Author Archives: Sofia

De kinderopvangsector heeft het zwaar door overvolle crèches: welke oplossingen zijn er voor ouders?

De Brusselse Raad voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen (RGVM) organiseerde een conferentie met als titel “Overvolle crèches, overweldigde ouders: welke oplossingen voor Brussel?” Op die conferentie waren verenigingen uit de kinderopvangsector, kinderverzorgsters, politieke vertegenwoordigers en natuurlijk ook ouders aan wie deze kwestie aanbelangt. Ook Born in Brussels was van de partij.

Foto : Samuel Walheer

 

Na de publicatie van een initiatiefadvies van de RGVM in december 2024 was dit een logisch onderwerp voor deze conferentie. Het is namelijk zo dat de kinderopvangsector het al een aantal jaren moeilijk heeft. Dat is dan ook waarom de kinderverzorgsters in 2023 aan de alarmbel hebben getrokken: de sector van de kinderopvang vraagt substantiële hulp. De sector kent meerdere problemen, waaronder een tekort aan plaatsen in de kinderopvang, vooral in de armste gemeenten, bekritiseerde werkomstandigheden, een gebrek aan erkenning en financiële waardering en een personeelstekort omdat de sector minder aantrekkelijk is geworden. De verdeling van de bevoegdheden op beleidsniveau in Brussel maakt het ook niet gemakkelijker voor de sector om het hoofd boven water te houden.

“De gelijkheid tussen vrouwen en mannen waarborgen is een werk dat niet stopt. Er moet systematisch rekening mee worden gehouden bij de ontwikkeling van het Brusselse beleid, bij het dagelijkse beheer van het gewest en bij de evaluatie van dit beleid en de ondernomen acties.” De Brusselse Raad voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen (RGVM)

Waarom een advies van de RGVM?

In het advies van de Brusselse Raad voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen van eind 2024 wordt een zeer complexe situatie uiteengezet. Een van de grootste uitdagingen voor de kinderopvangsector is het gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod voor kinderopvangplaatsen. Ondanks een verbetering van de dekkingsgraad tussen 2013 en 2022, bevestigt de RGVM dat deze nog lang niet volstaat. Bovendien vragen bepaalde gezinnen geen plaats aan, waaruit we kunnen afleiden dat ze de zoektocht hebben opgeven. Dat kan aan het plaatstekort liggen of omdat die gezinnen financiële of geografische toegankelijkheidsproblemen ondervinden. Tot slot benadrukt de RGVM de wanverhouding tussen vraag en aanbod, in het bijzonder als we de situatie niet alleen op gewestelijk niveau bekijken, maar ook per gemeente of wijk. Zo schrijft de Raad in zijn advies: “Er zijn grote verschillen, over het algemeen tussen de rijkere gemeenten in het zuidoosten, die een beter kinderopvangaanbod hebben, en de armere gemeenten in het noordoosten, die er minder goed voor staan.”

Wat staat in het advies?

Ter voorbereiding van dit nieuwe advies heeft de RGVM in 2024 een aantal hoorzittingen gehouden. Deze hoorzittingen werden gehouden met het kabinet van de minister-president van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Rudi Vervoort, perspective.brussels, de Ligue des familles en de Gezinsbond. Het advies bevat eisen aan de federale regering, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG), de Federatie Wallonië-Brussel (FWB), de Vlaamse Gemeenschap (VG), de Franse Gemeenschapscommissie (FGC) en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). Er staan ook transversale aanbevelingen in voor de verschillende beleidsniveaus van het land en specifieke aanbevelingen van de RGVM over twee belangrijke thema’s:

  • aantal plaatsen en toegankelijkheid: het aantal plaatsen verhogen, focussen op wijken met een lage dekkingsgraad, inspelen op de vraag: geboorte- en ouderschapsverlof, peutertuin en opvangklassen, de financiële toegankelijkheid verhogen, het inschrijvingsproces vergemakkelijken en de kwaliteit van de opvang verbeteren en de inclusie van kinderen met specifieke behoeften versterken;
  • tewerkstelling en opleiding: de aantrekkelijkheid en werk- en loonomstandigheden van de sector verbeteren, administratieve procedures vereenvoudigen en teams ondersteunen, kinderopvang opnemen in een gewestelijke raamovereenkomst voor werkgelegenheid, opleiding en onderwijs, de initiële opleidingen bijwerken en uitbreiden en het mogelijk maken om buitenlandse diploma’s te erkennen.

Naar het initiatiefadvies: Kinderopvang in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Een ondergewaardeerd beroep

Twee kinderverzorgsters namen het woord om hun ervaring te delen en te vertellen over hun dagelijkse uitdagingen, het gebrek aan waardering voor hun beroep, en de psychologische en fysieke gevolgen hiervan. Lees hier een van de twee getuigenissen:

Kinderen zien opgroeien, hun ontwikkeling volgen en zien hoe ze zelfstandig worden geeft enorm veel voldoening. We krijgen elke dag de kans om bij te dragen aan hun ontwikkeling en hen te begeleiden in deze essentiële fase van hun leven. Het is belangrijk om het vertrouwen van de ouders te hebben. Helaas is het een slechtbetaalde job die zowel fysiek als psychisch zijn tol eist. We worden blootgesteld aan stress, een constante mentale last en repetitieve handelingen: kinderen dragen, lang rechtstaan en voortdurend vooroverbuigen wat op lange termijn kan leiden tot musculoskeletale aandoeningen zoals rug-, schouder- en kniepijn. Die pijn wordt chronisch na verloop van tijd waardoor we met langdurig ziekteverlof moeten. Wanneer we dan terugkomen, krijgen we het gevoel dat we te lang zijn weggeweest. Ook onze geestelijke gezondheid heeft het zwaar te verduren: we moeten tegelijk omgaan met veeleisende en bezorgde ouders, onderbemande collega’s helpen en aan een hectisch tempo werken. Ons beroep lijdt onder een personeelstekort, een onaantrekkelijk imago, onvoldoende loon, beperkende werktijden en een gebrek aan erkenning voor een beroep waar je een roeping voor moet hebben. Voor de overgrote meerderheid van de vrouwen in dit beroep – die ook voor hun eigen gezin zorgen – is het erg moeilijk om een balans te vinden met het privé- en gezinsleven. Sommige kinderverzorgsters, zoals ik, hebben hun werkuren moeten verminderen omdat ze niet te combineren zijn met een gezinsleven. Anderen gaan deeltijds werken omdat ze uitgeput zijn, wat ten koste gaat van hun inkomen of carrière, of ze verlaten het beroep met spijt in het hart. We denken niet dat we het uithouden tot ons pensioen, want 45 jaar in een kinderopvang werken lijkt voor velen van ons echt onmogelijk. We willen dat ons beroep wordt erkend als een zwaar beroep, zodat we vroeg en waardig met pensioen kunnen gaan. Hoewel het een fantastisch beroep is, worden de werkomstandigheden steeds onzekerder: er is een gebrek aan aangepaste medische ondersteuning voor het personeel, aan erkenning van de zware aard van het werk en aan aanpassingen aan het einde van de loopbaan. Er moet dus dringend actie worden ondernomen om de kwaliteit van de kinderopvang en de gezondheid van de professionals, die zo gepassioneerd werken, te beschermen.” Gladys Romo Aguilera, al twintig jaar lang kinderverzorgster in een openbare kinderopvang in Brussel.

Over de RGVM

De Brusselse Raad voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen is sinds 2012 het autonome adviesorgaan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij brengt adviezen en aanbevelingen uit over onderwerpen met betrekking tot de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Het bijzondere aan deze raad is zijn vierdelige samenstelling: sociale partners, de Nederlandstalige Vrouwenraad en de Conseil des Femmes Francophones de Belgique en relevante organisaties van het maatschappelijk middenveld en van de academische wereld. De Raad heeft de volgende opdrachten:

  • adviezen en aanbevelingen uitbrengen over alle materies met een mogelijke impact op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • het thema van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen opvolgen, ook op andere beleidsniveaus, voor zover dit gevolgen heeft in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  • een jaarverslag publiceren ter attentie van de Regering met betrekking tot de gevoerde activiteiten en de bestemming van zijn financiële middelen;
  • een publiek debat organiseren, eenmaal per jaar, met betrekking tot de Raad en de vooruitzichten voor de toekomst.

→ Lees meer over de RGVM: Brusselse Raad voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen of bel naar 02 205 68 85.

Samuel Walheer

De kangoeroethon: een marathon van tederheid voor pasgeborenen

Ken je de kangoeroethon al? Dat is een huid-op-huidmarathon die elk jaar plaatsvindt in neonatale intensivecareafdelingen over de hele wereld. Dit evenement, dat midden mei plaatsvindt, is overgewaaid uit Canada en is bedoeld om de eenvoudige maar revolutionaire kangoeroemethode te promoten. In België nemen verschillende ziekenhuizen deel aan de kangoeroethon, die mensen, warmte en verbinding centraal stelt in de zorg.

Heel wat wetenschappelijke onderzoeken hebben het nut aangetoond van de instinctieve reflex om je baby dicht bij je te houden, huid op huid, zodra hij geboren is en ook zo veel mogelijk daarna. Huid-op-huidcontact wordt ook aanbevolen door de WGO. Volgens het UMC Sint-Pieter sluit zijn deelname aan de kangoeroethon aan bij zijn zorgfilosofie, die de mens centraal plaatst en streeft naar zero separation.

“Ook na een keizersnede of bij een verblijf op neonatologie wordt er alles aan gedaan om fysiek contact tussen ouders en hun baby mogelijk te maken.”

Een Canadees concept

De kangoeroethon ontstond in 2018 in Quebec op initiatief van zes universitaire ziekenhuizen, met de steun van de Fondation de l’Ordre des infirmières et infirmiers du Québec (OIIQ). Ze hadden zich laten inspireren door een eerder initiatief van het Sunnybrook-ziekenhuis in Toronto. Het doel was om huid-op-huidcontact bij neonatale intensive care te bevorderen door ouders aan te moedigen om hun baby zo veel mogelijk op hun borst te leggen. Die aanpak is gebaseerd op de kangoeroemethode, die in de jaren zeventig werd ontwikkeld in Bogotá en waarvan de vele voordelen voor de gezondheid en de ontwikkeling van baby’s intussen erkend zijn. Sindsdien waaide de kangoeroethon over naar andere landen, waaronder België, waar ziekenhuizen zoals het Brusselse UMC Sint-Pieter elk jaar meedoen.

Kangoeroethon: een langdurige en begeleide ervaring

Tijdens de volledige kangoeroethon moedigen de medische teams ouders aan om elke dag zo lang mogelijk huid-op-huidcontact te hebben met hun baby, vanaf de geboorte tot het ontslag uit het ziekenhuis, maar ook daarna. De ouders kunnen gebruikmaken van draagdoeken en draagzakken. Er wordt ook begeleiding aangeboden, zodat iedereen zich goed kan voelen bij deze methode. Huid-op-huidcontact is niet alleen maar een techniek. Het is een moment van samenzijn waarin de natuurlijke vaardigheden van ouders worden erkend en tedere zorg wordt geboden aan baby’s die vaak kwetsbaar, prematuur of in het ziekenhuis opgenomen zijn.

En als de ouders niet kunnen … nemen babyknuffelaars het over

Soms kunnen ouders om medische, sociale of persoonlijke redenen niet zo vaak bij hun baby zijn als ze zouden willen. Gelukkig zijn er dan vrijwilligers die een belangrijke maar weinig bekende rol opnemen: de babyknuffelaars. Deze mannen en vrouwen zijn opgeleid door ziekenhuisteams en schenken hun tijd, tederheid en rust om baby’s in het ziekenhuis te dragen, te kalmeren, te wiegen en te knuffelen. Ze vervangen de ouders niet, maar helpen om de menselijke band in stand te houden die essentieel is voor de ontwikkeling van de baby, tot de ouders het weer kunnen overnemen. De vzw Les Câlineurs de bébés is al actief in verschillende Brusselse ziekenhuizen, waaronder het Kinderziekenhuis, het UMC Sint-Pieter en het Delta-ziekenhuis. Hun aanwezigheid helpt de stress van pasgeborenen te verminderen en hun fysieke stabiliteit te verbeteren. Ze bieden zorgzaam menselijk contact in een levensfase waarin elke minuut van tederheid telt.

Verbindende geneeskunde

De kangoeroethon, huid-op-huidcontact, babyknuffelaars, … het sluit allemaal aan bij dezelfde visie: die van verbindende geneeskunde, gebaseerd op tederheid, vertrouwen en aandacht voor de andere. Deze geneeskunde doet meer dan het lichaam helen, ze heeft ook aandacht voor de eerste levensdagen en de emoties en relaties. Door huid-op-huidcontact en de vele variaties daarop te ondersteunen, onderschrijven ziekenhuizen zoals het UMC Sint-Pieter de volgende overtuiging:

“Menselijke warmte is zorg op zich. Het kost niets, maar verandert alles.”

“Jeunes mères” draait in de bioscopen: een blik op het leven in een moeder-kindhuis

De nieuwste langspeelfilm van de gebroeders Dardenne, Jeunes mères (Jonge moeders), is vanaf 4 juni te bewonderen op het witte doek. Die film ging aan de haal met de prijs voor het beste scenario op het Filmfestival van Cannes. Hij gunt de kijker een aangrijpende blik in het dagelijkse leven van vijf tienermoeders die in een moeder-kindhuis verblijven: Jessica, Perla, Julie, Ariane en Naïma. Elk van hen probeert op haar eigen manier een toekomst voor zichzelf op te bouwen, ondanks vele obstakels: kansarmoede, isolement, een gebroken gezin … Het team van Born in Brussels woonde gelijktijdig met de première in Cannes een voorvertoning van de film bij in UGC Gulden Vlies en kwam met een knoop in de maag terug buiten.  

Photo issue du film Jeunes mères

 

Door deze jonge vrouwen in de kijker te zetten, werpt de film een heldere en diepmenselijke blik op de vaak onzichtbare realiteit van moeders in een kwetsbare situatie. De film die officieel geselecteerd werd voor het Filmfestival van Cannes 2025 kenmerkt een nieuwe fase in de sociaalrealistische cinema die de gebroeders Dardenne brengen, waarbij zorgvuldig gekozen woorden hand in hand gaan met een sobere regie. Abortus, adoptiepartnergeweld en verslavingen komen in de film aan bod … Maar bovenal gaat de film over de onweerstaanbare drang om te leven en lief te hebben.

Tussen elkaar helpen, de moed verliezen en blijven hopen in

Jeunes mères kan rekenen op straffe jonge actrices zoals Babette Verbeek, Elsa Houben en Janaina Halloy Fokan. Hun vertolkingen laten de film zweven tussen tederheid en onverbiddelijkheid.  Het verhaal speelt zich af in een moeder-kindhuis, een collectieve structuur waarin alles vatbaar is voor verandering, en toont – zonder klef of karikaturaal te worden – hoe de jonge vrouwen elkaar helpen en soms de moed verliezen, maar altijd blijven hopen. Dit is een mozaïekfilm, wat zeldzaam is voor de gebroeders Dardenne. Daarin ontdekken we niet alleen de gebreken en de woede van de piepjonge moeders, maar ook hun onverzettelijke dromen.

Een aangrijpende film over een bikkelharde realiteit

Vanaf de eerste beelden grijpt de film je naar de keel en laat hij je niet meer los tot de eindgeneriek. De gezichten van de jonge vrouwen en hun lotsbestemming spoken nog dagenlang door je hoofd. Hun rauwe en pakkend realistische acteerprestaties geven, zonder te oordelen, een inkijk in een maatschappelijk fenomeen dat wijdverspreider is dan men denkt: erg jonge vrouwen die zwanger of net bevallen zijn, terwijl ze zelf eigenlijk nog kind zijn. Gelukkig voor hen zijn er de moeder-kindhuizen, waar professionals hun hulp, ondersteuning en troost kunnen bieden in een wereld die hen niet accepteert of zelfs veracht.

Moeder-kindhuizen in Brussel

Het realisme van de film is gebaseerd op de moeder-kindhuizen in Brussel (en elders), waarvan sommige dagelijkse opvang bieden aan zwangere vrouwen of alleenstaande moeders. Deze plekken bieden bescherming en begeleiding aan mensen die geen andere keuze hebben, en helpen hen een stabiel en waardig leven op te bouwen.

  • In Ukkel verstrekt het Maison de la mère et de l’enfant begeleid onderdak voor vrouwen met kinderen van 0 tot 6 jaar oud, om hen te helpen hun leven terug op de rails te krijgen aan de hand van psychosociale begeleiding.
  • In Sint-Pieters-Woluwe richt het moeder-kindhuis Le Chant d’Oiseau zich specifiek op het creëren van een sterke band tussen moeder en kind, die vaak beschadigd is door een chaotische levensloop.
  • Tot slot is er in Anderlecht het Maison Parenté, gerund door de vzw Spullenhulp. Daar kunnen zowel moeders als kinderen hun vertrouwen herwinnen, zelfredzamer worden en waardig groeien in hun rol.  Het Born in Brussels-team ging er enkele jaren terug op bezoek om beter te begrijpen hoe zo’n tehuis werkt (artikel in het Frans).

 

 

Lost Boys & Fairies: aangrijpende miniserie over een homokoppel met een adoptiewens

Deze hartverscheurende driedelige Britse serie volgt het hindernissenparcours van een homokoppel dat wil adopteren. Hoewel Lost Boys & Fairies tegelijkertijd ontroerend, grappig, innemend is én naar de keel grijpt, blijft de serie erg hoopvol. Zet je schrap en laat je meeslepen in de wereld van Andy en Gabe, een rollercoaster van glitters en harde realiteit. De serie is noodkreet voor alle “niet-standaardkoppels” die een kind willen adopteren.

Sion Daniel Young and Fra Fee in Lost Boys & Fairies. Photograph: Simon Ridgway/BBC/Duck Soup Films

 

Hier bij Born in Brussels worden vaak in de kijker gezet. Homo-ouderschap kwam al meermaals aan bod en de mogelijkheden voor adoptie staan op verschillende pagina’s van onze site. In Lost Boys & Fairies wordt de hele procedure, met de talloze moeilijkheden die eruit voortvloeien, bewonderenswaardig goed in scène gezet. We krijgen een psychologisch inzicht in de personages en hun twijfels en trauma’s, maar ook hun vastberadenheid om koste wat het kost hun overvloed aan liefde te delen …

→ De driedelige serie is sinds begin mei gratis te bekijken op het platform Auvio

Blijven geloven en overtuigen

Andy (Andrew) en Gabriel (Gabe) zijn al acht jaar samen en willen een kind adopteren. De ene is accountant en de andere dragqueen (en kostuumontwerper). De eerste aflevering begint in de woonkamer van de twee hoofdpersonages, die – alleen of met zijn tweeën – volop in gesprek zijn met de maatschappelijk assistent die hun adoptieaanvraag behandelt. Zij moet beoordelen of ze geschikt zijn om een kind te verwelkomen en of ze daarvoor aan de nodige criteria voldoen. Vooral een van de aspirant-papa’s is aan het woord. Hij drukt zich voorzichtig uit om in een goed blaadje te staan bij de autoriteiten, maar in flashbacks ziet de kijker herinneringen uit Gabes echte leven. Het is duidelijk dat niet alles rozengeur en maneschijn was en dat de uitdagingen van homo zijn erg aanwezig waren. Op de vraag “Waarom wil je adopteren?” antwoordt de jongeman nuchter: “Ik denk dat we veel kunnen bieden als ouders.” Maar hier volgt wat hij echt wilde zeggen en wat we eerst te horen krijgen, als in een parallelle werkelijkheid:

Ik wil adopteren omdat ik al die jonge mensen plezier zie maken zoals ik vroeger, maar ik kan het gewoon niet meer. Omdat ik genoeg heb van al die banaliteiten en nachten werken. Omdat alle mannen van mijn leeftijd kinderen lijken te hebben. Omdat ik zielsveel van Andy hou en dit hem gelukkig zal maken. Maar bovenal wil ik adopteren omdat ik denk dat het me een veel vriendelijker, toleranter en geduldiger persoon zal maken … minder boos, minder verbitterd. Eindelijk gedwongen om volwassen te worden en voor iemand anders te zorgen. Ik moet eindelijk eens wakker worden uit mijn jongensdroom, hoe gewond, wispelturig en schattig de jonge Gabe ook is.”

Twijfels en hindernissenparcours

De hele serie lang worden Gabe en Andy geplaagd door twijfels over zichzelf, elkaar en de wereld in zijn geheel. De procedure is lang en beproevend, maar geeft ze de kans met bepaalde trauma’s om te gaan, critici (zoals Gabes vader) te confronteren, zichzelf de juiste vragen te stellen enzovoort. Op een bepaald moment gaan ze naar een soort speeddatingbijeenkomst voor ouders en kinderen die soms al jarenlang wachten op adoptie. De twee aanstaande papa’s hebben vrijwel meteen een klik met een van hen, ook al voldoet het kind aan geen van de vooraf gestelde criteria van het stel. En dan begint pas het hindernissenparcours, dat hen meesleept in een emotionele wervelwind.

Adoptie door koppels van hetzelfde geslacht in België

De serie speelt zich af in Engeland, dat zijn eigen voorwaarden heeft voor adoptie. Hier in België zijn er ook wettelijke bepalingen waardoor koppels van hetzelfde geslacht samen een kind kunnen adopteren. Deze ouders hebben dezelfde banden, rechten en plichten ten opzichte van hun kind als andere ouders. Wanneer een lesbisch koppel donorinseminatie gebruikt, noemt men dit intrafamiliale adoptie. Als een koppel van hetzelfde geslacht een kind wil adopteren zonder biologische band, is de situatie echter ingewikkelder. Net als heteroseksuele koppels moeten ze de wettelijke procedure volgen bij de bevoegde Brusselse autoriteit. Internationale adopties door koppels van hetzelfde geslacht zijn in België erg zeldzaam. In de landen van herkomst van de kinderen kan men namelijk terughoudend zijn tegenover deze vorm van adoptie.

→ Lees onze pagina over homo-ouderschap.

 

Speciale melk voor baby’s met koemelkallergie binnenkort 50% terugbetaald

Aangepaste voeding voor zuigelingen met koemelkeiwitallergie wordt vanaf 1 juni 2025 gedeeltelijk terugbetaald in België. Dat heeft het kabinet van de minister van Volksgezondheid, Frank Vandenbroucke, aangekondigd. Voor veel gezinnen die worden geconfronteerd met aanzienlijke extra kosten in de eerste levensweken van hun kind is die langverwachte maatregel erg welkom.

Elk jaar wordt bij ongeveer 4.800 baby’s in België koemelkeiwitallergie vastgesteld. Dat maakt de voedselallergie tot een van de meest voorkomende bij kinderen jonger dan drie jaar. Mogelijke symptomen zijn spijsverterings-, huid- of ademhalingsproblemen. Het is dan ook essentieel om speciale melk zonder koemelkeiwitten te gebruiken.

Hoge kosten voor gezinnen

Kinderen met deze allergie kunnen geen klassieke babyvoeding verdragen. Ze hebben aangepaste voeding nodig die intensief gehydrolyseerd is. Dat betekent dat de eiwitketens in stukken zijn geknipt om allergische reacties te voorkomen. Die producten kunnen veertig euro per doos kosten, maar werden tot nu toe niet vergoed, behalve in de meest ernstige gevallen waarbij kunstvoeding op basis van aminozuren nodig is. Vanaf juni wordt intensief gehydrolyseerde kunstvoeding voor de helft terugbetaald. Bovendien zal de prijs begrensd worden op twaalf euro per doos, zodat het verschil met de gemiddelde prijs van standaardbabymelk verkleint.

“Elke baby zou zonder pijn en last moeten kunnen eten. Elke baby, en elke ouder, heeft recht op betaalbare zorg.” Dat schrijft minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke op zijn Facebookpagina.

Hoe krijg je die terugbetaling?

De terugbetaling zal niet automatisch plaatsvinden. Dit moet je kunnen voorleggen:

  • de diagnose van een arts-specialist (kinderarts, allergoloog, enz.);
  • het bewijs van regelmatige medische controles die aantonen dat dit aangepaste dieet nodig blijft.

Die laatste voorwaarde dient om ervoor te zorgen dat de hulp daadwerkelijk terechtkomt bij allergische kinderen en om buitensporige of onterechte voorschriften te vermijden.

De dagelijkse zorgen van getroffen ouders worden gehoord

Deze maatregel is een aanzienlijke hulp voor veel gezinnen die, naast de stress in verband met de gezondheid van hun baby, vaak kampen met geldzorgen. Het is ook een symbolische erkenning van de vaak onopgemerkte moeilijkheden waarmee ouders van allergische kinderen worden geconfronteerd: talrijke consultaties, rusteloze nachten en moeizame dieetpogingen. De regering reageert op die reële behoefte door gerichte sociale steun te bieden zodat de kosten in verband met de gezondheid van kinderen niet langer een belemmering vormen voor een evenwichtige ontwikkeling.