Author Archives: Sofia

Naar een gecoördineerde aanpak van de strijd tegen gynaecologisch en obstetrisch geweld in België

Na het zeer goede nieuws eind januari dat het Brusselse parlement gynaecologisch en obstetrisch grensoverschrijdend gedrag en geweld (GOG) heeft erkend, speelt de interfederale werkgroep op dit gebied in op deze ontwikkeling en stelt zij “prioritaire acties voor om een ambitieus beleid te voeren ter bestrijding en preventie van dit gendergerelateerde geweld”.

Tot de ongeveer vijftien leden van deze interfederale werkgroep behoren: Vivalis (de organisatie achter onze website Born in Brussels), de FOD Volksgezondheid, het Burgerplatform voor een respectvolle bevalling, het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, safe.brussels, de Beroepsfederatie van Belgische Verloskundigen, de Federatie Wallonië-Brussel, enz.

Deze aanbeveling vormt een basis voor de ontwikkeling van een gecoördineerde aanpak van gendergerelateerd geweld in België.” – Interfederale werkgroep gendergerelateerd geweld

{ Persbericht van dit Interfederale werkgroep }

 

De afgelopen jaren zijn er op sociale media talrijke getuigenissen over gynaecologisch en obstetrisch grensoverschrijdend gedrag en geweld (hierna: GOG) verschenen, met name via de hashtags #GenoegGezwegen of #PayeTonUtérus. Deze bewegingen hebben bijgedragen tot het doorbreken van de stilte rond negatieve ervaringen met seksuele en reproductieve gezondheidszorg.

Het onderwerp is ook op nationaal en internationaal niveau op de agenda geplaatst in de politiek, bij verenigingen en in de academische wereld. Dankzij deze beweging is er in het kader van het Nationaal Actieplan ter bestrijding van gendergerelateerd geweld 2021-2025 een interfederale werkgroep over gynaecologisch en obstetrisch geweld opgericht. De werkgroep, die bestaat uit overheidsinstanties, beroepsorganisaties uit de gezondheidssector en patiëntenverenigingen, publiceert vandaag een aanbeveling over de preventie en bestrijding van GOG in België.

Zeven acties om de preventie en de kwaliteit van de zorg te verbeteren

De aanbeveling bevat verschillende prioritaire acties voor de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen om de preventie en de behandeling van GOG in België te versterken. Enkele van de belangrijkste acties zijn:

  • patiëntes beter informeren over hun rechten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid;
  • de rol van patiëntes in beslissingen over hun gezondheid en het respecteren van geïnformeerde toestemming versterken;
  • de bemiddelings- en meldingsmechanismen verbeteren;
  • de initiële en voortgezette opleiding van gezondheidswerkers over dit thema versterken;
  • de gegevensverzameling en het onderzoek naar het fenomeen ontwikkelen;
  • verenigingen ondersteunen die actief zijn op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en die patiënten vertegenwoordigen;
  • de arbeidsomstandigheden in de diensten voor seksuele en reproductieve gezondheid verbeteren.

Het doel is een zorgrelatie te bevorderen die gebaseerd is op vertrouwen, communicatie en gezamenlijke besluitvorming. De betrokken organisaties roepen de bevoegde autoriteiten nu op om op basis van deze aanbeveling een gecoördineerd beleid te ontwikkelen voor de GOG in België.

AANBEVELING MET BETREKKING TOT DE ONTWIKKELING VAN EEN BELEID TER PREVENTIE EN BESTRIJDING VAN GYNAECOLOGISCH EN OBSTETRISCH GEWELD

Een collectieve aanpak tussen patiënten en professionals

Met deze aanbeveling wordt de patiënte centraal gesteld in de seksuele en reproductieve gezondheidszorg. Het is een oproep om haar een actieve rol in haar eigen gezondheid te maken: de preventie van GOG vereist namelijk een partnerschap tussen gezondheidsmedewerkers en patiënten, een partnerschap dat gebaseerd is op respect voor zelfbeschikking en waardigheid, en op gezamenlijke besluitvorming op basis van geïnformeerde beslissingen en medisch gerechtvaardigde criteria.” — Beroepsverenigingen van gynaecologen (VVOG en CRGOLFB)

Ook vroedvrouwenorganisaties wijzen op het belang van ondersteuning van gezondheidswerkers.

Deze aanbeveling bevestigt nogmaals het belang van een betere erkenning van de zorgberoepen en een verbetering van dearbeidsomstandigheden van professionals in de seksuele en reproductieve gezondheidszorg, om te komen tot kwalitatieve, toegankelijke, continue en gepersonaliseerde zorg die de patiënten en hun behoeften respecteert.”
— Vroedvrouwenorganisaties (VBOV en UPSFB)

Voor patiëntenverenigingen betekent de publicatie van deze aanbeveling een belangrijke stap in de erkenning van het fenomeen.

Deze aanbeveling zorgt ervoor dat gynaecologisch en obstetrisch geweld als een politiek en maatschappelijk onderwerp onder de aandacht wordt gebracht. GOG mag niet uitsluitend op individueel niveau worden begrepen, maar ook in de relatie tussen zorgverlener en patiënt. Het is noodzakelijk dat we als samenleving samen aan deze kwesties werken.”  — Coalitie Gender en Gezondheid

Een unieke samenwerking tussen actoren

Dit werk is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen overheidsinstanties, beroepsorganisaties en organisaties uit het middenveld.

Deze werkgroep is een eerste ervaring met interinstitutionele en intersectorale samenwerking in de strijd tegen gynaecologisch en obstetrisch geweld (GOG) in België. Ze heeft actoren met complementaire visies rond dezelfde tafel gebracht om samen de situatie te verbeteren, een aspect dat werd benadrukt in het informatieverslag van de Senaat over het recht op lichamelijke zelfbeschikking en het tegengaan van obstetrisch geweld. ” — Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen

Walking epidurale: een belangrijke doorbraak eindelijk beschikbaar in Brussel

Een primeur in Franstalig België: het Universitair Ziekenhuis Brussel (H.U.B) biedt walking epidurale aan voor vaginale bevallingen. Vrouwen kunnen tijdens de bevalling blijven bewegen terwijl ze pijnverlichting krijgen. Een belangrijke ontwikkeling die tot doel heeft het comfort te verbeteren, het goede verloop van de bevalling te bevorderen en de autonomie van de patiënten te versterken, zonder concessies te doen aan de veiligheid.

(Persbericht van het H.U.B)

Dit is een belangrijke stap en een revolutie voor de bevallingservaring: vrouwen kunnen actief blijven deelnemen aan hun eigen bevalling en de arbeid verloopt vlotter, wat zowel moeder als kind ten goede komt.

Een primeur in Franstalig België

De dienst Gynaecologie – Verloskunde van het H.U.B zet een grote stap voorwaarts voor de begeleiding van bevallingen. Ze biedt als allereerste dienst in Franstalig België een vaginale bevalling met walking epidural aan.

Concreet betekent dat dat zwangere vrouwen efficiënte pijnstilling krijgen, maar zich toch vrij kunnen blijven bewegen tijdens de arbeid. Bij een klassieke ruggenprik (epidurale anesthesie) worden de benen gevoelloos en moeten de patiënten dus blijven liggen. Dankzij dit nieuwe protocol is er geen intense pijn, maar voelt de patiënte wel nog de weeën en kan ze haar benen blijven gebruiken.

Het belang van bewegen tijdens de bevalling

Uit tal van medische studies is gebleken dat beweging en rechtop zitten en staan tijdens de arbeid de bevalling vlotter doen verlopen:

  • dankzij de beweging daalt de baby beter in;
  • het kan de duur van de arbeid verkorten;
  • er zijn minder hulpmiddelen nodig (verlostang, vacuümpomp);
  • de toekomstige moeder ervaart meer comfort en autonomie.

Deze benadering past in een moderne visie op de verloskunde, waarin niet alleen de medische veiligheid centraal staat, maar ook respect voor de fysiologie en de ervaring van de patiënten.

Dr. Clotilde Lamy, directrice van de Kliniek Gynaecologie – Verloskunde van het H.U.B: “Zoals Leonardo da Vinci al zei: bewegen is leven.”

Met dank aan uniek teamwerk

Deze innovatie is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de teams gynaecologie-verloskunde en anesthesiologie van het H.U.B. Samen hebben ze een nieuw specifiek klinisch protocol ontwikkeld. Deze samenwerking garandeert nog steeds een hoge mate van veiligheid voor zowel moeder als kind en opent tegelijkertijd nieuwe perspectieven voor de begeleiding van bevallingen.

Postnatale hulp: wanneer doet kraamzorg zijn intrede in de Franstalige zorgsector?

In België bestaat kraamzorg alleen in de Nederlandstalige zorgsector. Die niet-medische zorg voor moeders én hun baby’s gedurende de eerste drie maanden na de bevalling wordt namelijk uitsluitend gesubsidieerd door de Vlaamse overheid (VGC). Farah Bombaerts, een van de weinige Franstalige kraamzorgende, is vastbesloten om die flagrante ongelijkheid de komende jaren weg te werken. Ze roept Franstalige perinatale verenigingen en organisaties op om samen met haar een nieuwe vzw op te richten.

In Vlaanderen krijgen kersverse mama’s en hun baby’s niet alleen de eerste thuiszorg van Kind en Gezin, maar kunnen ze ook drie maanden lang een beroep doen op kraamzorg. Geïnspireerd door de Scandinavische landen en Nederland creëerde Familiehulp, die zorg en ondersteuning biedt aan iedereen in Vlaanderen en Brussel, meer dan twintig jaar geleden kraamzorg. Farah Bombaerts, zelf kraamzorgverlener, nam contact op met Born in Brussels om ruchtbaarheid te geven aan haar wens om kraamzorg eindelijk ook aan Franstalige kant te introduceren.

Kraamzorg

“Tijdens de eerste drie of vier levensmaanden van de baby komt de kraamzorgverlener vier uur per week het gezin thuis helpen”, legt Farah uit. “Kraamzorg omvat een breed scala aan hulp om de mama te ondersteunen en te waken over de gezonde ontwikkeling van de baby. We worden meestal door een ziekenhuis of Kind en Gezin gestuurd.” Kraamzorg bestaat voornamelijk uit:

  • verzorging van de baby: een badje geven, aankleden, verschonen, navelverzorging, enz.;
  • ondersteuning voor de ouders: terwijl de kraamzorgverlener zich over de baby ontfermt, kan de mama rustig douchen, wat slaap inhalen of gewoon wat tijd voor zichzelf nemen. De professionele zorgverlener luistert ook naar eventuele bekommernissen, vragen en ervaringen. Daarnaast krijgen de ouders advies en informatie;
  • opvang van andere kinderen in het gezin: de kraamzorgverlener kan met grote broers of zussen spelen, hen helpen met hun huiswerk, ze van school halen, enz.;
  • huishoudhulp: boodschappen doen, verse maaltijden bereiden, lichte huishoudelijke taken uitvoeren, afwassen, kleren wassen en strijken, bedden opmaken en verschonen, enz.;
  • praktische tips: over voeding, slaap, hoe je je baby kan troosten, enz.

→ Hier vind je meer info. Kraamzorg | Familiehulp

Nederlands model

Kraamzorg is in Nederland ontstaan. Daar krijgen moeders en hun baby’s 49 uur gratis zorg verspreid over acht dagen. Kraamzorg is oorspronkelijk uit noodzaak in het leven geroepen, toen de meeste moeders nog thuis bevielen (in de jaren 70 ging het om ongeveer 70%, tegenover 13% vandaag). Kraamzorgverleners helpen verloskundigen tijdens thuisbevallingen en voeren de postnatale opvolging uit. De eerste maanden na de bevalling verlenen ze, net als in Vlaanderen, een paar uur per week de bovengenoemde zorg. In Wallonië bestaat dat concept echter niet en in Brussel wordt het slechts weinig benut (in de Nederlandstalige sector).

Doula’s: Franstalig equivalent van kraamzorg?

Farah Bombaerts benadrukt dat in Franstalig België het beroep van doula aardig in de buurt komt van kraamzorg. Maar een doula wordt niet automatisch terugbetaald, hoewel sommige ziekenfondsen (vooral Helan en LM MUTPLUS) een forfaitaire tegemoetkoming van maximaal 150 euro per ouder bieden voor hulp na de bevalling. Helaas is het beroep van doula niet aan regelgeving onderworpen en vereist het geen diploma (het beroep van kraamzorgverlener is daarentegen wel erkend). Om als doula te kunnen werken, wordt echter aangeraden om een opleiding te volgen (van enkele maanden tot een jaar) die kan leiden tot een certificaat, en je te laten erkennen door l’Association francophone des doulas de Belgique (AFDB).

“Doula’s zonder certificaat staan niet in de gunst bij verloskundigen. Dat zorgt voor onderlinge spanningen en een gebrek aan erkenning. Volgens mij zou iedereen er baat bij hebben om samen te werken, zoals kraamzorgverleners en verloskundigen in Vlaanderen dat doen (verloskundigen vragen ons bijvoorbeeld om de voeding en gewichtstoename van de baby te noteren voor een meer regelmatige opvolging)”, legt Farah Bombaerts uit.

Oproep aan Franstalige perinatale organisaties

Farah Bombaerts heeft een droom: toegang tot dezelfde postnatale zorg voor alle mama’s in België. Ze is gemotiveerd om die waar te maken. Maar daarvoor heeft ze de hulp nodig van Franstalige perinatale organisaties. Ze wil een tweetalige vzw oprichten en heeft zelfs al de naam bedacht: “Aide au Post-partum Hulp”. Die zou bestaan uit verschillende organisaties en minstens zes voltijdse medewerkers (vijf gezinshulpen en één maatschappelijk werker), om er bij de beleidsmakers op aan te dringen om dat type gezinsondersteuning te vergoeden.

“Het is de bedoeling om deel uit te maken van een groep van thuishulpdiensten, zodat we samen over het aantal nodige werknemers beschikken om subsidies te kunnen krijgen van de GGC. Ik ben ook op zoek naar vaste leden voor de vzw en samenwerkingsverbanden en partnerschappen met perinatale structuren en organisaties”, besluit de jonge vrouw.

Ben je een professional en heb je interesse in het project? Neem contact met ons op via info@bornin.brussels. 

 

Sofia Douieb

Babyvoeding: pas op voor valse informatie op internet

De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen, Leefmilieu, Kind en Gezin en de ONE hebben onlangs een persbericht verspreid met de titel: “Terugroepen van bepaalde loten is geen reden tot verandering van voeding”. Ouders en professionals die voor zuigelingen zorgen, worden verzocht de informatie op internet te controleren. Deze waarschuwing volgt op het recente nieuws over het terugroepen van zuigelingenmelk waarin het toxine cereulide aanwezig was, dat door bepaalde bacteriën wordt geproduceerd.

{Persbericht van FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen, Leefmilieu, Kind en Gezin en de ONE}

Ouders en verzorgers willen terecht de beste en veiligste voeding voor hun zuigeling. De vastgestelde aanwezigheid van cereulide* in bepaalde loten zuigelingenvoeding kan dan ook ongerustheid veroorzaken. Intussen worden de betrokken producten uit de handel genomen. Ouders kunnen op de website van het FAVV precies nagaan welke lotnummers niet gebruikt mogen worden. Deze lijst wordt regelmatig aangepast.

Kijk uit met geruchten en foute informatie

Op sociale media circuleert momenteel foutieve en misleidende informatie over alternatieven voor zuigelingenvoeding. Deze foutieve berichten kunnen schadelijke gevolgen hebben voor zuigelingen.

Volg de officiële aanbevelingen van de gezondheidsautoriteiten:

  • Schakel zuigelingen jonger dan één jaar zeker niet over op koemelk, geitenmelk of plantaardige drank (zoals soja-, amandel- of haverdrank). Deze producten zijn helemaal niet geschikt voor de voedingsbehoeften van zuigelingen en kunnen leiden tot ernstige tekorten en gezondheidsproblemen.
  • Raadpleeg de website van het FAVV voor up-to-date informatie over terugroepacties en welke lotnummers niet gebruikt mogen worden.
  • Raadpleeg je arts, kinderarts, apotheker of vroedvrouw of het consultatiebureau van Kind en Gezin bij vragen of twijfels
  • Raadpleeg een (kinder)arts over mogelijke symptomen bij je baby.
  • Raadpleeg de website van Kind en Gezin voor algemene informatie.

Het vertrouwen in de veiligheid van zuigelingenvoeding blijft gerechtvaardigd

Het FAVV en de voedselautoriteiten in de andere lidstaten doen er alles aan om de gecontamineerde loten zo snel mogelijk terug te roepen. De voedselautoriteiten zijn sinds de eerste waarschuwing over dit probleem bijzonder waakzaam en nemen de nodige maatregelen.

Officiële informatie

* Cereulide is een toxine dat heel snel (een half uur tot 6 uur) na inname symptomen veroorzaakt zoals krampen, braken en diarree. Dit is niet besmettelijk voor anderen. De symptomen verdwijnen vanzelf en snel (binnen de 6 tot maximaal 24 uur) zonder behandeling, maar omdat het om zuigelingen gaat raden we toch aan een arts te raadplegen als dit zich zou voordoen.

Nultolerantie voor vrouwelijke genitale verminking: GAMS slaat opnieuw met de vuist op tafel

Op 6 februari staan we erbij stil dat vrouwelijke genitale verminking (VGV) een ernstige schending van de mensenrechten is. Die praktijk treft nog steeds miljoenen meisjes en vrouwen over de hele wereld en bestaat ook in België. Ter gelegenheid van de Internationale Dag van Nultolerantie voor Vrouwelijke Genitale Verminking bespreken we wat dit geweld inhoudt, waarom het dringend moet worden bestreden en wie concrete actie onderneemt.

VGV behelst alle ingrepen die de uitwendige vrouwelijke genitaliën geheel of gedeeltelijk veranderen of verwijderen zonder dat daar een medische reden voor is. Die verminking wordt meestal uitgevoerd op minderjarigen en kan ernstige fysieke, psychologische en seksuele gevolgen hebben op korte en lange termijn: chronische pijn, complicaties bij zwangerschap en bevalling, psychotraumatische stoornissen en aantasting van de integriteit en waardigheid van de persoon in kwestie.

De vzw GAMS (groep voor de afschaffing van vrouwelijke genitale verminking) verduidelijkt dat VGV vaak door culturele of sociale tradities gerechtvaardigd wordt, maar geen religieuze basis heeft. Bovenal weerspiegelt die praktijk de uitoefening van macht en controle over de lichamen van vrouwen en meisjes. Hoewel VGV in sommige landen afneemt, blijft ze bestaan en evolueert ze, ook in migratiecontexten.

Actie voeren op 6 februari

Ook in België leven duizenden vrouwen met de gevolgen van die verminking. Daarnaast lopen veel meisjes nog steeds risico, vooral als ze naar hun land van herkomst reizen. Daarom is de Internationale Dag van Nultolerantie voor Vrouwelijke Genitale Verminking zo belangrijk. Die vindt plaats op 6 februari om te verwijzen naar de officiële verklaring die Stella Obasanjo, de toenmalige First Lady van Nigeria, in 2003 aflegde in Addis Abeba en waarin ze opriep tot nultolerantie voor VGV. Datzelfde jaar voerden de Verenigde Naties deze dag in om de wereldwijde actie tegen die praktijk te versterken. Die dag herinnert ons eraan dat VGV geen traditie is die gerespecteerd moet worden noch een taboe, maar een vorm van geweld die overal ter wereld uitgeroeid moet worden.

VGV bestrijden

VGV bestrijden betekent opkomen voor het fundamentele recht van meisjes en vrouwen om over hun eigen lichaam te beschikken, niet aan geweld te worden onderworpen en toegang te hebben tot gezondheidszorg waarbij ze respectvol worden behandeld. Daarnaast voorkomen we op die manier onomkeerbare verminkingen en beschermen we toekomstige generaties. Het is cruciaal dat we actie ondernemen voor de begeleiding van slachtoffers, bewustwording en preventie en om komaf te maken met de sociale normen die VGV in stand houden.

GAMS: cruciale actor in België

GAMS speelt een centrale rol in de bestrijding van VGV. De vereniging werkt op meerdere fronten. Ze geeft de betrokken vrouwen medische, psychologische en sociale begeleiding, organiseert preventieacties voor gezinnen en gemeenschappen, leidt professionals in de zorg-, de onderwijs- en de welzijnssector op en doet aan belangenbehartiging bij beleidsmakers. Bovendien werkt GAMS samen met andere Belgische instellingen om meisjes te beschermen die risico lopen.

Lees meer over GAMS en de bewustmakingsactiviteiten op 6 februari

“Informeren, uitwisselen, luisteren en samen handelen zijn essentiële stappen om vrouwelijke genitale verminking terug te dringen. Door deel te nemen aan deze dag help je deze kwesties onder de aandacht te brengen en een duidelijk signaal uit te dragen”, schrijft GAMS op haar website.