerking voor de geboorte-uitkering. De duur van de zwangerschap wordt berekend vanaf de conceptie. Om deze uitkering te krijgen, moet u de akte van doodgeboren kind die door de gemeente is opgesteld, naar uw kinderbijslagfonds sturen. Het is belangrijk op te merken dat de geboorte-uitkering altijd aan de moeder van het kind wordt betaald.

Meer info

Hoe te leven na de dood van je baby?

In een eerder artikel op Born in Brussels deelden we het verhaal van Samantha (die sprak in het programma “Ça commence aujourd’hui” op France 2). Ze deelt haar hartverscheurende ervaring van het verlies van haar baby in de 38e week van haar zwangerschap. Ze beschrijft de schok en verwarring die volgden op de mededeling van de arts over de dood van haar baby, evenals de gevoelens van wanhoop en ontkenning die daarop volgden. Ondanks deze tragedie vonden Samantha en haar partner de kracht om elkaar te steunen en verwelkomden ze daarna een nieuwe zwangerschap met hoop. Het verhaal van Samantha belicht de complexiteit en pijn van perinatale rouw, evenals het cruciale belang van familiale ondersteuning en professionele begeleiding om ouders te helpen deze verwoestende beproeving te doorstaan.

Opening van Olista: het eerste centrum voor intrafamiliaal geweld in Brussel

De opening van Olista op 22 april was een belangrijke mijlpaal in de strijd tegen intrafamiliaal geweld in het Brussels Gewest. Dit eerste steunpunt voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld (IFG) is revolutionair wat betreft zijn missie om de getroffenen optimaal te begeleiden en de inspanningen van alle actoren in deze strijd te coördineren. Een initiatief van safe.brussels, mogelijk gemaakt dankzij de steun van de staatssecretaris voor Gelijke Kansen en haar administratie equal.brussels.

Illustratie van safe.brussels

{Persbericht van safe.brussels}

“Olista is een sterk staaltje van samenwerking en engagement. Sinds de oprichting hebben we hard gewerkt om partners uit verschillende disciplines en gemeenschappen samen te brengen en om taalbarrières te overbruggen en verschillende opvattingen te verzoenen zodat we slachtoffers van intrafamiliaal geweld volledige ondersteuning kunnen bieden. Olista is veel meer dan een centrum: het staat symbool voor ons vermogen om onze krachten te bundelen voor een veiligere toekomst”. Sophie Lavaux, directeur-generaal van safe.brussels  

13 meldingen per dag in het Brussels Gewest

In 2022 werden er 4.848 klachten rond IFG en twee vrouwenmoorden geregistreerd in het Brussels Gewest.

Deze alarmerende cijfers tonen duidelijk aan dat er nood is aan een gezamenlijke aanpak. Olista is ontwikkeld om slachtoffers van IFG een alomvattende ondersteuning te bieden.

Door werkprotocollen aan te reiken aan professionals zorgt het centrum voor een vlotte toegang tot het volledige aanbod aan diensten en expertise die nodig zijn om slachtoffers uit hun situatie te helpen.

De doelstellingen van Olista zijn meervoudig

Het centrum wil slachtoffers van IFG alle steun bieden die ze nodig hebben om hun leven weer op de rails te krijgen. Er wordt daarbij gekozen voor een overkoepelende en efficiënte aanpak door onder meer werkprotocollen tussen partners op te zetten. Olista zet zich in om de inspanningen van de partners te coördineren en zo te zorgen voor een complete hulpverlening die op elke situatie is afgestemd. De partners die bij dit initiatief betrokken zijn, weerspiegelen de diversiteit en complementariteit van de diensten die nodig zijn om IFG doeltreffend (holistisch) aan te pakken.

Safe.brussels, de verschillende verenigingen en de sociale, medische, juridische en gerechtelijke diensten stellen elk hun waardevolle expertise ter beschikking.

Bestrijding van intrafamiliaal geweld: een politieke prioriteit

De opening van Olista past ook in het bredere kader van de beleidsinspanningen die het Brussels Gewest levert om de veiligheid en het welzijn van zijn burgers te bevorderen. Dit initiatief geeft concreet vorm aan de Gewestelijke Beleidsverklaring 2019-2024 van de Brusselse regering, die van de bestrijding van geweld tegen vrouwen een prioriteit maakt.

Volgens staatssecretaris Nawal Ben Hamou “past dit langverwachte centrum in een reeks sterke initiatieven die reeds lopen in het Brussels Gewest, zoals de EVA-cellen, de opleidingen voor de politie en de allereerste gewestelijke website stop-violence.brussels. Mijn wens was om onze krachten in Brussel te bundelen, wat de enige manier is om dit geweld, dat voornamelijk van mannen komt en vooral vrouwen treft, te verminderen of zelfs uit te bannen.

Olista is meer dan een centrum: het biedt concrete hoop voor de slachtoffers en staat voor grote solidariteit onder de betrokken partners, en toont aan dat als we onze krachten bundelen, we de ongelijkheden van onze samenleving kunnen overwinnen.

“Met de opening van Olista sturen we een krachtige boodschap uit: die van solidariteit en hoop voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld. Dit centrum belichaamt onze vastberadenheid om op een gecoördineerde en effectieve manier actie te ondernemen om holistische ondersteuning te bieden aan kwetsbare mensen.” Yves BASTAERTS Adjunct-directeur-generaal

De gezondheid van jonge Brusselaars: een update van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn

De gezondheid van Brusselaars is de laatste jaren verbeterd en hun levensverwachting is toegenomen. De vaccinatiegraad is licht gestegen, maar de impact van het leefmilieu is zorgwekkend. Dat zijn een paar bevindingen uit de Gezondheidsindicatoren, die elke vijf jaar gepubliceerd worden door het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn, het onderzoekscentrum van Vivalis (waar Born in Brussels deel van uitmaakt).

De gezondheid van de Brusselse bevolking is in de loop der jaren verbeterd, zoals blijkt uit meerdere indicatoren van het rapport “Gezondheidsindicatoren van het Brussels Gewest 2024”. Daarin komen specifiek een aantal belangrijke punten rond kinderen aan bod: het geboortecijfer, kindersterfte, vaccinatie, consultatie- en ziekenhuisopnamecijfers en de impact van het leefmilieu.

Veel jonge Brusselaars

Het geboortecijfer in Brussel was in de jaren 60 het laagste in België (14,4 per 1.000 inwoners). In de jaren 80 begon het Brussels Gewest de andere landsdelen in te halen om in 2010 het hoogste geboortecijfer te hebben. Maar in 2020 daalde dat geleidelijk weer onder het startcijfer (12,9 per 1.000 inwoners), terwijl Vlaanderen en Wallonië op 10,9 per 1.000 inwoners zaten. Die regionale verschillen blijven aanzienlijk: de cijfers voor 2023 die Statbel op 12 februari 2024 publiceerde, tonen een daling in het Vlaams Gewest (-2,3%), het Waals Gewest (-5,0%) en een nog sterkere daling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (-12,0%) in vergelijking met de periode 2019-2022. Toch ligt het geboortecijfer nog steeds hoger in het Brussels Gewest. Dat verklaart zijn jonge bevolking.

“Gezondheidsongelijkheid begint al voor de geboorte”

Uit het rapport blijkt ook dat gezondheidsongelijkheid al voor de geboorte begint.  Het risico op mortinataliteit of doodgeboorte is dubbel zo hoog voor kinderen geboren in een huishouden zonder inkomen uit arbeid als voor kinderen geboren in een huishouden met twee inkomens. Aangezien het leefloon en de meeste vervangingsinkomens waarover die huishoudens kunnen beschikken momenteel onder de armoedegrens liggen, leven huishoudens zonder inkomen uit arbeid vaak in precaire economische omstandigheden (in het algemeen hebben ze een slechte gezondheid, geen goede zwangerschapsopvolging, multimorbiditeit, enz.). Het risico om in het eerste levensjaar te overlijden is tussen 2000-2009 en 2010-2019 voor alle inkomenscategorieën gedaald.

Foeto-infantiele mortaliteit bestaat meer bepaald uit drie componenten: doodgeboorte, neonatale mortaliteit en postneonatale mortaliteit. In het rapport lezen we het volgende: “Perinatale sterfte groepeert foetale en vroegneonatale sterfte. Infantiele sterfte groepeert het geheel van sterfgevallen van levendgeborenen vóór hun eerste verjaardag (overlijden tussen 0 en 364 levensdagen). De verschillende cijfers worden uitgedrukt per 1.000 levendgeboorten (neonatale, postnatale of infantiele sterfte) of per 1.000 levend- of doodgeborenen (foetale, perinatale en foeto-infantiele sterfte).”

Licht gestegen vaccinatiegraad

Het laatste onderzoek naar de vaccinatiegraad bij kinderen van 18 tot 24 maanden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd uitgevoerd tussen juni 2019 en maart 2020 en focuste op kinderen geboren tussen 31 mei en 30 november 2017. Dat onderzoek toont aan dat 86,7% van die kinderen het volledige aanbevolen vaccinatieschema hebben gevolgd. In vergelijking met het onderzoek naar de vaccinatiegraad in Brussel dat in 2012 werd uitgevoerd, is de vaccinatiegraad in 2019-2020 over het algemeen iets hoger, met uitzondering van het rotavirusvaccin, waarvoor er een lichte daling is. De vaccinatiegraad varieert naargelang bepaalde sociaal-demografische kenmerken van de ouders. De auteurs merken een trend op: als de moeder of vader langer studeerde, is de vaccinatiegraad lager. Voor bepaalde vaccins stellen ze ook vast dat kinderen uit huishoudens met twee inkomens of met werkende moeders vaker gevaccineerd worden. Dat geldt ook voor kinderen die naar een crèche gaan. De belangrijkste factor voor de vaccinatiegraad blijkt de frequentie waaraan kinderen op consultatie gaan bij Kind en Gezin of het Office de la naissance et de l’enfance (ONE). Kinderen die er regelmatig langsgaan, zijn beter gevaccineerd dan kinderen die er nooit op consultatie gaan.

Kindertijd en ziekte

67% van de kinderen tussen 0 en 4 jaar in Vlaanderen en 65% van hen in Wallonië bezoekt minstens één keer de huisarts (niet geïllustreerd). Brusselaars gaan vaker met hun kinderen naar een specialist (kinderarts). Ze doen ook vaker een beroep op de spoedgevallendienst voor problemen waarvoor ze bij een huisarts terechtkunnen en stellen gezondheidszorg vaker uit. Eenoudergezinnen zijn het meest geneigd om gezondheidszorg uit te stellen, zowel in Brussel als in de rest van het land. Koppels met kinderen moeten gezondheidszorg vaker uitstellen dan koppels zonder kinderen.

Het aantal klassieke ziekenhuisopnames varieert sterk naargelang de leeftijd en volgt een U-vormige curve. Bij kinderen jonger dan één jaar is dat aantal hoog, om vanaf de leeftijd van één jaar sterk te dalen en vanaf vijftien jaar weer geleidelijk toe te nemen. Vanaf vijfentachtig jaar overschrijdt het aantal ziekenhuisopnames dat van kinderen jonger dan één jaar. Kinderen jonger dan één jaar verblijven gemiddeld het langst in een ziekenhuis. Vanaf één jaar daalt de verblijfsduur, maar vanaf de leeftijdscategorie 45-49 jaar neemt die weer toe met de leeftijd.

De leefomgeving heeft een zorgwekkende impact

De nieuwste uitgave van de Gezondheidsindicatoren belicht voor het eerst de impact van de stedelijke omgeving, het werk en de huisvesting op de gezondheid – voor gezinnen met kinderen zijn die factoren vaak cruciaal. Stedelijke omgeving: de luchtkwaliteit is erop vooruitgegaan. De concentraties van de belangrijkste verontreinigende stoffen, zoals fijn stof (PM2,5) en stikstofdioxide (NOx), daalden tussen 1990 en 2020 aanzienlijk, met respectievelijk 80% en 71%. Die concentraties blijven echter boven de door de WGO aanbevolen normen. Luchtvervuiling veroorzaakt naar schatting jaarlijks iets meer dan 930 vroegtijdige overlijdens in Brussel. De belangrijkste bronnen van fijn stof en stikstofdioxide zijn het wegverkeer en de verwarming van gebouwen. Mensen met de laagste inkomens wonen in de meest vervuilde buurten, wat een opvallende milieuongelijkheid is. Huisvesting: in Brussel heeft 10% van de bevolking ernstige problemen met vocht of schimmel in huis, tegenover 5% in Vlaanderen en Wallonië. 22,8% van die Brusselaars leeft in huishoudens die het financieel moeilijk hebben, terwijl slechts 2,7 % van de meest welgestelde personen met vocht of schimmel kampen. Die huisvestingsproblemen kunnen grote gevolgen hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid, het gezinsleven, het schooltraject van kinderen, enz. De dagelijkse leefomstandigheden verslechteren er dus nog door.

Volgens Alain Maron, de Brusselse minister van Gezondheid en Welzijn, zijn meer inspanningen nodig: “Ik heb me ingezet om de ongelijkheid op dit gebied te verminderen via het volledige sociale, gezondheids- en milieubeleid. We stellen echter vast dat er nog enorm veel werk is en dat we in alle beleidsdomeinen – economie, werkgelegenheid, huisvesting, voeding en onderwijs – rekening moeten houden met gezondheid als we er samen voor willen zorgen dat sociale gezondheidsongelijkheden afnemen.”

 

Sofia Douieb

Born in Brussels was op 23 april 2024 aanwezig bij de presentatie van de Gezondheidsindicatoren van het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn.