Author Archives: Sofia

Moeilijk borstvoeding geven: het gebruik van antibiotica bij mastitis zou moeten kunnen worden vermeden

Wat als bepaalde bacteriën zouden kunnen helpen om andere bacteriën te bestrijden? De Deense start-up Mastitia werkt momenteel aan een nieuwe behandeling tegen mastitis, die pijnlijke borstontsteking waar veel vrouwen tijdens het geven van borstvoeding mee te maken krijgen. Om haar onderzoek vooruit te helpen, doet de onderneming onder meer een beroep op de indrukwekkende collectie melkzuurbacteriën van de Universiteit van Antwerpen.

Mastitis kan het geven van borstvoeding soms zwaar op de proef stellen. Volgens Mastitia en de Universiteit van Antwerpen krijgt ongeveer één op de vier vrouwen die borstvoeding geven te maken met deze – vaak pijnlijke – borstontsteking die gepaard kan gaan met koorts of griepachtige symptomen. Voor bijna vier op de tien betrokken vrouwen draagt het bij tot hun keuze om vroegtijdig  te stoppen met het geven van borstvoeding. Dit gegeven is des te belangrijker omdat de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) aanbeveelt om de eerste zes levensmaanden uitsluitend borstvoeding te geven, en die vervolgens aan te vullen door voeding te introduceren, en dit tot de leeftijd van twee jaar of zelfs langer.

 Lees onze pagina “Problemen met borstvoeding”

Inzetten op het microbioom

Tegenwoordig kunnen antibiotica worden voorgeschreven in geval van bacteriële mastitis. Mastitia streeft er echter naar een andere behandeling te ontwikkelen, op basis van het microbioom, dat wil zeggen het geheel van micro-organismen die van nature in en op ons lichaam leven. Het idee lijkt misschien tegenstrijdig: bacteriën inzetten om een bacteriële infectie te bestrijden, maar niet alle bacteriën zijn schadelijk. Sommige spelen juist een beschermende rol en kunnen de verspreiding van ongewenste micro-organismen tegengaan.

We werken momenteel aan een doeltreffend alternatief dat het microbioom respecteert”, legt Emilie Glad Bak, hoofd van het onderzoek bij Mastitia, uit aan Belga. “We willen gebruikmaken van de beschermende eigenschappen van goede bacteriën die van nature in het vrouwelijke microbioom voorkomen. “

De doelstelling is tweeledig: op termijn een nieuwe behandelingsoptie tegen mastitis aanbieden en het gebruik van antibiotica beperken wanneer deze niet strikt noodzakelijk zijn. Het onderzoek van Mastitia kadert dus ook in de bredere strijd tegen antibioticaresistentie.

Meer dan 1000 stammen onderzocht in Antwerpen

Om deze onderzoekspiste verder uit te werken, werkt de Deense onderneming samen met het team van professor Sarah Lebeer, specialist op het gebied van het microbioom aan de Universiteit van Antwerpen. In de loop der jaren heeft haar laboratorium een collectie opgebouwd van meer dan 1000 verschillende stammen van lactobacillen, de melkzuurbacteriën die in de darmen, de vagina, de mond en op de huid voorkomen. De onderzoekers bestuderen de bioactieve moleculen die door deze micro-organismen worden geproduceerd, waarvan sommige een werking kunnen hebben die vergelijkbaar is met die van “natuurlijke antibiotica”. Dankzij deze biobank kon een stam worden geïdentificeerd die van bijzonder belang is voor het project Mastitia , en kon deze ter beschikking van de start-up worden gesteld.

De Antwerpse onderzoekers zoeken ook naar een manier om deze bacteriën voldoende stabiel te maken, zodat ze op termijn in een echt therapeutisch product kunnen worden verwerkt. Hiertoe moeten ze met name hun werking kunnen vertragen en hun houdbaarheid verlengen, voordat de goedkeuring ervan door de bevoegde autoriteiten kan worden overwogen.

Een veelbelovende aanpak, maar nog in de ontwikkelingsfase

Op haar website schat Mastitia dat “meer dan dertig miljoen zuigelingen elk jaar blootgesteld zouden worden aan antibiotica via de behandeling van de moeder tegen mastitis”. De onderneming wil daarom een oplossing ontwikkelen die het microbioom van moeder en kind beter beschermt.

Voorzichtigheid blijft echter geboden: het gaat om een technologie die nog in ontwikkeling is, en niet om een nieuwe behandeling die al beschikbaar is voor patiënten. De samenwerking tussen Mastitia en de Universiteit van Antwerpen betekent niettemin een nieuwe mijlpaal. De jonge Deense start-up wordt bovendien een spin-off van de UAntwerpen, die haar expertise op het gebied van lactobacillen en het vrouwelijke microbioom in het project inbrengt.

Dit onderzoek geeft vooral blijk van een bredere ontwikkeling binnen de geneeskunde: in plaats van alle bacteriën zonder onderscheid te elimineren, proberen wetenschappers steeds vaker te achterhalen hoe bepaalde bacteriën kunnen worden ingezet om ons microbioom te beschermen of weer in balans te brengen. Een aanpak die op termijn de behandeling van mastitis zou kunnen vergemakkelijken en ervoor zou kunnen zorgen dat meer moeders die dat willen borstvoeding kunnen blijven geven.

Een cursus ehbo bij zuigelingen: leer hoe je het leven van een zuigeling kunt redden

Op12 september is het wereld-EHBO-dag. Born in Brussels wil van die gelegenheid gebruikmaken om (groot)ouders aan te moedigen om zo snel mogelijk na de geboorte van hun (klein)kind een EHBO-cursus te volgen. Als je zonder aarzelen weet hoe je eerste hulp moet verlenen, kan je het leven van je (klein)kind redden. In Brussel worden verschillende opleidingen georganiseerd die specifiek focussen op EHBO bij baby’s en jonge kinderen. 

In Luik organiseert het Belgische Rode Kruis op 12 en 13 september een groot evenement ter gelegenheid van wereld-EHBO-dag: le grand défi des premiers secours. Het doel van dat evenement:

Zoveel mogelijk mensen op dezelfde plek en in hetzelfde weekend opleiden voor het Europees brevet voor eerste hulp (EBEH). Want hoe meer mensen er zijn opgeleid, hoe meer levens er worden gered. Voor het EBEH leer je de juiste reflexen om je dierbaren te beschermen en efficiënt te reageren op alledaagse noodsituaties.”

Mogelijke noodsituaties

Een baby is per definitie fragiel, afhankelijk en kwetsbaar. Er kunnen zich verschillende risicosituaties voordoen en het is van essentieel belang om te leren hoe je daarmee om moet gaan:

  • wiegendood van de zuigeling (cardiorespiratoir arrest)
  • ademhalingsproblemen: als gevolg van het inademen van een vreemd voorwerp, laryngitis, bronchiolitis of een astma-aanval
  • meningitis en ernstige bacteriële infecties
  • stuiptrekkingen
  • allergische reacties met zwelling van het gezicht en ademhalingsmoeilijkheden
  • ongevallen: inname van giftige stoffen, CO-vergiftiging, wonden, beten, brandwonden, valpartijen, enz.

Raadpleeg onze pagina: Preventie en bescherming van baby’s tegen ongevallen thuis

Hoe moet je reageren bij een ongeval thuis of in een noodsituatie?

Als eerste reactie in een noodsituatie moet je kalm blijven om de situatie goed te kunnen inschatten. Als de situatie inderdaad kritiek is en het kind schadelijke gevolgen zou kunnen dragen, is het van levensbelang om de hulpdiensten te bellen op het nummer 112 en hun telefonische instructies op te volgen. In de tussentijd, en alleen als de volwassene daartoe in staat is of een specifieke opleiding heeft gevolgd, kan eerste hulp het verschil maken. Ten slotte moet je  de evolutie van de toestand van het kind in de gaten houden zodra het buiten gevaar is.

Noodnummers in Brussel

  • 112 : voor een ambulance of dringende medische hulp.
  • 02 477 31 00: rechtstreekse noodlijn van het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola (UKZKF), het enige ziekenhuis in het gewest dat uitsluitend kinderen behandelt.
  • 070 245 245antigifcentrum, neem contact op bij inname van een giftig product of medicijn, of bij vermoeden van vergiftiging.

Waar kan je een cursus volgen?

Bepaalde cursussen over EHBO bij kinderen zijn verplicht voor professionals die met kinderen werken. Er bestaan ook workshops voor ouders en naasten van jonge kinderen. Je leert er bijvoorbeeld hoe je moet reageren als een kind valt, een wonde oploopt, stuiptrekkingen krijgt, brandwonden oploopt of stikt, en je leert er ook reanimatietechnieken.

→ Réa bébé : initiation à la réanimation pédiatrique (Croix-Rouge)
→ Premiers soins pédiatriques | Pelican Brussels
→EHBO bij baby’s en jonge kinderen | Colruyt Group Academy

 

Sofia Douieb

 

Een derde van de moeders van extreem premature baby’s lijdt aan posttraumatische stress

Uit een grootschalig Nederlands onderzoek dat werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics blijkt dat veel ouders – en voornamelijk moeders – van extreem vroeg geboren baby’s ernstige symptomen van posttraumatische stress vertonen die klinisch zorgwekkend zijn. Onderzoekers pleiten ervoor dat psychologische ondersteuning van de ouders een volwaardig onderdeel wordt van de neonatale zorg.

Wanneer een baby geboren wordt vóór de 29e week van de zwangerschap, gaat hij een bijzonder zware behandelingsperiode tegemoet. Intensieve zorgen, voortdurende monitoring, onderzoeken, invasieve ingrepen of soms operaties: als ouder voel je je machteloos en maak je je zorgen over de overlevingskansen en gezondheidstoestand van je baby. In een interview met de Nederlandse nieuwsdienst NOS beschrijft Lotte Haverman, hoogleraar en onderzoeker van het Emma Kinderziekenhuis en het Amsterdam UMC, deze ervaring:

“Ouders ervaren dan vaak enorme machteloosheid Ze moeten toekijken hoe ingrijpende handelingen op hun pasgeboren kind worden verricht en dat is zonder meer een schokkende ervaring.”

Meer dan 200 gezinnen werden gevolgd

De studie maakt deel uit van het Nederlandse nationale project HIPPO (Happiness for the Improvement of Premature and Parental Outcome), waaraan alle neonatale intensive care-afdelingen van Nederland hebben deelgenomen. De onderzoekers hebben 446 baby’s gevolgd die vóór de 29e week van de zwangerschap zijn geboren. De ouders van 217 gezinnen hebben op verschillende momenten vragenlijsten ingevuld over hun geestelijke gezondheid: kort na de geboorte, een maand later en rond de oorspronkelijk geplande bevallingsdatum. De onderzoekers hebben onder andere de symptomen van posttraumatische stress en depressie onderzocht, evenals verschillende factoren die het risico op psychische problemen kunnen vergroten of verkleinen: psychosociale voorgeschiedenis, stress tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf, de gezinssituatie en de sociale steun.

Symptomen die kunnen aanhouden

Uit de resultaten blijkt dat de psychologische problemen niet beperkt blijven tot de eerste dagen na de bevalling. De symptomen van posttraumatische stress bereiken hun hoogtepunt rond de datum waarop de baby normaal gesproken geboren zou worden. Die worden dan ervaren door 35,1% van de moeders en 16,4% van de vaders.

  • De depressieve symptomen evolueren anders. Bij moeders bereiken deze symptomen hun hoogtepunt in de eerste weken na de bevalling, waarbij 39,5% klinisch hoge symptomen vertoonde. Bij vaders treedt de piek later op, rond de verwachte bevallingsdatum, en gaat het om 24,3 % van hen.
  • De waargenomen symptomen kunnen verschillende vormen aannemen: herbelevingen, aanhoudende angst, vermijdingsgedrag, negatieve gevoelens of een verhoogd stressniveau.

“Ik hoef nog maar het ontsmettingsmiddel te ruiken …”

In het artikel over de studie geeft NOS ook het woord aan Tatiana van Lier, wier zoon 14 jaar geleden na 27 weken zwangerschap werd geboren. Na zijn geboorte kreeg haar baby verschillende neurologische complicaties en moest hij al na enkele weken een hersenoperatie ondergaan. Zelfs vandaag de dag brengen bepaalde geluiden of geuren haar weer helemaal terug naar die tijd:

“Ik hoef maar piepjes van een hartmonitor te horen of het handontsmettingsmiddel in ziekenhuizen te ruiken en ik ben weer helemaal terug op de kinder-IC. Ik denk dat we iedere 10 seconden wel een keer dachten dat hij doodging.”

Haar zoon heeft het overleefd en verkeert nu in goede gezondheid. Maar hoewel de angstgevoelens in de loop der jaren sterk zijn afgenomen, zijn ze niet helemaal verdwenen.

Gemeenschappelijke risicofactoren, maar ook verschillen tussen moeders en vaders

Uit het onderzoek blijkt dat sommige ouders meer risico lopen dan anderen. Bijzonder moeilijke ervaringen uit het verleden, reeds bestaande psychische problemen en een hoog stressniveau tijdens de zwangerschap of het ziekenhuisverblijf worden in verband gebracht met meer symptomen bij zowel moeders als vaders. Bij spelen ook andere factoren een rol: de gezondheidstoestand en de blootstelling van de baby aan stressvolle gebeurtenissen, het aantal kinderen dat het gezin al heeft en de ervaren sociale steun. Deze verschillen laten zien hoe belangrijk het is om ouders niet als een homogene groep te beschouwen en de specifieke behoeften van moeders en vaders beter in kaart te brengen.

Wanneer de geestelijke gezondheid van de ouders ook die van het kind beïnvloedt

Het gaat hier niet alleen om het welzijn van de volwassenen. Onderzoekers wijzen erop dat de psychische gezondheid van ouders een invloed kan hebben op de omgang met hun kind en mogelijk zelfs op de ontwikkeling van het kind. Dit is vooral belangrijk bij kinderen die zeer vroeg geboren zijn en al een groter risico lopen op bepaalde problemen, met name op sociaal-emotioneel vlak. Lotte Haverman benadrukt tegenover NOS het belang van deze ouder-kindrelatie: “Die is cruciaal voor een kind om gezond op te groeien.”

Psychologische ondersteuning als integraal onderdeel van de zorgverlening

Onderzoekers willen nu dat de geestelijke gezondheid van ouders systematischer wordt opgevolgd wanneer een kind zeer vroeg geboren is. Tot nu toe lag de aandacht vanzelfsprekend vooral op de baby en op de medische noodsituatie. Maar volgens Lotte Haverman moet de behandeling voortaan breder worden bekeken. Ze vat het voor NOS als volgt samen:

“Het welzijn van het kind op de lange termijn begint bij de ouders, daarom moeten we ook hun zorg goed organiseren als ze dat nodig hebben.”

De onderzoekers willen met name ouders die ernstige symptomen ontwikkelen sneller kunnen opsporen, zodat ze hen passende hulp kunnen bieden. Amsterdam UMC noemt ook de mogelijkheid om bepaalde therapieën, zoals EMDR, systematischer te evalueren bij ouders die de vroeggeboorte van hun kind als een traumatische gebeurtenis hebben ervaren.

Seksuele gezondheid van jongeren: laten we er eens echt over praten?

De Werelddag voor Seksuele Gezondheid vindt elk jaar plaats op 4 september. Een noodzakelijke herinnering die niet alleen beperkt blijft tot ziektepreventie. De seksuele gezondheid van jongeren omvat ook het fysieke, emotionele en sociale welzijn dat verband houdt met seksualiteit. Op Born in Brussels zijn er verschillende pagina’s gewijd aan de juiste omgang met voorbehoedsmiddelen, de relatie met het lichaam en – dat mag niet ontbreken – soa’s of andere gevolgen.

Op Born in Brussels gaat het vooral over zwangerschap of de vroege kinderjaren, maar sommige rubrieken hebben ook betrekking op de wens – of juist de afwezigheid daarvan – om kinderen te krijgen. Zo kunnen onze lezers in ons dossier ‘Seksualiteit en zwangerschap’ informatie vinden over de seksuele gezondheid van jongeren.

De relatie met het lichaam

De puberteit wordt onder meer veroorzaakt door de afscheiding van hormonen, stoffen die door ons lichaam stromen. Bij meisjes is oestrogeen het belangrijkste hormoon dat een rol speelt in de puberteit. Dit hormoon wordt afgescheiden door de eierstokken. Door dit hormoon kunnen er puistjes ontstaan op het gezicht, maar ook op de borst en de rug. Er groeit haar over het hele lichaam en er verschijnt schaamhaar en okselhaar. De tiener wordt langer en komt soms aan. Haar spiermassa en borsten ontwikkelen zich, haar heupen kunnen breder worden, enzovoort. Ze kan ook meer gaan zweten en merken dat haar lichaamsgeur verandert. En dan komt de eerste menstruatie.

Het lichaam verandert snel, wat invloed heeft op hoe tienermeisjes zichzelf zien. Ze herkennen zichzelf niet meer en kunnen soms last hebben van ergernis, angst, complexen over hun lichaam, enzovoort. De manier waarop anderen naar hen kijken, kan hen ook van streek maken en kwetsbaar maken. Over het algemeen is deze levensfase vaak een periode van twijfel, maar het is ook een belangrijke stap in de richting van openheid naar de wereld.

Anticonceptiemiddelen

Anticonceptie is de veiligste manier om een ongewenste zwangerschap te voorkomen. De pil, het spiraaltje, de pleister, het implantaat, het condoom… zijn allemaal anticonceptiemiddelen die, afhankelijk van de situatie, geschikt kunnen zijn. Wanneer partners een condoom voor mannen gebruiken, beschermen ze zich ook tegen bepaalde seksueel overdraagbare aandoeningen (soa’s). Niet alle anticonceptiemiddelen zijn voor iedereen geschikt en voor sommige is een bezoek aan een zorgverlener nodig.

In sommige gevallen en voor bepaalde SOA’s kan een vaccinatie worden overwogen. Bijvoorbeeld tegen het papillomavirus. Volgens schattingen loopt bijna 80 % van de seksueel actieve bevolking het risico op één of meerdere opeenvolgende infecties met het papillomavirus. Daarom wordt aan jonge meisjes en jongens aangeraden zich te laten vaccineren vóór hun eerste seksuele contact. Deze vaccinatie is gratis in het kader van de schoolgezondheidszorg.

SOA, wat is dat?

Een soa (seksueel overdraagbare aandoening) of SOA (seksueel overdraagbare ziekte) kan soms ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Een soa/SOA wordt veroorzaakt door bacteriën, virussen of parasieten die voornamelijk via onbeschermde seksuele contacten worden overgedragen. Dit kan vaginale, anale of orogenitale (mond en geslachtsdelen) seks zijn. Sommige SOA’s worden ook overgedragen via contact met bloed. Er zijn verschillende SOA’s die over het algemeen gemakkelijk te behandelen zijn. Maar sommige moeten tijdig worden behandeld, anders kunnen ze ernstige complicaties veroorzaken. Aarzel nooit om een zorgverlener te raadplegen om zo snel mogelijk behandeld te worden.

  • Wanneer de volgende symptomen na seksuele gemeenschap worden waargenomen, is het raadzaam zo snel mogelijk een huisarts of een specialist te raadplegen:
  • Abnormale, soms pijnlijke afscheiding (branderig gevoel) uit de vagina, de anus of de penis
  • Een branderig gevoel, jeuk, puistjes of wratten op de geslachtsorganen (vagina, penis, anus…)
  • Chancre (klein, pijnloos zultje) op de huid en de slijmvliezen (vagina, penis, eikel, testikels, anus, mond)
  • Een branderig gevoel bij het plassen
  • Roodheid van de slijmvliezen van de geslachtsorganen of de keel
  • Pijn tijdens of na geslachtsgemeenschap
  • Pijn in de vagina of bij de urinebuisopening (opening aan het uiteinde van de eikel)

Maar sommige soa’s veroorzaken geen symptomen na seksuele contacten. Daarom is het raadzaam om je regelmatig (om de 6 maanden) te laten controleren door een gynaecoloog of je huisarts. En dit vanaf het moment dat je seksueel actief wordt. Afhankelijk van de SOA wordt de screening uitgevoerd door middel van een uitstrijkje, een urinetest of een bloedafname.

Bekijk de lijst met verschillende seksueel overdraagbare aandoeningen of parasieten

Bronchiolitis: een campagne om zuigelingen te beschermen nog voordat ze aan het virus worden blootgesteld

Elke winter is RSV (respiratoir syncytieel virus) de belangrijkste oorzaak van bronchiolitis bij baby’s. Deze infectie is een van de belangrijkste oorzaken van ziekenhuisopname bij zuigelingen. Om baby’s te beschermen tegen ernstige vormen van de infectie organiseren het Kinderziekenhuis (UKZKF) en het Erasme Ziekenhuis een immunisatiecampagne. Daarbij worden antistoffen toegediend die rechtstreeks bescherming bieden tegen het virus.

{Persbericht van HUB}

De campagne loopt van 1 september tot en met 31 oktober 2026 en richt zich tot kinderen geboren tussen 16 maart en 30 september 2026, zodat ze beschermd zijn tijdens de volledige periode waarin RSV circuleert. Ouders kunnen nu al een afspraak maken voor de pediatrische raadplegingen die hiervoor speciaal worden georganiseerd in het Kinderziekenhuis (UKZKF) en het Erasme Ziekenhuis. Kinderen die vóór 16 maart 2026 geboren zijn en bepaalde risicofactoren hebben, kunnen eveneens in aanmerking komen voor immunisatie. Ouders kunnen dit met hun kinderarts bespreken om na te gaan of hun kind hiervoor in aanmerking komt.

“RSV blijft tijdens de winter een belangrijke oorzaak van ziekenhuisopname bij baby’s. De gegevens waarover we vandaag beschikken, tonen aan dat immunisatie dit risico aanzienlijk kan verminderen. Het is dan ook belangrijk om baby’s op het juiste moment te beschermen, vóór ze met het virus in contact komen”, benadrukt prof. Françoise Vermeulen, diensthoofd Pediatrie van het H.U.B.

Immunisatie of vaccinatie: twee strategieën om pasgeborenen te beschermen

Immunisatie met antistoffen is geen vaccinatie. Een vaccin stimuleert het immuunsysteem om zelf antistoffen aan te maken. Bij immunisatie worden specifieke antistoffen tegen RSV via een intramusculaire injectie rechtstreeks aan de baby toegediend. De bescherming treedt snel na de injectie op en houdt aan tijdens de periode waarin het virus circuleert.

Baby’s die al vóór de start van het RSV-seizoen geboren zijn, worden vóór of aan het begin van de herfst geïmmuniseerd. Baby’s die tijdens het RSV-seizoen worden geboren, kunnen deze bescherming vanaf de geboorte krijgen, bij voorkeur op de kraamafdeling.

Een andere mogelijkheid is om de moeder tijdens de zwangerschap tegen RSV te vaccineren. De antistoffen die de moeder aanmaakt, worden via de placenta aan de baby doorgegeven en bieden zo bescherming tijdens de eerste levensmaanden.

Immunisatie van de baby en vaccinatie van de moeder hebben dus hetzelfde doel, maar werken op twee verschillende manieren: in het ene geval worden de antistoffen rechtstreeks aan de baby toegediend; in het andere geval maakt de moeder de antistoffen aan en geeft ze die tijdens de zwangerschap door aan de baby.

In principe volstaat één van deze twee strategieën om het kind te beschermen.

Bronchiolitis, een vaak voorkomende infectie bij baby’s

RSV is zeer besmettelijk en circuleert voornamelijk tijdens de herfst en de winter. Het virus wordt onder meer overgedragen via hoesten en niezen, maar ook via de handen of besmette voorwerpen.

Bij de meeste kinderen verloopt de infectie zonder ernstige complicaties. Bij baby’s, en vooral bij de jongsten of meest kwetsbaren, kan de infectie echter ademhalings- of voedingsproblemen veroorzaken en een ziekenhuisopname noodzakelijk maken.

Een terugbetaalde immunisatie

Deze immunisatie wordt voor kinderen die aan de voorwaarden voldoen grotendeels terugbetaald door het RIZIV. Gezinnen betalen enkel het remgeld.

De immunisatiecampagne loopt van 1 september tot en met 31 oktober 2026 in het Kinderziekenhuis (UKZKF) en het Erasme Ziekenhuis.

 

Gedeeld door Sofia Douieb